Jong en oud hoofdstuk 3 herhaling

Jong en oud hoofdstuk 3
Werken en belasting betalen
1 / 34
next
Slide 1: Slide
EconomieMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Jong en oud hoofdstuk 3
Werken en belasting betalen

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Video

Slide 3 - Link

Belasting
  • Waarom betalen we belasting (en premies)?
  • Inkomstenbron overheid
  • = financiering overheidsdiensten en voorzieningen

Slide 4 - Slide

Kunnen H3:
- Uitleggen hoe verschillende belastingstelsels de inkomens nivelleert of denivilleert.
- Aan de hand van een gegeven situatie uitrekenen hoeveel belasting iemand moet betalen.
- Met behulp van het gemiddelde belastingtarief bepalen welk belastingstelsel wordt toegepast.

Slide 5 - Slide

H3 Jong en oud
Brutoloon
- Loonheffingen (loonbelasting + sociale premies)
--------------------------------------------------------------
= Nettoloon


De loonheffing is een 
voorheffing (schatting) van de Fiscus!

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Wat is het verschil tussen je bruto- en je nettoloon?

Slide 8 - Open question

Waarom betalen we belastingen en sociale premies?

Slide 9 - Open question

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Wat moet je kunnen
Om de loonbelasting te berekenen moet je het belastbaar inkomen berekenen. 

Slide 13 - Slide

Belastbaar inkomen
Je mag sommige kosten aftrekken van je inkomen zodat je minder belasting hoeft te betalen (aftrekposten). Bijvoorbeeld hypotheekrente, giften aan goede doelen, reiskosten woon-werkverkeer, ziektekosten

Je betaalt belasting over je Belastbaar inkomen

Het belastbaar inkomen = Bruto inkomen - aftrekposten'

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Video

-Bruto jaarinkomen €32.000 exclusief 8% vakantiegeld
- De hypotheek is €200.000
-De hypotheekrente is 2%
Bereken het belastbaar inkomen. Schrijf je berekening op.
timer
3:00

Slide 16 - Open question

-Bruto jaarinkomen €38.000 exclusief 7% vakantiegeld
- De hypotheek is €250.000
-De hypotheekrente is 3%
Bereken het belastbaar inkomen. Schrijf je berekening op.
timer
3:00

Slide 17 - Open question

Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Nederlandse situatie
  • Box 1
  • Schijvensysteem
  • Eerst schijf vol, dan volgende euro's in volgende schijf

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide

Hoeveel belasting betaalt
iemand met een belastbaar
inkomen van 100.000 euro?
timer
5:00

Slide 22 - Open question

Uitwerking
  • Belastbaar inkomen 100.000 euro
  • Eerste schijf => 37.149  voor 36,93% => 100.000 - 37.149 = 62.851 over
  • Tweede schijf => 35.883 voor  36,93% => 62.851 -35.883 = 26.968 over
  • Derde schijf => 26.968 voor 49,50%
  • 37.149 x 0,3693 + 35.883 x 0,3693 + 26.968 x 0,495 = 40.319 euro  belasting
  • Netto hou je 100.000 - 40.319 = 59.681 euro over

Slide 23 - Slide

Aftrekpost/bijtelling/heffingskorting
  • Bruto inkomen  ≠ belastbaar inkomen
  • Aftrekposten & bijtellingen => belastbaar inkomen
  • Heffingskortingen (van uitgerekende bedrag)

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Slide

Sanne heeft een bruto-inkomen van €100.000.
Haar te betalen belasting is €34.400. Wat is
haar gemiddelde belastingdruk?

Slide 27 - Open question

Sanne heeft een bruto-inkomen van €100.000.
Haar te betalen belasting is €34.400. Wat is
haar marginaal tarief?

Slide 28 - Open question

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Nivellering
Denivellering
Degressief belastingstelsel
Progressief belastingstelsel
Proportioneel belastingstelsel
Aftrekposten
heffingskortingen

Slide 31 - Drag question

Slide 32 - Slide

Oefenen belastingsom
Open je lesbrief op blz. 23.
Maak opdracht 3.11 en 312 van de Zelftest.

Klaar? 
Maak opdracht 3.13 af (b t/m f). 

Slide 33 - Slide

Ga in groepjes aan de slag. 
Ga in groepjes van 4 of 5 personen zitten. 

Schrijf achter ieder begrip de definitie. 

Slide 34 - Slide