Omzet, inkoopwaarde en brutowinst

Omzet, inkoopwaarde en brutowinst
1 / 17
next
Slide 1: Slide
HandelMBOStudiejaar 2

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

Omzet, inkoopwaarde en brutowinst

Slide 1 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?
  1. Voorkennis checken
  2. Nakijken sommen vorige week
  3. Uitleg H6 tweede deel
  4. Hoofdstuktoets H6
  5. Sommen hoofdstuk 6

Slide 2 - Slide

Voorkennis!

Slide 3 - Slide

De inkoopprijs van een Mercedes 220 cdi is € 37.400,-. Wat is de inkoopfactuurprijs?
A
30.909,09
B
45.254
C
29.546
D
40.766

Slide 4 - Quiz

Voorkennis:
Wanneer een klant een bougie koopt betaald hij
€ 0,89 aan BTW (hoog tarief).
Hoeveel bedraagt de consumentenprijs?
A
€ 5,13
B
€ 4,24
C
€ 9,89
D
€ 10,78

Slide 5 - Quiz

De consumentenprijs van een paar wandelschoenen is 127,95. De brutowinst is 10,-. Bereken de inkoopfactuurprijs (= inkoopprijs incl. BTW).


A
€105,74
B
€117,95
C
€115,85
D
€95,74

Slide 6 - Quiz

De consumentenprijs van een paar wandelschoenen is 127,95. De brutowinst is 10,-. Bereken de brutowinst uitgedrukt als percentage van de inkoopprijs en van de verkoopprijs.
A
9,46% van de inkoopprijs en 10,45% van de verkoopprijs
B
10,45% van de inkoopprijs en 9,46% van de verkoopprijs
C
10,00% van de inkoopprijs en 9,00% van de verkoopprijs
D
10,45% van de inkoopprijs en 10,45% van de verkoopprijs

Slide 7 - Quiz

Slide 8 - Slide

Een winkel verkoopt er meer dan één…
De winkel verkoopt in oktober 85 winterjassen.

De consumentenprijs is €108,90 per jas.
Hoeveel betalen alle klanten bij elkaar?

85 × €108,90 = €9.256,50

Dit noemen we de consumentenomzet

consumentenprijs × afzet = consumentenomzet

Slide 9 - Slide

Hetzelfde geldt voor de inkoop
De inkoopprijs van één jas was €60 excl. btw.

Er zijn 85 jassen verkocht.

Hoeveel hebben de verkochte jassen de winkel gekost?

85 × €60 = €5.100

Dit noemen we de:

INKOOPWAARDE VAN DE OMZET

Dus:

inkoopprijs × afzet = inkoopwaarde van de omzet

Slide 10 - Slide

Kunnen we nu de brutowinst vinden?
We weten:

Omzet = €7.650
Inkoopwaarde omzet = €5.100

Bereken de totale brutowinst.

€7.650 − €5.100 = €2.550

Controle:

Brutowinst per jas = €30
85 × €30 = €2.550

Omzet − inkoopwaarde omzet = brutowinst

Slide 11 - Slide

Overzicht

Slide 12 - Slide

Een winkel heeft een consumentenomzet van €24.200.

De inkoopwaarde van de omzet bedraagt €14.000.

Hoeveel bedraagt de brutowinst?
A
€ 6.000
B
€ 10.200
C
€5.118

Slide 13 - Quiz

Maar… weten we altijd hoeveel we verkocht hebben?
Tot nu toe kregen we steeds de afzet:

85 jassen× €60 inkoopprijs = €5.100 inkoopwaarde

Maar in een  winkel wordt gedurende de maand ook nieuwe voorraad geleverd en blijft er aan het einde nog voorraad over.

Daarom kunnen we de inkoopwaarde van de omzet ook berekenen met de voorraad.

Wat was er? + Wat kwam erbij? − Wat is er nog? = Wat is er weg/verkocht

Slide 14 - Slide

GameStore

Aan het begin van september liggen er 75 controllers op voorraad.

In september:

worden 60 controllers geleverd;
worden 5 controllers teruggestuurd naar de leverancier;
liggen er aan het einde nog 30 controllers op voorraad.

De inkoopprijs is €45 per controller.
De verkoopprijs is €75 excl. btw.

Bereken:

1. Hoeveel controllers zijn verkocht?
2. Bereken de inkoopwaarde van de omzet.
3. Bereken de omzet.
4. Bereken de brutowinst.
Uitwerking:

75 + 60 − 5 = 130 beschikbaar

130 − 30 = 100 verkocht

Inkoopwaarde omzet:
100 × €45 = €4.500

Omzet:
100 × €75 = €7.500

Brutowinst:
€7.500 − €4.500 = €3.000

Slide 15 - Slide

Pas op: voorraad verdwijnt niet alleen door verkoop


diefstal – breuk – beschadiging --> Derving

Weglekken van de brutowinst. 


Slide 16 - Slide

Aan de slag!

Slide 17 - Slide