This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.
Items in this lesson
Welkom!
- jas: kapstok/kluis
- mond : leeg
- telefoon: kluisje
- iPad: tas (grond)
- deur dicht: mond dicht
Slide 1 - Slide
Dagopening: "dat botst"
Slide 2 - Slide
Wat hebben we tot nu toe gedaan-les 3
Slide 3 - Slide
Lesdoelen
Terugblik (wie, wat, waarom en hoe)
Kijken naar (en vaststellen of) jullie groepje zich aan de opdracht heeft gehouden
Aanpassen wat nog nodig is (5 min)
Kahoots hosten en spelen
Na elke Kahoot vertellen wat je geleerd hebt
Evaluatie van de opdracht
Slide 4 - Slide
Opdracht
Twee weken geleden hebben we van alles herhaald:
Kies een onderwerp dat je aanspreekt
Maak groepjes van 2 à 3 leerlingen
Gebruik deze les om (nog meer) informatie te verzamelen over jullie onderwerp
Gebruik de sites en de lesson-ups die we hebben gebruikt
Vorige week hebben jullie met je groepje van je gevonden info. een leerzame Kahoot gemaakt :
Zorg dat iedereen bij de Kahoot kan (maak allemaal zelf 1, of deel de inloggegevens)
Bedenk wat het doel is van je Kahoot. Wat moeten we er van leren?
Maak minimaal 8 vragen waarin jullie je klasgenoten bruikbare tips geven of belangrijke dingen leren over jullie onderwerp.
Slide 5 - Slide
Stap 1 van je opdracht was: Kies een onderwerp dat interessant is en waar je graag meer over wilt weten. Is dat gelukt?
😒🙁😐🙂😃
Slide 6 - Poll
Stap 2: Bedenk wat je nog meer wilt weten over dit onderwerp, waar ook anderen iets aan hebben. Zorg voor bruikbare tips, niet alleen leuke "weetjes". (Lesson-ups en de linkjes). Vind je dat jullie voldoende informatie hebben gevonden?
😒🙁😐🙂😃
Slide 7 - Poll
Stap 3 Maak een kahoot waar we van kunnen leren wat jullie hebben geleerd over dit onderwerp
A
Wij zijn klaar
B
Wij zijn bijna klaar
C
Wij hebben wel vragen bedacht, maar deze voldoen (nog) niet aan de opdracht
D
Het lukt ons niet om de informatie te verwerken in de Kahoot
Slide 8 - Quiz
timer
5:00
Slide 9 - Slide
Evaluatie
‘Noem 1 ding dat je vandaag tijdens de les hebt geleerd’,
‘Wat heb jij deze les van jezelf laten zien waar je trots op bent’,
‘Wat heeft een klasgenoot deze les van zichzelf laten zien waar hij/zij trots op mag zijn’.