Week 8 Theorie

_M@-MZ-VIG LWP Persoonlijke zorg vanaf cohort 2022 (LWP16066)
Hersenen, zenuwen en zintuigen. 
1 / 46
next
Slide 1: Slide
SpaansMBOStudiejaar 1

This lesson contains 46 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

Report this lesson

Items in this lesson

_M@-MZ-VIG LWP Persoonlijke zorg vanaf cohort 2022 (LWP16066)
Hersenen, zenuwen en zintuigen. 

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Planning vandaag:
  • Doornemen planning 
  • Zelfstandig aan de slag met lesstof: expertmethode
  • Presenteren van lesstof aan elkaar
  • Pauze
  • Verder met opdrachten uit de reader,  opdracht 1, 6, 7, 9 , start opdracht 10

Slide 2 - Slide

woensdag: wassen en vitale functies meten oefenen. 

Planning
Vandaag theorie over hersenen, zenuwen en zintuigen en opdrachten 1,6,7,9 afmaken
woensdag 26-10
wassen
vitale functies en opdracht 10
maandag 31-10
eindgesprekken voorbereiden
eindtoets
woensdag 2-11
casussen SKILLs
eindgesprekken en afronden LWP

Slide 3 - Slide

woensdag: wassen en vitale functies meten oefenen. 

Afrondingopdracht week 9:
  1. Bij week 1 in ETO heb je bij bolletje 1 leerdoelen geformuleerd. Hoe heb je aan deze leerdoelen gewerkt? Heb je deze behaald?
  2. Welke werkprocessen heb je gekozen aan het begin en hoe heb je hieraan gewerkt?
  3. Wat heeft de LWP jou geleerd?
  4. Waar ben je trots op?
  5. Waar baal je van of vond je moeilijk?
  6. Hoe vond je jouw beroepshouding tijdens de Skills en in de lessen?


Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Indeling van de hersenen

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Slide 7 - Video

This item has no instructions

4 onderwerpen:
  • Grote hersenen
  • Hersenvliezen, hersenvocht, kleine hersenen en tussen  hersenen
  • zenuwstelsel
  • zintuigen 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Presenstatie voldoet aan volgende kenmerken:
  • functies orgaan  en werking
  • Verduidelijk je verhaal met plaatjes of tekening
  • verduidelijk je verhaal met een filmpje: bv Juf Danielle
  •  Ieder van je groepje heeft een taak
  • Voorbereidingstijd: 30 min

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Functie van de hersenen
Verantwoordelijk voor:
- De centrale regulatie van alle organen in het lichaam
- De opname van alle binnenkomende informatie
- De coördinatie van gepaste reacties op binnenkomende prikkels

Bestaan uit verschillende gebieden met eigen functies maar toch een geheel.

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Grote hersenen (Cerebrum)
De grote hersenen regelen:
  • Alle vrijwillige bewegingen 
  • Het denken en de intelligentie (leren van nieuwe dingen)
  • Het bewustzijn, het geheugen en de persoonlijkheid.

Zij verwerken bovendien alle zintuigelijke informatie van binnen en van buiten het lichaam en zorgen ervoor dat er correct op wordt gereageerd 

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Grote hersenen (cerebrum)

  • Bestaan uit een linker en een rechter hemisfeer (hersenhelft)
  • Beide helften zijn gescheiden door een diepe spleet
  • Beide helften zijn verbonden door corpus callosum (hersenbalk)
  • Veel vouwingen om meer oppervlak voor zenuwcellen te maken (hersenschors)

De grote hersenen bestaan uit 4 kwabben/gebieden...

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Hersenvliezen 
De hersenvliezen liggen tussen de schedel en de hersenen en lopen door tot aan het einde van het ruggenmerg in de onderrug.

Drie hersenvliezen:
  1. Harde hersenvlies (bestaat uit twee lagen)
  2. Spinnenwebvlies
  3. Zachte hersenvlies


Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Het hersenvocht
  • Bevindt zich in en om de hersenen
  • Zorgt voor schokdemping en bescherming van de hersenen en het ruggenmerg
  • Transport van voedingsstoffen en afvoer van afvalstoffen
  • Bevindt zich niet alleen in de ruimte tussen het spinnenwebvlies en het zachte hersenvlies maar ook in de hersenkamers ( het ventrikelsysteem)


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Slide 15 - Video

This item has no instructions

De hersenzenuwen
  • Hersenzenuwen beginnen in de hersenen zelf: eerste twee vanuit de grote hersenen overige tien vanuit de hersenstam. 
  • Kunnen Motorisch, sensorisch of gemengd zijn.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

De kleine hersenen  (cerebellum)
  • Coördineren houding, bewegingen  en 
motorische vaardigheden via de verbindingen met
de grote hersenen, de hersenstam en het ruggen-
merg. 

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

De tussenhersenen (diencephalon)
Liggen tussen de hersenen en de hersenstam en bevatten twee belangrijke controlecentra:

  • De thalamus; is schakelstation voor sensorische zenuwen. Ontvangt, verwerkt en verstuurd.
  • De hypothalamus; controlecentra die lichaamstempratuur, bepaalde gedragingen dorst honger en slaap reguleren. Regelt ook de hormoonuitscheiding van het hersenaanhangsel (hypofyse)

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

De hersenstam regelt veel vitale functies
A
Waar
B
Niet waar

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Er bestaan 14 hersenzenuwen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 20 - Quiz

This item has no instructions

Het spinnenwebvlies bestaat uit twee lagen
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Functie zenuwstelsel
  • Voelen
  •  Bewegen van spieren
  • Bewust zijn van je omgeving
  • Kunnen slapen en wakker zijn
  • Kunnen praten
  • Begrijpen wat je hoort

 Bij alle activiteiten die je onderneemt is het zenuwstelsel betrokken.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Functie zenuwstelsel
  • Vegetatieve functies (individu in leven houden)
ademhaling, bloeddruk en peristaltiek
Het vegetatieve (onwillekeurige of autonome) zenuwstelsel

  •  Animale functies (individu -> omgeving)
Voelen, bewegen, cognitieve functies, emoties en gedrag
Willekeurig zenuwstelsel

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

P: perifere zenuwen

C: hersenen en 
ruggenmerg

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Slide 25 - Video

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Zintuigen

Slide 27 - Slide

This item has no instructions

Slide 28 - Video

This item has no instructions

De zintuigen
- Zintuigen zorgen ervoor dat je kunt waarnemen
- Zintuigen doen dit de hele dag door
- Ook buiten je bewustzijn om

Best een mooi systeem van ons lichaam dus!

Slide 29 - Slide

Zintuigcellen zetten informatie van de buitenwereld om in elektrische signalen
Geluid
Licht
tast
reuk
smaak
temperatuur
Zintuigen
- Organen die bepaalde prikkels overbrengen
- Zetten prikkels om in impulsen
- Zenuwen pakken signalen op en geven het door aan je ruggenmerg
- Bestaat uit 6 zintuigen:
reuk, smaak, gevoels, gezichts, gehoor 
en evenwichtszintuig.

Slide 30 - Slide

This item has no instructions

Prikkels en impulsen
Een prikkel is een berichtje (uit de omgeving) dat wordt opgevangen in een zintuig.

In je zintuig wordt zo'n prikkel omgezet in een elektrisch stroompje, dat noem je een impuls

Slide 31 - Slide

This item has no instructions

De zintuigcellen

Zintuigcellen:
Zintuigen kunnen prikkels waarnemen omdat ze een grote aantal zintuigcellen hebben.
Andere naam voor die specifieke cellen: receptoren of sensoren.

Slide 32 - Slide

exteroreceptoren reageren op prikkels van buiten het lichaam
tong= smaak
neus= reuk
oog= gezichtsvermogen
oor=gehoor
huid= tast

interoreceptoren reageren op prikkels binnen het lichaam.
properiocepetoren geven informatie over het bewegingsapparaat. 
en de wanden van alle holle organen (darmen, longen, maag mondholte, urinewegen en bloedvaten)  geven informatie over de inhoud van het orgaan.
Zintuigen
elke zintuigcel is maar gevoelig voor 1 soort prikkel

Bv: zintuigcellen in je oog, gevoelig voor licht.

Net zoals een deurbel; reageert alleen als je op het knopje drukt!

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Zintuigen
Neurotransmitters:
Een chemische stof die elektrische prikkels kan overbrengen.

Als er genoeg neurotransmitters vrijkomen, dan wordt de aangrenzende gevoelszenuw geprikkeld en ontstaat er een impuls op de betreffende zenuw.

Slide 34 - Slide

Chemische stoffen (neurotransmitters) gemaakt in de synaps helpen het signaal over te laten springen. Het signaal gaat verder over de uitloper van de volgende zenuwcel. Als zintuigen geprikkeld worden, worden via zenuwen signalen naar de hersenen gestuurd. Deze signalen worden impulsen genoemd.
Reflex (en reflexboog)
Reflexboog


  • zintuigcel
  • gevoelszenuwcel
  • schakelcellen in
     ruggenmerg of hersenstam
  • bewegingszenuwcel
  • spier/klier
    REACTIE

Slide 35 - Slide

This item has no instructions

Zintuigen
Prikkeldrempel en drempelwaarde:
Prikkel moet een bepaalde sterkte hebben voordat een zintuigcel kan reageren. 
Sterkte die nodig is, noemen we drempelwaarde.

Slide 36 - Slide

This item has no instructions

Reukzintuig
- Kun je mee ruiken
- Geuren waarschuwen je voor gevaar
- Reukslijmvlies bestaat uit reukzintuigcellen, slijmklieren en steuncellen
- Reukzintuigcellen zijn langgerekte
gespecialiseerde zenuwuiteinden
- Geurreceptoren zorgen ervoor dat
er een impuls ontstaat.

Slide 37 - Slide

This item has no instructions

Smaakzintuig

- Om te proeven
- Proeven is samenspel van smaak en geurwaarneming
- Bij proeven blijft het niet; structuur en temperatuur belangrijke rol. Warme soep beter dan koude, krokante chips beter dan slappe chips
- Als je iets echt niet lust, kun je gaan kokhalzen, reflex

Slide 38 - Slide

This item has no instructions

Werking smaak

Slide 39 - Slide

This item has no instructions

Waar proef je welke smaak?

Slide 40 - Slide

This item has no instructions

 Gevoelszintuig
- Kunnen we mee voelen
- Bewust worden van het feit dat je iets aanraakt
- Voelen doe je via je huid, je huid is één groot voelorgaan
- Miljoenen zintuigcellen; druk, pijn, warmte en kou


Slide 41 - Slide

This item has no instructions

Gevoelszintuig
Werking gevoelszintuig:
Prikkels die gevoelszintuigen ontvangen, worden omgezet in een impuls
- er ontstaat een impuls als ze vervormen
- vervolgens gaan de impulsen via de uitlopers van de zenuwcel naar het ruggenmerg
- vanuit daar vervoerd naar de grote hersenen --> naar de gevoelsschors, daar wordt de informatie verwerkt en word je bewust van wat je voelt.

Slide 42 - Slide

This item has no instructions

Zintuigen in de huid
  1. Tastzintuigen
  2. Drukzintuigen
  3. Pijnzintuigen
  4. Warmte zintuigen
  5. Koude zintuigen

Slide 43 - Slide

This item has no instructions

de zintuigen zitten in je
A
organen
B
oren, ogen, tong, neus
C
oren, ogen, tong, neus, huid
D
in je hersenen

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Zintuigcellen maken van prikkels...
A
Prikkels
B
Impulsen
C
Warmte
D
Geur

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

Zintuigen reageren op ...
A
informatie
B
een impuls
C
een prikkel
D
dat waar je hersenen op willen reageren

Slide 46 - Quiz

This item has no instructions