Op de eerste rijbaan zijn geen auto's, dus steekt Nienke over. Op de tweede rijbaan komen wel auto's aan.
Wat moet Nienke doen.
A
In het midden van de oversteekplaats stoppen.
B
Hard bellen met haar fietsbel.
C
Ze mag doorfietsen, want de auto moet voor haar stoppen
D
Ze kan beter terugfietsen.