2G1 - 9 dec 25- mentorles - twee waarheden één leugen A2 niveau

Welkom 2G1
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom 2G1

Slide 1 - Slide

Hoe gaat het met jullie?

Slide 2 - Slide

Wat gaan we vandaag doen?

Iedereen gaat drie verhalen over zichzelf schrijven, 
waarvan twee verhalen waar zijn en één verhaal onwaar

Slide 3 - Slide

Bijvoorbeeld. Drie zinnen over mijzelf:

1. Ik eet graag groente. Daarom neem ik elke dag soep mee naar school.
2. Ik sport 4x per week. Ik doe padel, want ik hou van spelen met een bal. En ik dans. Door al het sporten ben ik erg sterk.
3. Ik heb een kinderboek geschreven en de illustraties heeft mijn dochter gemaakt.

Slide 4 - Slide

Bijvoorbeeld. Drie zinnen over mijzelf:

1. Ik eet graag groente. Daarom neem ik elke dag soep mee naar school.
2. Ik sport 4x per week. Ik doe padel, want ik hou van spelen met een bal. En ik dans. Door al het sporten ben ik erg sterk.
3. Ik heb een kinderboek geschreven en de illustraties heeft mijn dochter gemaakt.

Overleg in tweetallen (1 minuut):
                       Welke zinnen zijn waar? En welke zin is niet waar?

Slide 5 - Slide

1. Ik eet graag groente
2. Ik zit op voetbal
3. Ik heb een kookboek geschreven


Slide 6 - Slide

Aan de slag
We werken in tweetallen.

Kijk op het bord met wie 
jij samen werkt!

Slide 7 - Slide

Drie uitspraken
Doe drie uitspraken over bijvoorbeeld:
- jezelf
- je hobby's
- dingen waar je echt een hekel aan hebt
- dingen die je echt lekker vindt

Denk aan de A2 of B1 eisen aan de tekst: verbindingswoorden, verwijswoorden.

Slide 8 - Slide

Leerlingen oefenen hun Nederlands

Elke leerling schrijft drie zinnen over zichzelf, waarvan twee waar is en één onwaar is

- De leerlingen werken in tweetallen
- Je schrijft voor jezelf drie uitspraken op
- Na het schrijven lees je jouw zinnen voor aan de ander.
- Stel vragen aan de ander over de zinnen. Kun je onderzoeken welke uitspraak niet klopt?

1. Bij elkaar
2. In het woordenboek
3. Bij de docent

Je hebt 20 minuten voor het schrijven en 
bespreken binnen het tweetal.

Je ontdekt wat je al kan, en wat je nog moet leren.

- Noteer nieuwe woorden in je woordenschrift
- Werk verder in je DISK werkboek.
- We vormen nog 1x een nieuw tweetal, de docent vertelt wanneer.
Doel

Actie

Aanpak




Hulp



Tijd


Opbrengst

Klaar?

Slide 9 - Slide

DISK
- Ga verder met DISK online. 

- Van de docent krijg je een papiertje. Schrijf daarop:

1. Je voor- en achternaam. 
2. In welk DISK thema je nu werkt. 
2. Van welke thema's moet je nog de toets maken?

Slide 10 - Slide

Afsluiting

Je komt straks thuis en je moeder, broer of vriend vraagt:

'Wat vond je het leukste vandaag?
En wat vond je het lastigste?'

Opdracht in tweetallen:
- Denk eerst individueel na over je antwoorden (1 minuut)
- Bespreek je antwoorden in tweetallen (2 minuten)

Slide 11 - Slide