exponentiele groei

exponentiele groei
1 / 24
next
Slide 1: Slide
WiskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

exponentiele groei

Slide 1 - Slide

Hoofstuk 8 - Allerlei verbanden
Pak deze spullen op tafel:
- Wiskundeboek 
- Wiskundeschrift
- pen
- rekenmachine
- laptop

Slide 2 - Slide

leerdoelen 
Je kan de formule opstellen bij een exponentiele groei
Je kan aan de hand van een procentuele toename of afname de groeifactor bepalen.
Je kan rekenen met procenten en groeifactoren.

Slide 3 - Slide

8.1 Exponentiële groei
tijd t
0
1
2
3
4
bedrag B in miljarden dollars
0,3
0,6
1,2
2,4
4,8
Exponentiële groei

Slide 4 - Slide

8.1 Exponentiële groei
tijd t
0
1
2
3
4
bedrag B in miljarden dollars
0,3
0,6
1,2
2,4
4,8
Exponentiële groei

Slide 5 - Slide

8.1 Exponentiële groei
Negatieve groeifactoren komen niet voor

Slide 6 - Slide

8.2 Procenten en groeifactoren
vermenigvuldigingsfactor
groeifactor

Slide 7 - Slide

Herhaling 4.4 Vermenigvuldigingsfactor
TOENAME

Toename van 15% is 100% + 15% = 115%
Vermenigvuldigingsfactor is dan 115% : 100 = 1,15

Toename van 20% is 100% + 20%= 120%
Vermenigvuldigingsfactor is dan 120% : 100 = 1,2

Slide 8 - Slide

Herhaling 4.4 Vermenigvuldigingsfactor
AFNAME

Afname van 12% is 100% - 12% = 88%
Vermenigvuldigingsfactor is 88% : 100 = 0,88

Afname van 6% is 100% - 6% = 94%
Vermenigvuldigingsfactor is 94% : 100 = 0,94

Slide 9 - Slide

8.3 Tabellen
N=bgt
N=at+b
N=b+at

Slide 10 - Slide

voorbeeld
Een bedrag van 150 euro staat tegen een jaarlijkse rente van 3,8% op een rekening.
a. Stel de formule op van het bedrag B in euro's dat na t jaar op de rekening staat.

Slide 11 - Slide

voorbeeld 
Een bedrag van 150 euro staat tegen een jaarlijkse rente van 3,8% op een rekening.
b. Hoeveel is het bedrag na 8 jaar?

B=1501,038t

Slide 12 - Slide

voorbeeld
Een bedrag van 150 euro staat tegen een jaarlijkse rente van 3,8% op een rekening.
c. Na hoeveel jaar staat er voor het eerst meer dan 250 euro op de rekening?

B=1501,038t

Slide 13 - Slide

voorbeeld
Een bedrag van 150 euro staat tegen een jaarlijkse rente van 3,8% op een rekening.
d. Met hoeveel euro neemt het bedrag het twaalfde jaar toe?

B=1501,038t

Slide 14 - Slide

Procenten en groeifactoren
Bij een procentuele toename van 
- 27% per jaar hoort een exponentiële groei met groeifactor 1,27 per jaar.
- 2,7% per jaar hoort een exponentiële groei met groeifactor 1,027 per jaar.

Slide 15 - Slide

Procenten en groeifactoren
Bij een procentuele afname van 
- 27% per jaar hoort een exponentiële groei met groeifactor 0,73 per jaar.
- 2,7% per jaar hoort een exponentiële groei met groeifactor 0,973 per jaar.

Slide 16 - Slide

leerdoelen 8.3
Je kan aan de hand van een tabel bepalen of er sprake is van exponentiële groei of lineaire groei.
Je kan de formule opstellen van exponentiële groei en lineaire groei aan de hand van een tabel.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Groeifactor berekenen
Als er exponentiële groei is kan je uit de tabel de groeifactor berekenen.  








jaren
kosten
20 000
15 000
11 250
8437,50
6328,13
0
1
2
3
4
groeifactor=oude.hoeveelheidnieuwe.hoeveelheid
groeifactor=2000015000=1500011250=112508437,50=8437,506328,13=0,75
let op
Als je weet dat er exponentiële groei is en je moet de groeifactor berekenen, hoef je de deling maar één keer uit te voeren,
Als je exponentiële groei moet bewijzen (laten zien) dan moeten alle delingen dezelfde uitkomst hebben. 

Slide 19 - Slide

Exponentiële groei in een tabel
formule = ...............................................

Slide 20 - Slide

Geeft deze tabel exponentiële groei weer?
A
ja, begingetal 5, groeifactor 10
B
Nee, de groeifactor is niet steeds zelfde
C
Ja, begingetal 5, groeifactor 3
D
Nee, tabel begint niet bij 0

Slide 21 - Quiz

Welke tabel hoort niet bij exponentiële groei?

Slide 22 - Open question

Slide 23 - Link

Lineaire  groei

Per tijdseenheid neemt de hoeveelheid met hetzelfde getal toe of af.


Exponentiële groei

Per tijdseenheid wordt de hoeveelheid met hetzelfde getal vermenigvuldigd.


N=bgt
N=at+b

Slide 24 - Slide