Les 1 SI en EI

1 / 33
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide


Spenden of sparen?
Ik geef iedere maand (bijna) alles uit.
Ik spaar een deel, de rest geef ik uit.
Ik spaar bijna alles. Ik koop eigenlijk heel weinig.
Ík spaar het liefst achteruit :)

Slide 2 - Poll

Weet jij hoe hoog de rente op jouw (spaar)rekening is?
Nee
0,0 tot 1 %
1 tot 2 %
2 tot 4%
4 % of meer

Slide 3 - Poll

Slide 4 - Slide

Enkelvoudig en samengestelde interest

Slide 5 - Slide

Leerdoelen (CE):
Je kunt:
- het verschil tussen enkelvoudig en samengestelde interest uitleggen
- de interest o.b.v. enkelvoudige interest berekenen
- de interest o.b.v. samengestelde interest berekenen
- de eindwaarde en de contante waarde van een kapitaal berekenen o.b.v. samengestelde interest en enkelvoudige interest

Slide 6 - Slide

Hoe goed was/ben je hier in?
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 7 - Poll

939,39
904,50
867,61
886,74
 Samengestelde rente.
€ 700, 8jr, 3%
€ 750, 2,5jr, 6%
€ 800, 3jr, 5,5%

Slide 8 - Drag question

2.650
874,56
2.208,48
854,16
En deze?
€ 800, 4,5jr, 2% samengesteld
€ 2500, 2jr, 3% enkelvoudig
€ 1000, 18jr, 4,5% samengesteld

Slide 9 - Drag question

Een kapitaal van € 8.000 staat gedurende de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2017 uit tegen 5% samengestelde interest per jaar en vanaf 31 december 2017 tegen 6% samengestelde interest per jaar. Bereken de eindwaarde op 1 januari 2024.
A
€ 14.346,80
B
€ 14.483,44
C
€ 15.352,44
D
€ 15.207,61

Slide 10 - Quiz

Een kapitaal van € 8.000 staat gedurende de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2017 uit tegen 5% samengestelde interest per jaar en vanaf 31 december 2017 tegen 6% samengestelde interest per jaar. Bereken de eindwaarde op 1 januari 2024.
8.000*1,05^6*1.06^6=€15.207,61

Slide 11 - Slide

Een kapitaal van € 2.000 staat gedurende 4 jaar uit tegen 5,5% en daarna 5 jaar tegen 4,5%. Bereken de eindwaarde.
A
€ 4.970,01
B
€ 3.087,60
C
€ 3.117,15
D
€ 3.016,27

Slide 12 - Quiz

Een kapitaal van € 2.000 staat gedurende 4 jaar uit tegen 5,5% en daarna 5 jaar tegen 4,5%. Bereken de eindwaarde.
2.000*1,055^4*1,045^5=€3.087,60

Slide 13 - Slide

Piet Doornbos stortte op 2 januari 2012 € 300 op een spaarrekening. De bank vergoedt 4% samengestelde interest. Over welk bedrag kan Piet beschikken op 2 januari 2020?
A
€ 410,57
B
€ 394,78
C
€ 426,00
D
€ 408,15

Slide 14 - Quiz

Piet Doornbos stortte op 2 januari 2012 € 300 op een spaarrekening. De bank vergoedt 4% samengestelde interest. Over welk bedrag kan Piet beschikken op 2 januari 2020?
300*1,04^8=€410,57

Slide 15 - Slide

Een kapitaal van € 1.500 staat gedurende 6 jaar uit tegen een interest van 2% per kwartaal. Bereken de eindwaarde.
A
€ 2.241,89
B
€ 2.380,31
C
€ 2.412,66
D
€ 1.685,40

Slide 16 - Quiz

Een kapitaal van € 1.500 staat gedurende 6 jaar uit tegen een interest van 2% per kwartaal. Bereken de eindwaarde.
1.500*1,02^24=€2.412,66

Slide 17 - Slide

Op 17 oktober stond er op de spaarrekening van Willy de mooie som van € 3.467. Op die dag vierde Willy zijn 18e verjaardag. Welk bedrag heeft vader Eb bij de geboorte van zijn zoon Willy op de spaarrekening gestort. De interest bedroeg 5,5%.
A
€ 1.253,59
B
€ 1.395,09
C
€ 1.395,28
D
€ 1.322,54

Slide 18 - Quiz

Op 17 oktober stond er op de spaarrekening van Willy de mooie som van € 3.467. Op die dag vierde Willy zijn 18e verjaardag. Welk bedrag heeft vader Eb bij de geboorte van zijn zoon Willy op de spaarrekening gestort. De interest bedroeg 5,5%.
3.467/1,055^18=€1.322,54

Slide 19 - Slide

Een kapitaal van € 5.000 staat gedurende de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2024 uit tegen 7,5% samengestelde interest. Bereken het interestbedrag dat verkregen wordt over deze periode.
A
€ 9.586,19
B
€ 10.305,15
C
€ 5.305,15
D
€ 4.586,19

Slide 20 - Quiz

Een kapitaal van € 5.000 staat gedurende de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2024 uit tegen 7,5% samengestelde interest. Bereken het interestbedrag dat verkregen wordt over deze periode. 
5.000*1,075^9=€9.586,19
9.586,19-5.000=€4.586,19

Slide 21 - Slide

Spaarmotieven

  1. Sparen uit voorzorg.
2. Sparen met het doel om iets te kopen.
3. Sparen voor de rente.
4. Sparen om een verwachte daling van inkomsten op te vangen.

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Een kapitaal staat gedurende 5 jaar uit tegen een samengesteld interest van 5% per jaar en is uitgegroeid tot 100.000 euro. Bereken de contante waarde.
A
78352,62 euro
B
97537,06 euro
C
74621,54 euro
D
84000 euro

Slide 24 - Quiz

Een kapitaal staat gedurende 5 jaar uit tegen een samengesteld interest van 5% per jaar en is uitgegroeid tot 100.000 euro. Bereken de contante waarde.
100.000 x (1,05) ^-5 = 78352,65 euro

Slide 25 - Slide

Evy spaart voor een nieuwe fatbike. Ze gaat er vanuit dat een fatbike 1500 euro kost. Daarom wil ze op 31 juli 2027 1500 euro op haar rekening hebben. Hoeveel moet ze op 1 november 2026 op haar spaarrekening storten tegen 0,8 % samengestelde interest per maand om 1500 euro op 31 juli 2027 op haar spaarrekening te hebben.
A
1000 euro
B
1394,20 euro
C
1396,20 euro
D
1385,11 euro

Slide 26 - Quiz

Een kapitaal staat gedurende 32 maanden uit tegen een samengesteld interest van 0,4% per maand en is uitgegroeid tot 2272,53 euro. Bereken de contante waarde.
A
1920 euro
B
1980 euro
C
2000 euro
D
2020 euro

Slide 27 - Quiz

Een kapitaal staat gedurende 32 maanden uit tegen een samengesteld interest van 0,4% per maand en is uitgegroeid tot 2272,53 euro. Bereken de contante waarde.
2272,53 x (1,004)^ -32 = 2000

Slide 28 - Slide

Een docent wil op 65 jarige leeftijd met vervroegd pensioen. Hij bereikt deze leeftijd op 1 april 2032. Welk bedrag mag hij op 1 oktober 2026 storten tegen een interest van 1,3% samengestelde interest per kwartaal om een totaalbedrag van 75000 euro te hebben op zijn 65e verjaardag.
A
58000 euro
B
56448,64 euro
C
57.182,47 euro
D
57.221.33 euro

Slide 29 - Quiz

Hoeveel sommen heb je nog gemaakt over Break-even?
1-2
3-4
5+
Ik ga er vandaag < 2 maken
Ik ga er vandaag > 2 maken

Slide 30 - Poll

bea = break-even afzet
bep = break-even punt
beo= break-even omzet

Wat is waar?

A
B
C
D
A
A=bea, B=bep vlak stippellijn (D) = beo
B
A=bep, B=beo, vlak stippellijn (D) = bea
C
A=beo, B=bea, vlak stippellijn (D) = bea
D
A=bep, B=bea vlak stippellijn (D) = beo

Slide 31 - Quiz

Bedrijf G. De constante kosten bedragen €400.000. De variabele kosten zijn €2,75 per stuk. De verkoopprijs is €6,75 excl. btw. De gewenste winst is € 85.000. Wat is de afzet bij de gewenste winst?

Slide 32 - Open question

Maartje verkoopt zeep voor €8,- De inkoopkosten voor de zeep zijn €3. Haar vaste kosten voor haar eigen zaak zijn €30.000,- per jaar. Haar breakeven-afzet is 6.000 zeepjes.
Wat is haar break-even omzet?
A
€24.000
B
€30.000
C
€48.000

Slide 33 - Quiz