Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Hoofdgedachte en structuur
Examenstof Nederlands havo
Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Hoofdgedachte en structuur
Examenstof Nederlands havo
Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1.1 hoofdgedachte; 3F tekst opdelen in eenheden. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Wat ga je kunnen?
Ik kan het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst en van alinea's aanwijzen of verwoorden, en de functie van tekstdelen benoemen.
This item has no instructions
Waar kijk je naar als je in tien seconden wilt weten wat een tekst wil zeggen?
Verwacht: titel, eerste en laatste alinea, tussenkopjes, vetgedrukte woorden, het slot. Schrijf de woorden op het bord en gebruik ze in blok 3 weer. Veelgemaakte fout: denken dat je daarvoor de hele tekst moet lezen.
Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Onderwerp en hoofdgedachte
Het onderwerp is waar de tekst over gaat: een paar woorden
De hoofdgedachte is wat de schrijver over dat onderwerp wil zeggen: een hele zin
Voorbeeld: onderwerp 'schoolreizen', hoofdgedachte 'schoolreizen moeten betaalbaar blijven'
Bij een betoog is de hoofdgedachte vaak het standpunt van de schrijver
Syllabus A1.1: onderwerpen en hoofdgedachten van gehele teksten en tekstgedeelten aanwijzen of parafraseren (expliciet) en verwoorden (impliciet). Veelgemaakte fout: het onderwerp opschrijven als antwoord op de vraag naar de hoofdgedachte. Een onderwerp is een woordgroep, een hoofdgedachte een volledige uitspraak. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
Boekenkasten in de bibliotheek van Anjo (Japan)
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Expliciet of impliciet
Staat de hoofdgedachte in één zin, dan parafraseer je die: zeg hem in eigen woorden
Staat hij er niet, dan verwoord je hem zelf op basis van alle alinea's
Je zin dekt de hele tekst: niet te smal (één deel) en niet te breed (meer dan er staat)
Titel, slotalinea en herhaalde woorden zijn aanwijzingen, maar controleer ze met de tekst
Expliciet betekent dat de hoofdgedachte letterlijk of bijna letterlijk in de tekst staat; impliciet dat de lezer hem zelf moet samenstellen. Veelgemaakte fout: een detail of één argument kiezen omdat het opvallend is. Image credit: Asturio Cantabrio / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Tekst 1: De stiltezone
(1) De stadsbibliotheek heeft sinds een jaar een stiltezone op de eerste verdieping. Wie daar binnenkomt, zet de telefoon op stil en praat alleen fluisterend.
(2) Het effect is groot. Meer scholieren en studenten komen er leren en de bibliotheek ziet meer bezoekers dan ooit. Daarom pleit bibliothecaris Marloes de Wit voor een tweede stiltezone: volgens haar is rust het product dat bezoekers het meest missen.
Eigen tekst voor Examenstof
Voorbeeldtekst bij blok 1. Marloes de Wit is een verzonnen persoon. De hoofdgedachte staat expliciet in de laatste zin van alinea 2. Laat leerlingen eerst zelf onderwerp en hoofdgedachte opschrijven.
Wat is het onderwerp van tekst 1?
De bezoekersaantallen van bibliotheken
Telefoongebruik in openbare gebouwen
De stiltezone in een bibliotheek
Het werk van een bibliothecaris
Het onderwerp is waar de tekst over gaat: de stiltezone. De andere opties zijn te breed of een detail. Verwachte fout: bezoekersaantallen kiezen, omdat alinea 2 daar over begint.
Wat is de hoofdgedachte van tekst 1?
Een tweede stiltezone is gewenst, want rust trekt bezoekers
Er komen meer bezoekers in de bibliotheek
Bibliotheken moeten praten helemaal verbieden
In een stiltezone mag alleen worden gefluisterd
De hoofdgedachte combineert het standpunt (een tweede stiltezone) met de reden. Meer bezoekers is een deel van de onderbouwing (te smal), praten verbieden gaat verder dan de tekst (te breed), fluisteren is een detail uit alinea 1.
De bibliotheek van de University of Reading (Verenigd Koninkrijk)
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Kernzin en deelonderwerp
Een deelonderwerp is waar één alinea of tekstdeel over gaat
De kernzin is de zin die de kern van die alinea zegt
De kernzin staat vaak vooraan of achteraan, soms in het midden
Test: schrap de andere zinnen; blijft de kern dan nog staan? Dan heb je de kernzin
Veelgemaakte fout: de eerste zin altijd als kernzin aanwijzen. Een eerste zin is soms alleen een opstapje of een vraag, en de kernzin volgt daarna. Image credit: Tim Landy / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Parafraseren en verwoorden
Parafraseren is dezelfde betekenis in eigen woorden zeggen, kort en duidelijk
Je schrijft dus niet de kernzin over, maar zegt wat er staat met andere woorden
Citeren doe je alleen als de vraag erom vraagt, bijvoorbeeld met de eerste en laatste woorden
Bij een impliciete hoofdgedachte staan alleen aanwijzingen: herhaalde woorden, voorbeelden, toon
Een goede hoofdgedachte begrijpt ook iemand die de tekst niet kent
Citeervragen op het examen vragen vaak om de eerste en laatste woorden van een zin; parafraseren is steeds iets anders. Veelgemaakte fout: een stuk uit de tekst overschrijven en denken dat dit een parafrase is.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Tekst 2: Groen op het schoolplein
(1) Veel schoolpleinen zijn grijze vlaktes van tegels. In de zomer wordt het er snel te warm en na een bui staan er grote plassen.
(2) Een groen plein is beter voor iedereen. Bomen geven schaduw, planten nemen regenwater op en kinderen spelen graag tussen het groen.
(3) Dat kost wel geld. Een school zonder budget kan beginnen met een paar grote plantenbakken en een moestuin, en ouders vragen om te helpen.
Eigen tekst voor Examenstof
Voorbeeldtekst bij blok 2. Alinea 1 stelt het probleem, alinea 2 heeft de kernzin vooraan, alinea 3 gaat over de aanpak met weinig geld.
Welke zin is de kernzin van alinea 2?
Bomen geven schaduw op warme dagen.
Een groen plein is beter voor iedereen.
Planten nemen regenwater op.
Kinderen spelen graag tussen het groen.
De eerste zin zegt de kern, de andere zinnen geven redenen of details. Verwachte fout: een van de details kiezen omdat die concreet klinkt.
Wat is het deelonderwerp van alinea 3?
Waarom schoolpleinen grijs zijn
Het gebrek aan schaduw op het plein
De hulp van ouders bij het schoolplein
Hoe een school met weinig geld kan beginnen
Alinea 3 gaat over beginnen met een klein budget. De hulp van ouders is een detail binnen die alinea (te smal). Alinea 1 gaat over het probleem.
Boekenkasten in de stadsbibliotheek van Isahaya (Japan)
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Een tekst opdelen
Een tekst bestaat uit eenheden: delen met één eigen taak in het geheel
De inleiding introduceert het onderwerp en vaak het probleem of standpunt
De kern werkt uit: argumenten, uitleg, voorbeelden en tegenargumenten
Het slot rondt af: conclusie, samenvatting of oproep
Syllabus 3F (bijlage 2): de tekst opdelen in betekenisvolle eenheden en de functie van die eenheden benoemen. Een eenheid kan uit meer dan één alinea bestaan. Veelgemaakte fout: elke alinea als een eigen eenheid zien. Image credit: Asturio Cantabrio / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
De functie van een alinea
Het deelonderwerp zegt waar een alinea over gaat, de functie zegt wat de alinea in de tekst doet
Functies zijn bijvoorbeeld: argument geven, voorbeeld geven, tegenargument noemen, conclusie trekken
Een inleiding of een slot kan uit één alinea bestaan; soms vormen twee alinea's samen één eenheid
Een alinea met 'natuurlijk' of 'echter' bevat vaak een tegenargument dat daarna wordt weerlegd
Vraag je af: wat zou de lezer missen als deze alinea er niet stond?
Functie en inhoud worden vaak verward. Bij de vraag 'Welke functie heeft alinea 3?' is 'de kosten van het plan' dus een deelonderwerp en geen functie. Signaalwoorden worden uitgebreid behandeld in het onderwerp Verbanden in een tekst.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Tekst 3: Zelf je rooster kiezen
(1) Wie zou er niet graag zelf zijn rooster bepalen? Op een school in het noorden mogen leerlingen van 5 havo hun tussenuren nu zelf invullen.
(2) De school noemt het een succes. Leerlingen plannen hun werk beter en komen minder vaak te laat. Een mentor merkt het ook: 'Ze nemen meer verantwoordelijkheid.'
(3) Toch is er kritiek. Sommige ouders vrezen dat leerlingen vooral gaan rondhangen. Dat gebeurt weleens, maar de school controleert de aanwezigheid met een app en grijpt in als het misgaat.
(4) Het is dus verstandig om zo'n vrijheid ook op andere scholen toe te staan.
Eigen tekst voor Examenstof
Voorbeeldtekst bij blok 3. Verzonnen school en mentor. Functies: 1 inleiding, 2 argument, 3 tegenargument met weerlegging, 4 conclusie (slot).
Welke functie heeft alinea 3 in tekst 3?
Een tegenargument noemen en weerleggen
Een tweede argument voor het standpunt geven
De lezer in het onderwerp inleiden
De conclusie van de tekst trekken
De alinea begint met 'Toch is er kritiek' en weerlegt die kritiek met de app. Verwachte fout: 'tweede argument' kiezen, omdat het ook over de school gaat.
Zet de functies van de alinea's van tekst 3 op volgorde
Dit is de volgorde waarin de alinea's in tekst 3 staan: 1 inleiding, 2 argument, 3 tegenargument met weerlegging, 4 conclusie.
Wat vond je vandaag het lastigst?
Onderwerp en hoofdgedachte scheiden
Een kernzin aanwijzen
Een hoofdgedachte zelf verwoorden
De functie van een alinea benoemen
Gebruik de uitslag om te bepalen welk onderdeel je in de training extra uitlicht.
Hoe controleer je of jouw hoofdgedachte klopt?
Een goed antwoord: ik kijk of mijn zin voor de hele tekst geldt (niet te smal en niet te breed) en of de slotalinea en de kernzinnen erbij passen. Verwachte fout: alleen zeggen dat je de eerste alinea nog eens leest.
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Begrippen (1/2)
onderwerp: Waar een tekst over gaat, in een paar woorden
hoofdgedachte: Wat de schrijver over het onderwerp wil zeggen, in een zin
kernzin: De zin die de kern van een alinea zegt
deelonderwerp: Waar een alinea of tekstdeel over gaat
functie van een alinea: Wat een alinea in de tekst doet: argument, voorbeeld, tegenargument, conclusie
This item has no instructions
EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE
Begrippen (2/2)
inleiding: Eerste tekstdeel: onderwerp, probleem of standpunt introduceren
kern: Middendeel: argumenten, uitleg, voorbeelden
slot: Laatste tekstdeel: conclusie, samenvatting of oproep
parafraseren: Dezelfde betekenis in eigen woorden zeggen
impliciet: Niet letterlijk gezegd; de lezer moet het zelf afleiden
This item has no instructions