This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slide.
Lesson duration is: 20 min
Report this lesson
Items in this lesson
Toets voorbereiding H7 en voorkennis H1 en H2
4GT
NaSk 2
M. Sjoers
Slide 1 - Slide
Een brandende kaars wordt afgedekt met een glazen pot. Na enige tijd gaat de vlam uit. Waardoor komt dit?
A
De toevoer van zuurstof wordt beperkt.
B
De ontbrandings-temperatuur van kaarsvet stijgt.
C
Het kaarsvet wordt direct onbrandbaar.
D
De pot haalt alle brandstof uit de vlam.
Slide 2 - Quiz
Bij onvolledige verbranding van een koolwaterstof kan een giftig gas ontstaan. Welk gas is dat?
A
koolstofdioxide
B
waterstof
C
koolstofmono-oxide
D
zuurstof
Slide 3 - Quiz
Propaan heeft de formule C₃H₈. Welke vergelijking geeft de volledige verbranding van propaan juist weer?
A
C₃H₈ + 5 O₂ → 3 CO₂ + 4 H₂O
B
C₃H₈ + 5 O₂ → 2 CO₂ + 4 H₂O
C
C₃H₈ + 4 O₂ → 3 CO₂ + 4 H₂O
D
C₃H₈ + 3 O₂ → 3 CO₂ + 3 H₂O
Slide 4 - Quiz
Een brandstof bevat zwavel. Welk milieuprobleem kan ontstaan wanneer zwavelverbindingen bij de verbranding in de lucht terechtkomen?
A
aantasting van de ozonlaag door CFK's
B
vorming van extra zuurstof
C
verzuring van het milieu
D
afname van alle fijnstof
Slide 5 - Quiz
Je wilt onderzoeken of bij een reactie koolstofdioxide ontstaat. Welk reagens kun je daarvoor gebruiken?
A
gedestilleerd water
B
keukenzout
C
kalkwater
D
actieve kool
Slide 6 - Quiz
IJzersulfide reageert ijzersulfide met zuurstof (O₂). De massaverhouding is: FeS : O₂ = 352 : 224 Je laat 44 gram FeS reageren met 24 gram O₂. Welke stof is in ondermaat?
A
FeS
B
Beide
C
O₂
D
Gen van beide
Slide 7 - Quiz
Een vloeistof heeft een volume van 80 cm³ en een massa van 100 g. Wat is de dichtheid?
A
0,80 g/cm³
B
180 g/cm³
C
20 g/cm³
D
1,25 g/cm³
Slide 8 - Quiz
Je hebt een mengsel van zand en water. Welke scheidingsmethode is het meest geschikt om het zand van het water te scheiden?
A
extraheren
B
filtreren
C
destilleren
D
adsorberen
Slide 9 - Quiz
Een mengsel van twee vloeistoffen wordt gescheiden door destillatie. Van welke stofeigenschap wordt daarbij vooral gebruikgemaakt?
A
verschil in oplosbaarheid
B
verschil in deeltjesgrootte
C
verschil in aanhechtingsvermogen
D
verschil in kookpunt
Slide 10 - Quiz
Tijdens het afkoelen van een vloeibare stof blijft de temperatuur een tijd lang constant terwijl de stof stolt. Wat is de beste conclusie?