Rekentaal Redactiesommen

Rekentaal in verhaalsommen
Stappenplan
1. Lees de opgave rustig en goed door.
2. Begrijp ik de woorden?
3. Welke som moet je uitrekenen om een antwoord te geven op de vraag?
4. Reken de som uit.
5. Reken de som nog eens na. Past je antwoord bij het verhaaltje?

1 / 20
next
Slide 1: Slide
RekenenMBOStudiejaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Rekentaal in verhaalsommen
Stappenplan
1. Lees de opgave rustig en goed door.
2. Begrijp ik de woorden?
3. Welke som moet je uitrekenen om een antwoord te geven op de vraag?
4. Reken de som uit.
5. Reken de som nog eens na. Past je antwoord bij het verhaaltje?

Slide 1 - Slide

Mo is een rij planken aan het maken. Op de eerste plank kunnen 2 dozen, op de tweede plank 5 dozen en op de derde plank 8 dozen. In de dozen gaan 5 flacons. Hoeveel flacons zijn dat in totaal?

Slide 2 - Slide

Wat is een flacon
A
Een beeldje
B
Een bord
C
Een fles
D
Een schaal

Slide 3 - Quiz

Mo is een rij planken aan het maken. Op de eerste plank kunnen 2 dozen, op de tweede plank 5 dozen en op de derde plank 8 dozen. In de dozen gaan 5 flacons. Hoeveel flacons zijn dat in totaal?
A
Dit is een + som
B
Dit is een - som
C
Dit is een x som
D
Dit is een : som

Slide 4 - Quiz

Mo is een rij planken aan het maken. Op de eerste plank kunnen 2 dozen, op de tweede plank 5 dozen en op de derde plank 8 dozen. In de dozen gaan 5 flacons. Hoeveel flacons zijn dat in totaal?

Slide 5 - Open question

Fenne heeft als hobby bakken en koken. Ze maakt voor haar moeder een vlaai. Ze heeft hiervoor 5 dl water nodig. Ze heeft een kan waar 50 ml in kan. Hoe vaak moet ze deze vullen?

Slide 6 - Slide

Wat is een vlaai?
A
Een taart
B
Een hoop
C
Een broodje
D
Een som

Slide 7 - Quiz

Fenne heeft als hobby bakken en koken. Ze maakt voor haar moeder een vlaai. Ze heeft hiervoor 5 dl water nodig. Ze heeft een kan waar 50 ml in kan. Hoe vaak moet ze deze vullen?
A
Dit is een - som
B
Dit is een x som
C
Dit is een + som
D
Dit is een : som

Slide 8 - Quiz

Fenne heeft als hobby bakken en koken. Ze maakt voor haar moeder een vlaai. Ze heeft hiervoor 5 dl water nodig. Ze heeft een kan waar 50 ml in kan. Hoevaak moet ze deze vullen?

Slide 9 - Open question

Van de 30 mensen zijn er 6 mensen die secuur werken. Hoeveel procent is dit?

Slide 10 - Slide

Wat is secuur
A
Veel
B
Weinig
C
Snel
D
Netjes

Slide 11 - Quiz

Van de 30 mensen zijn er 6 mensen die secuur werken. Hoeveel procent is dit?

Slide 12 - Open question

De tijd is nu 15.30. Om 16.10 begint het schoolfeest. Hoeveel minuten duurt dat nog?

Slide 13 - Open question

David koopt een stereoset van 299 euro. Daarbij koopt hij nog eens geluidsboxen van 199 euro. Hoeveel euro moet hij betalen?

Slide 14 - Open question

In een zak chips zit normaal altijd 150 gram. Nu krijg je 30% extra. Hoeveel gram zit er nu in?

Slide 15 - Open question

Op de kassabon van Kaylee staat;
Chips: 0,89 euro Nootjes: 1,09 euro
Pannenkoeken: 2,60 euro Cake: 1,39 euro.
Hoeveel betaalt ze? Rond af op hele euro's

Slide 16 - Open question

Aan het eind van het jaar blijkt dat er 123489 mensen over een weg zijn gereden met hun auto. Hoeveel mensen zijn dat ongeveer gemiddeld per maand? Rond af op duizendtallen.

Slide 17 - Open question

Aiden is oude zegels aan het uitzoeken. De zegels zijn nog geld waard. Wat is de totale waarde van deze zegels? Dit zijn de waardes:
65 cent, 70 cent, 45 cent, 5 cent en 285 cent
A
370
B
470
C
465
D
480

Slide 18 - Quiz

Voor de terugkomst van hun vader kopen Hidde, Jade, Jasmijn en Jan een horloge van 132 euro. Ze verdelen de kosten eerlijk. Wat zijn ze per persoon kwijt?

Slide 19 - Open question

Welk getal ligt precies tussen 53,6 en 53,7?

A
53,60
B
54,0
C
53,65
D
53,67

Slide 20 - Quiz