T2: Repaso SO

Klasseregels:
Ga voor de les naar het toilet.
Ga rustig zitten op je stoel.
Pak je boek, werkboek en schrift. 
Zet je tas op de grond.
Wacht in stilte tot de docent begint met de les.

Wat gebeurd er als je niet luistert?
1x krijg je een waarschuwing en een streep.
2x krijg je een taakstraf van de docent en een tweede streep.
3x groene kaart ophalen en nablijven.
Herhaling

16 februari SO woordenschat

Na de vakantie 4 maart formatieve toets regelmatige werkwoorden en het werkwoord estar.
1 / 34
next
Slide 1: Slide
SpaansMiddelbare schoolmavo, havo, vwoLeerjaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Klasseregels:
Ga voor de les naar het toilet.
Ga rustig zitten op je stoel.
Pak je boek, werkboek en schrift. 
Zet je tas op de grond.
Wacht in stilte tot de docent begint met de les.

Wat gebeurd er als je niet luistert?
1x krijg je een waarschuwing en een streep.
2x krijg je een taakstraf van de docent en een tweede streep.
3x groene kaart ophalen en nablijven.
Herhaling

16 februari SO woordenschat

Na de vakantie 4 maart formatieve toets regelmatige werkwoorden en het werkwoord estar.

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Onderwerp: Wonen

Het leerdoel van vandaag:
Ik weet wat ik moet leren voor de SO.
El programa de hoy   (Het programma van vandaag)
Persoonlijke voornaamwoorden.
Regelmatige werkwoorden en onregelmatige werkwoorden.
Werkwoorden met een klinkerwisseling
Individueel
Kahoot!

Slide 2 - Slide

Ik mis dia's met instructie voor de leerlingen (bereid ze voor op wat ze gaan doen maak dit helder voor ze 
Op dia 1 staat "werkwoorden leren voor de toets " EN hoe lang... -> ik kan me voorstellen dat een leerling denkt dat ie nu 20 minuten moet gaan zitten leren

Wat weet je nog van de vorige les?
Persoonlijke voornaamwoorden.
Regelmatige en onregelmatige werkwoorden.
Werkwoorden met een Klinkerwisseling.

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Welk persoonlijk voornaamwoord is: Maria en Ana?
A
yo
B
tu
C
ellas
D
nosotras

Slide 5 - Quiz

This item has no instructions

Welk persoonlijk voornaamwoord is: Juan y tú?
A
yo
B
nosotros
C
vosotros
D
ellos

Slide 6 - Quiz

This item has no instructions

Welk persoonlijk voornaamwoord is: Señor Pedro Vaca?
A
Yo
B
C
él
D
usted

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions



De regelmatige werkwoorden
Stam + uitgang

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Verbos regulares en presente

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Checken
1. Yo _______ (cantar) una canción.
2. Tú _______ (leer) un libro.
3. Nosotros _______ (vivir) en Holanda.
4. Ellos _______ (vender) fruta.
5. Mis abuelos ___________(vivir) en Hengelo.
6. Vosotros ________ (hablar) holandés y español.

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Onregelmatige werkwoorden

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

WERKWOORDEN MET KLINKERWISSELING

E > IE
  • QUERER
  • PERDER
  • EMPEZAR
  • PREFERIR
  • PENSAR

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Werkwoorden met klinkerwisseling: e - ie

empezar
querer
yo
empiezo
quiero
empiezas
quieres
él/ella/usted
empieza
quiere
nosotros
empezamos
queremos
vosotros
empezáis
queréis
ellos/ellas
empiezan
quieren

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Trabajo individual 
1. Ga aan het werk in je grammatica boek. .
timer
20:00

Slide 15 - Slide

Gebruikelijk is de vraag:
Kies de juiste vervoeging.
EN liever (want is concreter), dit:
Of welk werkwoord is correct in de volgende zinnen
En dan kan het werkwoord tussen haakjes weg:
 Yo ___________ un café con leche
(infinitief is superflue)
Onregelmatige werkwoord: SER = zijn

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Tener = hebben
yo
tengo
tienes
él, ella, usted
tiene
nosotros
tenemos
vosotros
tenéis
ell@s, ustedes
tienen
Gebruik je voor:
-Leeftijd.
-Iets van jou is.
-Hoe je je voelt

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Waar of niet waar?
De 'stam' van het werkwoord, is het hele werkwoord, maar zonder -ar/-er/-ir
A
waar
B
niet waar

Slide 18 - Quiz

Deze vraag is zullen een aantal leerlingen niet begrijpen door de complexiteit en wat je zegt is incorrect! De persoonsvorm is namelijk: hablas, niet alleen -as.  Je bedoelt de uitgang
Maar ik vind dat je leerlingen van de onderbouw hier niet te veel mee moet lastig vallen.
Je bedoelt:
Hoe vervoeg je in het Spaans werkwoorden?
Je vervangt de laatste 2 letters door juiste uitgang.
Het blijft echt te abstract, dus zou ik NIET doen dit type vraag
Werk vooral met voorbeelden!
Het moet eenvoudig en als een kinderspelletje!



Oefenen met regelmatige werkwoorden op -AR
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
HABLÁIS
COMPRA
BUSCAN
HABLAMOS
COMPRAN
BUSCO
HABLO
COMPRAMOS
HABLAS
BUSCA

Slide 19 - Drag question

Hulp nodig ?  kijk op bladzijde 24 van de tekstboek.
Oefenen met regelmatige werkwoorden op -ER
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
COMO
APRENDES
BEBES
CORREMOS
VENDEN
APRENDEMOS
VENDÉIS
BEBE
COMEMOS
VENDO
APRENDEN
COME
CORRE
BEBÉiS

Slide 20 - Drag question

This item has no instructions

Oefenen met regelmatige werkwoorden op -IR
YO
ÉL, ELLA, USTED
NOSOTROS, NOSOTRAS
VOSOTROS, VOSOTRAS
ELLOS, ELLAS, USTEDES
VIVÍS
VIVIMOS
ESCRIBE
VIVO
COMPARTO
ESCRIBIMOS
COMPARTEN
VIVES
ESCRIBEN
VIVE

Slide 21 - Drag question

Hulp nodig ? kijk op bladzijde 24 van de tekstboek.
Alle regelmatige werkwoorden die op -ar eindigen hebben dezelfde vervoeging. Bijvoorbeeld: cantar (zingen) en hablar (spreken).

cantar
hablar
yo (ik)
hablo
tu (jij)
cantas
él/ella/usted (hij,zij, u)
hablas
nosotros/nosotras (wij)
cantamos
vosotros/vosotras (jullie)
habláis
ellos/ellas/ustedes (zij/u)
cantan
hablas
hablamos
hablan
canto
canta
cantáis

Slide 22 - Drag question

This item has no instructions

comer
vivir
yo
como
o
comes
es
él/ella/usted
come
nosotros/nostras
vosotros/vosotras
ellos/ellas/ustedes
en
vive
comemos
comen
vivimos
coméis
vivís

Slide 23 - Drag question

This item has no instructions

Blokket
1. Ga naar blooket pincode
2. Voer de pin code in.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Hebben we het doel behaald?
Quiz maken.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

[beber] Yo _____ una coca cola.
A
bebo
B
bebes
C
bebe
D
beben

Slide 26 - Quiz

Vanaf hier is het lekker praktisch en kort en duidelijk!
Een dingetje:
Het is gebruikelijk in het Nlse onderwijs om het werkwoord achter de persoonsvorm te zetten, dus:
Yo (beber) un café con leche
EN :  bij jouw vragen die nu komen kan het gewoon weg!! (zie opmerking vorige dia)
[abrir] Mi amiga _____ la puerta.
A
abro
B
abre
C
abres
D
abren

Slide 27 - Quiz

This item has no instructions

[comer] Paco y yo _____ una pizza.
A
como
B
comes
C
comen
D
comemos

Slide 28 - Quiz

This item has no instructions

[vivir] Carmen _____ con la familia.
A
vivís
B
vive
C
viven
D
vivimos

Slide 29 - Quiz

This item has no instructions

[hablar] ¿Vosotros _____ en holandés?
A
habláis
B
habla
C
hablan
D
hablamos

Slide 30 - Quiz

This item has no instructions

[bailar] Yo _____ en la fiesta.
A
bailo
B
baila
C
bailas
D
bailamos

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

[leer] Paco _____ un libro.
A
lees
B
leo
C
leemos
D
lee

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Extra: Fragmento de vídeo
Vind je het vervoegen van de werkwoorden  nog lastig? Bekijk dan het fragment (zie volgende slide).

Slide 33 - Slide

This item has no instructions

Slide 34 - Video

This item has no instructions