Balzak: liggen de teelballen en bijballen in.
Teelballen: Maken zaadcellen
Bijballen: Slaan zaadcellen op.
Zaadblaasjes: Voegen vocht met voedingsstoffen toe aan de zaadcellen.
Prostaat: voegt vocht toe aan de zaadcellen. Maakt voorvocht.
Zaadleiders: Vervoeren zaadcellen naar zaadblaasjes en prostaat
Eisprong of ovulatie: Het vrijkomen van de eicellen uit de eierstok
Eierstok: Het deel dat de eicellen maakt
Baarmoeder: Hierin groeit het kind.
Eileiders: Vervoeren de eicel naar de baarmoeder.