De strapdag quiz 2025

De strapdag QUIZ
1 / 33
next
Slide 1: Slide
VerkeerLager onderwijs

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

De strapdag QUIZ

Slide 1 - Slide

Waarom organiseert men een strapdag op school?
A
Om sneller naar school te komen.
B
Om kinderen meer te laten bewegen en het verkeer veiliger te maken.
C
Omdat fietsen goedkoper is dan autorijden.
D
Om geen schoolboeken te moeten dragen.

Slide 2 - Quiz

Wat voor soort verkeersbord is dit?

A
een aanwijzingsbord
B
een verbodsbord
C
gevaarsbord
D
een gebodsbord

Slide 3 - Quiz

Wanneer ben je een voetganger?
A
Iemand die fietst
B
Iemand die loopt en fietst
C
Iemand die skeelert en loopt
D
iemand die loopt iemand die skeelert iemand die op een gocart zit

Slide 4 - Quiz

Welk effect heeft autorijden
op het klimaat?
A
Auto's maken de lucht kouder
B
Auto's veroorzaken regen
C
Auto's stoten broeikasgassen uit
D
Auto's zorgen dat bomen sneller groeien

Slide 5 - Quiz

Voetganger of niet?
A
voetganger
B
geen voetganger

Slide 6 - Quiz

Bij Welke 3 borden mag je lopen?
A
bord 1
B
bord 2
C
bord 3
D
bord 4

Slide 7 - Quiz

Op welke drie manieren kun je gebruik maken van het verkeer?
A
trein, spoor, auto
B
weg en water
C
weg, water, lucht
D
Lucht, fiets, auto, bus

Slide 8 - Quiz

Welke verlichting is verplicht op een fiets in het donker?
A
Wit of geel licht vooraan, rood achteraan
B
Alleen een bel
C
Reflecterende banden op je rugzak
D
Enkel een reflecterend hesje

Slide 9 - Quiz

Wat voor soort verkeersbord is dit?

A
een aanwijzingsbord
B
een verbodsbord
C
gevaarsbord
D
een gebodsbord

Slide 10 - Quiz

Voetganger of niet?
A
voetganger
B
geen voetganger

Slide 11 - Quiz

Wat voor soort verkeersbord is dit?

A
een aanwijzingsbord
B
een verbodsbord
C
gevaarsbord
D
een gebodsbord

Slide 12 - Quiz

Voetganger of niet?
A
voetganger
B
geen voetganger

Slide 13 - Quiz

Waarom is te voet of met de fiets naar school gaan goed voor je hersenen?
A
Je kan beter opletten in de klas
B
Je leert sneller fietsen
C
Je hoeft minder huiswerk te maken
D
Je hersenen krijgen meer zuurstof en je voelt je fitter

Slide 14 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
verplicht voetpad
B
ik mag daar niet stappen
C
hier is een voetpad
D
ik moet stoppen met stappen

Slide 15 - Quiz

Welk bord vertelt jou: Hier kun je over een zebrapad oversteken.
A
B
C
D

Slide 16 - Quiz

Op welk bord zie je dat
er een rotonde is?
A
B
C
D

Slide 17 - Quiz

Voetganger of niet?
A
Voetganger
B
Geen voetganger

Slide 18 - Quiz

Hoeveel wielen heeft een tandemfiets?
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 19 - Quiz

Wat betekent dit bord?
A
verboden in te rijden
B
opgelet, veel verkeer
C
let op, gevaar
D
hier moet je rijden

Slide 20 - Quiz

Bij welk bord mag ik lopen en fietsen?
A
B
C
D

Slide 21 - Quiz

Let op voor voetgangers
die willen oversteken.
A
B
C
D

Slide 22 - Quiz

EINDE

Slide 23 - Slide

Voetganger of niet?
A
voetganger
B
geen voetganger

Slide 24 - Quiz

Als je een vriendje tegenkomen, mag je bellen met je fietsbel.
timer
0:30
A
Waar
B
Niet waar

Slide 25 - Quiz

Welke bordsoort heeft een driehoekige vorm met de punt naar boven en een rode rand?
timer
0:30
A
Waarschuwingsbord
B
Gebodsbord
C
Voorrangsbord

Slide 26 - Quiz

Waarom moet je je stuur met 2 handen vasthouden als je wordt ingehaald door een vrachtauto?
timer
0:30
A
Voor als de bestuurder je niet ziet.
B
Soms zijn de wegen heel smal en dan kan je in de berm terecht komen.
C
De vrachtauto geeft een stevige windvlaag.

Slide 27 - Quiz

Wat betekent carpoolen?
timer
0:30
A
Met veel auto’s op 1 plek bij elkaar komen.
B
De auto’s rijden netjes achter elkaar.
C
Met meer mensen in 1 auto zitten.

Slide 28 - Quiz

Maak de zin af:
Als je haaientanden nadert dan…
timer
0:30
A
… moet je stoppen.
B
… is het verboden voor fietsers om daar af te slaan.
C
… betekent dat dat je voorrang moet geven.

Slide 29 - Quiz

Als je als voetganger een zebrapad oversteekt…
timer
0:30
A
… mag je voorgaan.
B
Moet je auto’s wel voor laten gaan.
C
… mag je voorgaan, ook als je fietst.

Slide 30 - Quiz

Laatste vraagje...

Slide 31 - Slide

Als een verkeerslicht oranje is…
timer
0:30
A
… mag je nog doorrijden.
B
… moet je stoppen.
C
… maakt niet uit wat je doet.

Slide 32 - Quiz

Bedankt!!!
Nog veel plezier...
OP DE STRAPDAG

Slide 33 - Slide