Maandag 19 oktober

Maandag19 oktober 2026
09.15 uur 10.00 uur Engels
13.05 - 13.50 uur  DIctee 
10.00- 10.45 uur Sport
13.50 - 14.35 uur Mens & Maatschappij
10.45 - 11.05 uur  PAUZE 
14.35 -14.45 uur PAUZE
11.05 - 11.50  uur NT2 Hoe was je weekend? Boek lezen
14.45 - 15.30 uur 
11.50- 12.35  uur SOFTKETCHUP
15.30 - 16.15 uur
12.35 - 13.05 uur PAUZE 
1 / 36
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Maandag19 oktober 2026
09.15 uur 10.00 uur Engels
13.05 - 13.50 uur  DIctee 
10.00- 10.45 uur Sport
13.50 - 14.35 uur Mens & Maatschappij
10.45 - 11.05 uur  PAUZE 
14.35 -14.45 uur PAUZE
11.05 - 11.50  uur NT2 Hoe was je weekend? Boek lezen
14.45 - 15.30 uur 
11.50- 12.35  uur SOFTKETCHUP
15.30 - 16.15 uur
12.35 - 13.05 uur PAUZE 

Slide 1 - Slide

Engels
Met mevrouw MIEKE

Slide 2 - Slide

SPORT
In de sporthal bij mevrouw Asli

Slide 3 - Slide

Pauze
  • Waar is de pauze?
  • Wat mag wel en wat mag niet in de pauze?
  • Waar mag je buiten zijn in de pauze? 

Slide 4 - Slide

Hoe was je weekend?
We gaan elkaar vertellen hoe de vakantie was en wat we hebben gedaan.
Daarna gaan jullie lezen in je leesboek.
Als er nog vragen zijn, hoor ik ze graag!

Slide 5 - Slide

SOFTKETCHUP
D of T aan het eind????

Slide 6 - Slide

softketchup

Slide 7 - Slide

Korte samenvatting 
Hoe maak je een voltooid deelwoord?                 maken               vieren
1. Maak eerst de ik-vorm                                              maak                  vier
2. Kijk naar de laatste letter                                        maak                  vier
     Is de laatste letter een s, f, t, k, ch, of p?  -> SOFTKETCHUP
     Ja? -> het voltooid deelwoord krijgt een 't'    
     Nee? -> het voltooid deelwoord krijgt een 'd'
3. Schrijf 'ge' voor de ik-vorm en een 't' of een 'd' aan het eind
                                                                                                    gemaakt            gevierd

Slide 8 - Slide

Uitleg
GEEN SOFTKETCHUP   =  voltooid deelwoord met een D

duwen
duw|en
      w        =   geduwd


Slide 9 - Slide

Wat is het goede voltooid deelwoord van werken?
A
Ik heb gisteren gewerken.
B
Ik heb gisteren gewerkd.
C
Ik heb gisteren gewerkt.

Slide 10 - Quiz

Wat is het goede voltooid deelwoord van koken?
A
Ik heb gisteren de pasta gekookt.
B
Ik heb gisteren de pasta gekookd.

Slide 11 - Quiz

Ik heb ............. (fietsen)

Slide 12 - Open question

Zij hebben .................... (reizen)

Slide 13 - Open question

Hij heeft ........................ (werken)

Slide 14 - Open question

Ik heb in Utrecht ....................... (wonen)

Slide 15 - Open question

Heb je muziek ............................(luisteren)?

Slide 16 - Open question

Hij heeft een wedstrijd .............. (spelen)

Slide 17 - Open question

Ik heb op jou ........................ (wachten)

Slide 18 - Open question

Ik ga morgen naar school
inversie
Morgen ga ik naar school


Slide 19 - Slide

Ik ben zaterdag vrij.

Slide 20 - Open question

Hij heeft woensdag een afspraak.

Slide 21 - Open question

Wij gaan volgende week dansen.

Slide 22 - Open question

Ik fiets straks naar huis.

Slide 23 - Open question

Ik word blij van mooi weer.

Slide 24 - Open question

werkwoord   
een werkwoord vertelt wat er gebeurt in een zin

Ik loop naar school.
Ik fiets naar school.

Slide 25 - Slide

onderwerp = wie of wat
Ik loop naar school.
Ik fiets naar school. 
Hij loopt
Wij fietsen

Slide 26 - Slide

onderwerp = wie of wat
De hond loopt.
De auto rijdt.
Het kopje valt.
 

Slide 27 - Slide

waar?
Waar vertelt over een plaats, een plek.
Bijvoorbeeld: 
in de klas, op het dak, achter de deur, in Zutphen, naast jou.

Slide 28 - Slide

Wanneer?
Wanneer vertelt iets over de tijd.
Bijvoorbeeld:
Morgen, volgend jaar, over een uur, later, in de lente

Slide 29 - Slide

maak een zin met een werkwoord, een onderwerp (wie of wat) en een bepaling van tijd (wanneer)

Slide 30 - Open question

Maak een zin met een werkwoord, een onderwerp (wie of wat) en een bepaling van plaats (waar)

Slide 31 - Open question

Maak een zin met een werkwoord, een onderwerp, een bepaling van tijd (wanneer) en een bepaling van plaats (waar).

Slide 32 - Open question

Pauze
  • Waar is de pauze?
  • Wat mag wel en wat mag niet in de pauze?
  • Waar mag je buiten zijn in de pauze? 

Slide 33 - Slide

DICTEE 2.2
De vloer is vies.
Welk fruit vind jij het lekkerst?
Ik verdien veel geld, maar hij verdient meer.
Een miljoen euro is minder dan een miljard euro.
Wilt u langzamer praten?
Welke jas vind jij het mooist?
Ik ben ziek geweest, maar ik voel me al veel beter.
We kijken in het weekend vaak tv.

Slide 34 - Slide

MENS & MAATSCHAPPIJ
met mevrouw Yvonne v. W.

Slide 35 - Slide

TALENTUREN UITERLIJKE VER.

Slide 36 - Slide