Hoofdgedachte en structuur (Nederlands vwo), les 2: Examentraining

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Examentraining

Hoofdgedachte en structuur: zo pak je examenvragen aan

1 / 21
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: de hoofdgedachte vaststellen, kernzin en deelonderwerp, functie en opbouw, en impliciet en ironisch. Hoofdtekst van ongeveer 500 woorden, een ironische tweede tekst en acht examenvragen.

Items in this lesson

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Examentraining

Hoofdgedachte en structuur: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Wat ga je kunnen?

Ik kan bij een complexe examentekst de hoofdgedachte, deelonderwerpen en functies van tekstdelen vaststellen, ook als die impliciet of ironisch zijn.

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Oriënteer: lees titel, begin en slot: waar zit de tekst naartoe?

  • 2. Verdeel: bepaal de eenheden: inleiding, kern en slot.

  • 3. Per eenheid: noteer deelonderwerp en kernzin, of zelf een kern.

  • 4. Formuleer: schrijf de hoofdgedachte in eigen woorden, ook als die impliciet is.

  • 5. Toets: past je zin op alle tekstdelen, en heb je ironie of een tegenwerping niet voor de kern aangezien?

This item has no instructions

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Vraagtype 1: de hoofdgedachte vaststellen

  • Meerkeuze: kies de uitspraak die de hele tekst dekt en niet één onderdeel

  • Open: verwoord de hoofdgedachte van een alinea of tekstdeel in één zin

  • Lees eerst de hele tekst 4 (zeven alinea's, drie dia's); vraagtype 2 en 3 gaan ook over deze tekst

Hoofdtekst van ongeveer 500 woorden. Verzonnen tekst; Anouk en dr. Ruud Wolters zijn verzonnen personen. De hoofdgedachte staat niet in één zin: de schrijver pleit voor afspraken per team en weerlegt wetgeving en individuele oplossingen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Tekst 4: Het recht op onbereikbaarheid

(1) Zondagavond, tien voor tien. Anouk ziet op haar telefoon een mail van haar leidinggevende. Ze antwoordt niet, want het kan wachten. Toch schrijft ze de rest van de avond in gedachten aan haar antwoord, en ze slaapt er slechter van dan een uur werk haar zou hebben gekost.

(2) Het tafereeltje is herkenbaar voor iedereen met werkmail op een telefoon. De grens tussen werk en vrije tijd, ooit een muur, is een gordijn geworden dat bij elk bericht opzij schuift. Dat gordijn gaat niet meer dicht, want niemand heeft het ooit officieel weggehaald.

(3) Dat is een probleem, en wel om twee redenen. De eerste is dat rust geen luxe is, maar een voorwaarde voor goed werk. Wie nooit loskomt, herstelt niet, en een uitgeput brein presteert slechter. Organisatiepsycholoog dr. Ruud Wolters noemt onbereikbaarheid daarom 'onderhoud aan het gereedschap'.

Eigen tekst voor Examenstof

Eerste deel van tekst 4 (alinea 1 tot en met 3). Alinea 1 is een anekdote, alinea 2 schetst het probleem en alinea 3 geeft het eerste argument.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Tekst 4 (vervolg)

(4) De tweede reden is dat bereikbaarheid zichzelf versterkt. Wie 's avonds altijd antwoordt, leert het team dat dat vanzelfsprekend is. Eén collega die om elf uur reageert, verschuift de norm voor iedereen, ook voor wie dat liever niet wil.

(5) Natuurlijk is er een tegenwerping: flexibiliteit werkt twee kanten op. Wie overdag naar de tandarts gaat, mag 's avonds best een mail beantwoorden. Dat klopt, en het mag ook, maar het is geen gelijke ruil. Een keuze die een norm wordt, is geen keuze meer.

(6) Een verbod op avondmail is daarom ook niet het antwoord. Het vervangt een norm door een regel, maar verandert niet wat mensen van elkaar verwachten. Wat telt is de cultuur in een team: daarover moeten collega's afspraken maken in plaats van op wetten te wachten.

Eigen tekst voor Examenstof

Tweede deel van tekst 4 (alinea 4 tot en met 6).

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Tekst 4 (vervolg)

(7) Wie dat in de praktijk brengt, ontdekt dat het niet gaat om minder werk maar om meer vertrouwen. Wie weet dat een bericht tot morgen kan wachten, werkt de volgende dag aandachtiger. Zondagavond, tien voor tien: de mail blijft ongelezen en de werkweek begint met een helder hoofd.

Eigen tekst voor Examenstof

Slot van tekst 4 (alinea 7), dat terugverwijst naar het begin.

Wat is de hoofdgedachte van tekst 4?

A

Onbereikbaarheid moet via teamafspraken worden beschermd

B

Er moet een wettelijk verbod op avondmail komen

C

Werknemers moeten zelf hun telefoon uitzetten

D

Flexibel werken is voor werknemers vooral nadelig

De schrijver kiest in alinea 6 voor teamafspraken. Een verbod wordt juist afgewezen, individuele verantwoordelijkheid is in alinea 4 weerlegd (een norm voor iedereen) en flexibiliteit wordt niet afgewezen maar genuanceerd in alinea 5.

Wat is de hoofdgedachte van alinea 5? Schrijf één zin.

Modelantwoord: flexibiliteit is op zichzelf prima (concessie), maar een keuze die een norm wordt, is geen vrije keuze meer, dus de tegenwerping weerlegt het standpunt niet (1 punt voor de concessie, 1 punt voor het weerleggen). Verwachte fout: alleen het tandartsvoorbeeld noemen.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Vraagtype 2: kernzin en deelonderwerp

  • Citeervraag: schrijf de zin of de eerste en laatste woorden letterlijk op

  • Deelonderwerp: noem in een paar woorden waar de alinea over gaat

  • Een kernzin kan ook een aanbeveling of conclusie zijn, niet alleen een bewering

Bij dit vraagtype gaat het om tekst 4 (zie vraagtype 1).

Citeer de aanbeveling van de schrijver in alinea 6.

Modelantwoord: 'Wat telt is de cultuur in een team: daarover moeten collega's afspraken maken in plaats van op wetten te wachten.' (1 punt voor de juiste zin). De eerste zin is een argument tegen een verbod, niet de aanbeveling. Verwachte fout: de eerste zin van de alinea citeren.

Wat is het deelonderwerp van alinea 2?

A

Het gebruik van werkmail op de telefoon

B

De vervagende grens tussen werk en vrije tijd

C

De werkdruk van leidinggevenden

D

Het slecht slapen na het lezen van werkmail

De alinea gaat over de grens die vervaagt (muur, gordijn). Werkmail op de telefoon is het middel (te smal), slecht slapen komt uit alinea 1.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Vraagtype 3: functie en opbouw

  • Geef aan wat de alinea doet voor de lezer en voor de redenering

  • Een alinea kan twee dingen doen, zoals toegeven en weerleggen

  • Volgordevraag: zet de functies in de volgorde van de tekst; meerdere alinea's kunnen één functie hebben

Bij dit vraagtype gaat het om tekst 4 (zie vraagtype 1).

Welke functie heeft alinea 5 in tekst 4?

A

Een extra argument voor onbereikbaarheid geven

B

Een voorbeeld bij alinea 4 geven

C

De conclusie van de tekst trekken

D

Een tegenwerping noemen en gedeeltelijk weerleggen

Alinea 5 begint met 'Natuurlijk is er een tegenwerping' en weerlegt die met 'geen gelijke ruil'. Verwachte fout: 'voorbeeld' kiezen door het tandartsvoorbeeld.

Zet de functies van de alinea's van tekst 4 goed

1

Een voorbeeld als aanleiding geven

2

De vervagende grens als probleem schetsen

3

Een aanpak voorstellen en terugkeren naar het begin

4

Twee redenen voor bescherming geven

5

Een tegenwerping weerleggen

Alinea 1 anekdote, alinea 2 probleem, alinea 3 en 4 de twee redenen, alinea 5 tegenwerping, alinea 6 en 7 aanpak en slot met terugverwijzing.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Vraagtype 4: impliciet en ironisch

  • Bij ironie bedoelt de schrijver iets anders dan er staat: zoek de bedoeling

  • Aanwijzingen: overdrijving, tegenstrijd tussen lof en beschreven gevolgen, toon

  • Formuleer de bedoelde hoofdgedachte in eigen woorden, niet de letterlijke woorden

Tekst 5 is een ironisch betoog. Verzonnen tekst. De hoofdgedachte is impliciet: vergaderen wordt vaak gebruikt om besluiten en verantwoordelijkheid te ontlopen, en dat is geen goede zaak.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Tekst 5: Een uitstekende vergadering

(1) Er bestaat geen beter instrument voor beslissingsloosheid dan de vergadering. Wie een lastig besluit wil uitstellen, hoeft niets te verbergen: nodig acht mensen uit en noem het overleg.

(2) Het begint met een rondje waarin iedereen zijn zorgen mag uiten, zodat niemand achteraf kan zeggen dat die niet gehoord is. Daarna volgt de afspraak om 'er nog eens goed naar te kijken'. Dat vraagt per definitie een nieuwe vergadering.

(3) Het gevolg is een organisatie die bijzonder druk is en bijzonder weinig doet. Niemand is verantwoordelijk, want iedereen was erbij. Dat heet draagvlak en het is de mooiste uitvinding sinds het uitstel.

(4) Toch moeten we deze kunst koesteren. Een organisatie waarin besluiten worden genomen, is een organisatie waarin iemand ongelijk kan krijgen.

Eigen tekst voor Examenstof

Ironische column, ongeveer 140 woorden. Verzonnen tekst.

Wat bedoelt de schrijver van tekst 5 eigenlijk?

A

Vergaderen is vaak een manier om besluiten te ontlopen

B

Vergaderen is een prima manier om draagvlak te krijgen

C

Besluiten nemen is altijd beter dan overleggen

D

Organisaties moeten minder mensen uitnodigen

Alinea 3 beschrijft de gevolgen (druk, niets doen, niemand verantwoordelijk) en noemt draagvlak ironisch 'de mooiste uitvinding'. De letterlijke lezing (optie 2) is de valkuil. Optie 3 en 4 gaan verder dan de tekst.

Waaraan merk je de ironie in alinea 4?

Goede antwoorden (één is genoeg): de schrijver zegt dat we de kunst van het uitstellen moeten koesteren terwijl alinea 3 de schadelijke gevolgen beschrijft (tegenstrijdigheid tussen lof en gevolgen); of: 'de mooiste uitvinding' in alinea 3 is een overdrijving. Verwachte fout: 'de schrijver is boos' zonder verwijzing naar de tekst.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

De hoofdgedachte vaststellen

2

Kernzin en deelonderwerp

3

Functie en opbouw

4

Impliciet en ironisch

Bespreek na de uitslag het lastigste vraagtype met een eigen voorbeeldalinea.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · LEZEN · HOOFDGEDACHTE

Tips voor op het examen

  • Lees eerst de vraag en dan pas de alinea of tekst waar de vraag naar verwijst

  • Neem bij een hoofdgedachte nooit het eerste argument, maar controleer alle tekstdelen

  • Wat de schrijver beschrijft is niet altijd wat de schrijver vindt: let op weerleggingen

  • Geef bij 'functie' aan wat de alinea doet, niet waar hij over gaat

  • Twijfel je bij ironie? Vraag of de letterlijke lezing past bij de rest van de tekst

This item has no instructions