hoorcollege sport

hoorcollege sport
1 / 40
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 40 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

hoorcollege sport

Slide 1 - Slide

Bouw van 
gewrichten

Botten/ Spieren
Pezen- verbinding bot en spier
Banden- verbinding bot en bot

Slide 2 - Slide

Fibroblasten - gap junctions
Om toch ‘informatie’ te kunnen uitwisselen (in de vorm van ionen/ secundaire boodschappers) staan deze cellen met eiwitkanalen – gap junctions – met elkaar in contact.

Slide 3 - Slide

Bouw skeletspieren
Spiervezel is opgebouwd uit samengesmolten spiercellen. Deze cellen hebben meerdere kernen.

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Skeletspieren (dwarsgespreept)

Slide 7 - Slide

Gladde spieren

Slide 8 - Slide

Hartspieren

Slide 9 - Slide

Motorische eenheid

Alle spiervezels die door één neuron worden aangestuurd
motorsch
eindplaatje

Slide 10 - Slide

Impuls 
1. impuls komt aan bij een
motorische zenuw
(axon)

Slide 11 - Slide

Impuls 
2. acetylcholine komt vrij
een neurotransmitter

Slide 12 - Slide

Impuls 
3. Het sarcolemma (cel-
membraan van de spier-
vezel) depolariseert
(meer + dan -).
Impuls bereikt sarco-
plasmatisch reticulum
via de t-buisjes.

Slide 13 - Slide

Impuls 
4. Ca2+ stroomt uit het 
sarcoplasmatisch 
reticulum in de 
spiervezel 

Slide 14 - Slide

Impuls 
5. Myosine en 
actine schuiven in elkaar,
de spier wordt korter

Slide 15 - Slide

Impuls 
6. 
pompen het Ca2+ weer
terug in het sr

Slide 16 - Slide

Antagonisten
Spieren kunnen alleen uit zichzelf korter worden, niet verlengen. Hiervoor is een antagonist nodig.

Slide 17 - Slide

Stappen vrijmaken energie
1. ATP
2. CP
3. anaerobe
dissimilatie
4. aerobe 
dissimilatie (19.4)

Slide 18 - Slide

1. ATP
In cellen zit een voorraad ATP.

De energie uit ATP wordt voor veel celprocessen gebruikt:
  • loskoppelen myosine van actine
  • actief transport
  • bouw RNA, DNA, eiwitten
  • etc.

Slide 19 - Slide

1. ATP (adenosinetrifosfaat)
BINAS 67L
Hydrolyse van ATP levert energie. Hydrolyse is afbraak van grotere moleculen waarbij water wordt verbruikt.

Binding tussen tweede en buitenste fosfaatgroep verbreekt, bindingsenergie komt vrij.  

Slide 20 - Slide

2. Creatinefosfaat (CP)
Spiercellen bevatten ook een voorraad creatinefosfaat (CP) 
De fosfaatgroep van CP kan overgedragen worden aan ADP om nieuw ATP te maken: 
CP + ADP -> C + ATP

ATP en CP zijn samen de fosfaataccu, energie klaar voor gebruik in je spieren. 

Slide 21 - Slide

3. Anaerobe dissimilatie
Anaerobe dissimilatie = afbraak glucose zonder zuurstof = onvolledige dissimilatie van glucose

Verloopt in twee stappen: 
A. Glycolyse - grondplasma
B1. Melkzuurgisting - grondplasma (dier, melkzuurbacterie)
of B2. Alcoholgisting - grondplasma (gistcellen)

Slide 22 - Slide

3A. Glycolyse (BINAS 68B)
1 glucose + 2 NAD+ + 2 ADP + 2 Pi → 
2 pyrodruivenzuur + 2 NADH, H+ + 2 ATP

Slide 23 - Slide

NAD+ en NADH,H+
Bij glycolyse komen uit glucose vier protonen (H+) en vier elektronen (e-) vrij. 
De rol van NAD+ is het opnemen van een 2 H+ en 2 electronen = protonen- en elektronen-acceptor


Daardoor ontstaan per glucose molecuul twee NADH,H(zie BINAS 68B)
NAD+ voorraad beperkt en moet bij anaerobe dissimilatie worden aangevuld, anders stopt glycolyse. Hiervoor nodig stap B --> melkzuurgisting. 
NAD+ + 2H+ + 2e- -> NADH,H+

Slide 24 - Slide

Melkzuurgisting BINAS 68B


       
Deze pijl staat verkeerd om in je boek
2 NADH,H+ dragen hun 2 elektronen en 2 protonen over aan 2 pyrodruivenzuur, hierdoor ontstaat 2 melkzuur en 2 NAD+

Slide 25 - Slide

Recycling
Melkzuur bevat veel energie, 
lever en hartspiercellen zetten dit weer om tot pyrodruivenzuur en glucose (kost 6 ATP). 

Deze glucose kan dan opnieuw worden afgebroken. 

Slide 26 - Slide

Alcoholgisting BINAS 68B


       
Deze pijl staat verkeerd om in je boek
2 CO2 wordt afgesplitst van 2 pyrodruivenzuur, hierdoor ontstaat 2 ethanal. 2 NADH,H+ dragen hun 2 elektronen en 2 protonen over aan 2 ethanal , hierdoor vormt 2 ethanol

Slide 27 - Slide

Aerobe dissimilatie
Begint bij pyrodruivenzuur (product van de glycolyse). Dan 3 stappen:
1. decarboxylering
2. citroenzuurcyclus
3. oxidatieve fosforylering (plus elektronentransportketen)

Slide 28 - Slide

Aerobe dissimilatie
Vindt plaats in de mitochondria. Hier bevinden zich de noodzakelijke enzymen.
buitenmembraan
binnenmembraan
lumen
matrix

Slide 29 - Slide

<- glycolyse

<- 1. decarborylering


<- 2. citroenzuurcyclus


<- 3. oxidatieve fosforylering

Slide 30 - Slide

Decarboxylering
2 C3 --> 2 C2
- pyrodruivenzuur komt via transporteiwitten in de matrix. 

- Enzymen knippen van elke pyrodruivenzuur een CO2-molecuul af = decarboxylering

Output: 2x acetaat (C2) en 2x NADH,H+ 

De acetaat moleculen binden aan de hulpstof co-enzym A tot acetyl-CoA

Slide 31 - Slide

<- glycolyse

<- 1. decarborylering


<- 2. citroenzuurcyclus


<- 3. oxidatieve fosforylering

Slide 32 - Slide

- acetyl-CoA (C2) draagt zijn acetylgroep over aan oxaalazijnzuur (C4) en vormt zo citroenzuur (C6)

- Enzymen in de matrix breken het citroenzuur (C6) vervolgens in een aantal stappen weer af tot oxaalazijnzuur (C4)


De stappen uit de decarboxylering en citroenzuurcyclus zijn samen te vatten als: 
2 pyrodruivenzuur + 6 H2O + 8 NAD+ + 2 FAD + 2 ADP + 2Pi → 
6 CO2 + 8 NADH,H+ + 2 FADH2 + 2 ATP
Citroenzuurcyclus
BINAS 68C

Slide 33 - Slide

Ouput Citroenzuurcyclus
De decarboxylering en citroenzuurcyclus leveren het volgende op: 
- 2 ATP
- opgeladen elektronendragers (8 NADH,H+ en 2 FADH2) 

FAD is een alternatief voor NAD+ met dezelfde functie: het binden van twee H-atomen (2 H+ en 2 electronen).


FAD + 2H+ + 2e- -> FADH2
De elektronendragers zijn nodig voor de laatste stap: 
oxidatieve fosforylering (elektronentransportketen)

Slide 34 - Slide

<- glycolyse

<- 1. decarborylering


<- 2. citroenzuurcyclus


<- 3. oxidatieve fosforylering

Slide 35 - Slide

oxidatieve fosforylering
10 NADH,H+ (2 glycolyse, 2 decarboxylering en 6 citroenzuurcyclus) en 2 FADH2 (citroenzuurcyclus) worden in de elektronentransportketen weer omgezet in NAD+ en FAD. 

De vrijgekomen elektronen en protonen worden gebonden aan O2, hierbij ontstaat water (H2O).

Slide 36 - Slide

1
2
3
BINAS 68D

Slide 37 - Slide

- Bij eiwitcomplex IV bindt zuurstof O2 met 4 elektronen en 4 H+-ionen tot H2O. 

Zuurstof is daarmee de laatste elektronen-acceptor in de ademhalingsketen, zonder zuurstof kan de oxidatieve fosforylering niet plaatsvinden

Slide 38 - Slide

oxidatieve fosforylering





De elektronen van een NADH,H+ pompen 10 H+ naar het lumen.
De elektronen van een FADH2 pompen 6 H+ naar het lumen.

Slide 39 - Slide

oxidatieve fosforylering






Elke NADH H+ levert 3ATP elke FADH2 levert 2 ATP

Slide 40 - Slide