What is LessonUp
Lesson library
Channels
AI tools
Log in
Start for free
‹
Return to search
03. 3B H2.3 Aanvullende inkomsten (5-10-26)
H2 Geldzaken
B) Paragraaf 3: Aanvullende inkomsten
Ik ben ingelogd in LessonUp.
Dit ligt klaar:
boek
schrift
pen
rekenmachine
inbellen
1 / 24
next
Slide 1:
Slide
Economie
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3,5
This lesson contains
24 slides
, with
text slides
and
1 video
.
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Report this lesson
Items in this lesson
H2 Geldzaken
B) Paragraaf 3: Aanvullende inkomsten
Ik ben ingelogd in LessonUp.
Dit ligt klaar:
boek
schrift
pen
rekenmachine
inbellen
Slide 1 - Slide
Vandaag
Huiswerk
Hoofdstuk 2 paragraaf 3
Aan de slag
Huiswerk
Slide 2 - Slide
Planning H2
Maandag 2 november
Toets hoofdstuk 2
Slide 3 - Slide
BK
Maken Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2
+
Leren Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2
KGT
Maken Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2
+
Leren Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2
Huiswerk
2 november: Toets Hoofdstuk 2
Slide 4 - Slide
Doel B2.3:
Theorie:
- Ik kan uitleggen voor welke inkomsten de overheid zorgt.
- Ik kan omschrijven wanneer iemand recht heeft op de inkomsten waar de overheid voor zorgt.
Rekenvaardigheden:
Ik kan geld omrekenen naar een andere periode. (Ik kan de kinderbijslag per maand berekenen.)
Ik kan berekenen hoeveel bijstandsuitkering iemand krijgt.
Slide 5 - Slide
inkomensvormen
2.1)
inkomen uit arbeid
(loon, salaris,inkomen in natura)
2.2)
inkomen uit bezit
(rente spaargeld, huurinkomsten)
2.3)
inkomen uit overdracht
(hoef je niks voor te doen, bijv zakgeld, bijstandsuitkering, studiebeurs, huurtoeslag, zorgtoeslag)
Slide 6 - Slide
Soorten inkomsten
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Video
Naast het loon van je werk heb je
nog regelingen van de overheid,
zoals:
studiefinanciering
,
huurtoeslag
,
kinderbijslag
,
zorgtoeslag
en
bijstand
.
Aanvullende inkomsten
Slide 9 - Slide
Studiefinanciering
is een
uitkering voor scholieren en
studenten van 18 jaar.
Aanvullende beurs is voor
kinderen, waarvan de
ouders weinig verdienen.
Je kan ook nog lenen.
Studiefinanciering MBO
Slide 10 - Slide
Huurtoeslag
is een bijdrage van
de overheid in huurkosten.
Om huurtoeslag te krijgen, moet je aan bepaalde voorwaarden voldoen (persoonlijke situatie, huurprijs, inkomen en spaargeld).
Je krijgt geen huurtoeslag als je al heel veel verdient.
Huurtoeslag
Slide 11 - Slide
Kinderbijslag
is een bijdrage van de overheid in de kosten voor de opvoeding van kinderen tot 18 jaar.
De kinderbijslag is afhankelijk van
de leeftijd van het kind en het
aantal kinderen.
Kinderbijslag
Slide 12 - Slide
Zorgtoeslag
is een bijdrage van
de overheid om de premie van de
zorgverzekering tegen
ziektekosten te betalen.
De zorgverzekering is verplicht,
maar de zorgtoeslag is alleen voor
mensen met een laag inkomen.
Zorgtoeslag
Slide 13 - Slide
Bijstand
is een uitkering
van de overheid voor als je
niet genoeg geld hebt om
van te leven.
Dit is voor gezinnen met
inkomsten beneden het sociaal
minimum.
Je krijgt geen bijstand als je veel spaargeld hebt.
Bijstandsuiterking
Slide 14 - Slide
Het sociaal minimum
is het
inkomen dat je volgens de
overheid minimaal nodig hebt om
van te leven.
Het verschilt voor alleenstaanden,
gehuwden en alleenstaanden met
kinderen.
Sociaal minimum
Slide 15 - Slide
Rekenvaardigheden
De kinderbijslag
De bijstandsuitkering
Ik let er op dat ik:
Een berekening geef
De eenheid erbij zet: €
Een komma zet ipv een punt
2 cijfers achter de komma zet
Slide 16 - Slide
Kinderbijslag berekenen
Ellie heeft twee kinderen. Haar zoontje is 5 jaar en haar dochtertje is net geboren. Ze krijgt kinderbijslag.
• Voor haar zoontje krijgt ze € 191,65.
• Voor haar dochtertje krijgt ze € 191,65.
• Dat is 2 × € 191,65 = € 383,30 per kwartaal.
• Dat is per maand: € 383,30 : 3 = € 127,77
Slide 17 - Slide
Uitkering berekenen
Famke woont met haar zoontje in een flat. Ze verdient € 200 per maand en heeft € 8.000 spaargeld.
Hoeveel uitkering krijgt Famke?
Slide 18 - Slide
Uitkering berekenen
Famke woont met haar zoontje in een flat. Ze verdient € 200 per maand en heeft € 8.000 spaargeld.
Hoeveel uitkering krijgt Famke?
€ 8.000 is minder dan € 11.700, dus ze heeft niet te veel spaargeld.
Haar uitkering met vakantietoeslag is:
€ 904,06 + € 47,58 − € 200 = € 751,64
Slide 19 - Slide
Samenvatting 2.3
Slide 20 - Slide
Slide 21 - Slide
BK
Maken Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2+3
+
Leren Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2+3
KGT
Maken Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2+3
+
Leren Hoofdstuk 2:
paragraaf 1+2+3
Huiswerk
2 november: Toets Hoofdstuk 2
Slide 22 - Slide
Vooruitblik
Slide 23 - Slide
Nabespreking
Hoe is het gegaan?
Wat ging goed?
Wat vond je moeilijk?
Welke vragen heb je nog?
Slide 24 - Slide
More lessons like this
H3 geld over en te kort
November 2025
-
15 slides
Economie
Middelbare school
vmbo g, t
Leerjaar 3
H5 voorbereiding toets
July 2025
-
32 slides
Economie
Middelbare school
vmbo g, t, mavo
Leerjaar 3
Leerjaar 3 Hst 6 les 2
August 2020
-
12 slides
Economie
Middelbare school
vmbo b
Leerjaar 3
Ongelijkheid en herverdeling (Economie havo), les 3: Terugblik quiz
17 days ago
-
14 slides
New lesson editor
Economie
Middelbare school
havo
Leerjaar 4,5
Examenstof
6.4 Is het eerlijk verdeeld?
July 2025
-
28 slides
Economie
Middelbare school
mavo
Leerjaar 4
Hoofdstuk 3: Geld over en te kort
July 2025
-
38 slides
Economie
Middelbare school
vmbo k
Leerjaar 3
Sparen, lenen en pensioen (Economie havo), les 2: Examentraining
17 days ago
-
17 slides
New lesson editor
Economie
Middelbare school
havo
Leerjaar 4,5
Examenstof
Belastingen
July 2025
-
27 slides
Economie
Middelbare school
vmbo t, mavo
Leerjaar 3,4