Naamvallen persoonlijke vnw

♥lich Willkommen!
1 / 36
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 4

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

♥lich Willkommen!

Slide 1 - Slide

Programma
  • Start
  • Korte herhaling haben/ sein v.t 
  • Uitleg naamvallen
  • Oefening LessonUp
  • Oefening boek 

Slide 2 - Slide

Am Ende der Stunde:

  • Ik weet welke zinsdelen in de 1e, 3e en 4e naamval staan en kan deze toepassen.
  • Ik weet hoe ik de persoonlijke vnw in de 1e, 2e en 3e naamval zet.  

Slide 3 - Slide

Weißt du noch?

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Slide

Het werkwoord sein  
timer
2:00
ich
du
er/sie/es
wir
ihr
sie/Sie
bin
bist
ist
sind
seid
sind
sein
sein

Slide 6 - Drag question

haben
ich
du
er/ sie/ es
wir
ihr
sie/ Sie
habt
hast
haben
habe
hat
haben

Slide 7 - Drag question

<b>Ich</b>
<b>du</b>
<b>er/sie/es/man</b>
<b>wir</b>
<b>ihr</b>
<b>sie/Sie</b>
war
waren
waren
wart
war
warst

Slide 8 - Drag question

<b>Ich</b>
<b>du</b>
<b>er/sie/es/man</b>
<b>wir</b>
<b>ihr</b>
<b>sie/Sie</b>
hatte
hatten
hatten
hattet
hatte
hattest

Slide 9 - Drag question

Wo <b>wart ihr</b>?
<b>Wir waren</b> am Strand
<b>Hattet ihr</b> gutes Wetter?
Ja, <b>es war</b> warm.
Wo <b>warst du</b>?
<b>Ich war</b> in der Stadt.
<b>Hatten Sie</b> schon reserviert?
<b>Meine Frau hatte </b>einen Tisch reserviert.
<b>Sie war</b> hier gestern.
Aber<b> wir hatten </b>ihm geholfen.
<b>Ich hatte </b>Autopanne.
waren jullie
wij waren
hadden jullie
het was
was jij
ik was
had u
zij had
zij was
we hadden
ik had

Slide 10 - Drag question

Het werkwoord werden
<span style="font-weight: bold">ich</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(255, 255, 255)">du</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(255, 255, 255)">er/sie/es</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(255, 255, 255)">wir</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(255, 255, 255)">ihr</span>
<span style="font-weight: bold; color: rgb(255, 255, 255)">sie/Sie</span>
werde
wirst
wird
werden
werdet
werden

Slide 11 - Drag question

het werkwoord 'werden = werd werden
ich
du
e/s/e
wir
ihr
sie/Sie
wurde
wurdest
wurde
wurden
wurdet
wurden

Slide 12 - Drag question

Slide 13 - Slide

De regels

Slide 14 - Slide

Het stappenplan
 Staat er een voorzetsel in de zin?
3e --> mit, nach, bei, seit, von, aus, zu
4e --> Durch, ohne, für, um, bis, gegen.

Nee? Ga de zin ontleden.
1.  Wat is het gezegde (alle werkwoorden in de zin)? 
2. Zoek het onderwerp: wie/wat + gezegde? --> 1e naamval.
3. Zoek het lijdend voorwerp: wie/wat + gezegde + onderwerp? --> 4e naamval
4. Zoek het meewerkend voorwerp: aan/voor + wie/wat + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp --> 3e naamval

Slide 15 - Slide

Hoe vind je de zinsdelen?
Onderwerp
Gezegde
Lijdend voorwerp
Meewerkend voorwerp
2. Alle werkwoorden in een zin.
3. wie/wat + gezegde?
4. wie/wat + gezegde + onderwerp?
5. aan wie + gezegde + onderwerp + lijdend voorwerp?

Slide 16 - Drag question

Koppel het zinsdeel aan de juiste naamval.
Onderwerp
Lijdend voorwerp<div><br></div>
Meewerkend voorwerp (aan of voor )
1e
3e
4e

Slide 17 - Drag question

Slide 18 - Slide

Koppel de juiste vertaling van de voorzetsels met de vierde naamval aan elkaar
door
voor
zonder
om
tot
tegen
durch
für
ohne
um
bis
gegen

Slide 19 - Drag question

sleep de voorzetsels naar de juiste naamval.
3e&nbsp; naamval
4e naamval
aus

bei
mit
nach
seit
von
zu
durch
für
ohne
um
bis
gegen

Slide 20 - Drag question

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Het kunnen toepassen

Slide 23 - Slide

Kommt (hij) __________ auch?

Slide 24 - Open question

Lena fährt mit (jou) in der Schweiz

Slide 25 - Open question

Schickst du (hem) __________ eine E-Mail?

Slide 26 - Open question

Hast du (haar) __________ schon gesehen?

Slide 27 - Open question

Ohne (haar) kann ich nicht leben

Slide 28 - Open question

Hat er (u) __________ ein Geschenk gegeben?

Slide 29 - Open question

Wir verstehen (haar) nicht.

Slide 30 - Open question

Slide 31 - Slide

door mij

Slide 32 - Open question

voor hen

Slide 33 - Open question

met ons

Slide 34 - Open question

Naamvallen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 35 - Poll

Huiswerk


E Grammatik opdrachten 17 t/m 23 (blz 27 t/m 30) 
D Lesen opdr. 12 t/m 14


Slide 36 - Slide