This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Functie hersenen
Het opnemen van alle informatie, van binnen en buiten, interne en externe milieu
Het reageren op prikkels.
Het controleren van de samenwerking tussen de organen.
Slide 2 - Slide
Slide 3 - Slide
Slide 4 - Video
Hersenvliezen
Slide 5 - Slide
Hersenweefsel
Grijze stof (cortex)
bestaat uit zenuwcellen
(informatie verwerking)
Witte stof
verbinding tussen zenuw-
cellen (geven informatie
door)
Slide 6 - Slide
Hersenvliezen (meninges)
Vliezen die het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) omsluiten.
harde hersenvlies (dura mater)
spinnenwebvlies (arachnoidea)
zachte hersenvlies (pia mater)
Slide 7 - Slide
Het hersenvocht (liquor)
Beschermen van het hersenweefsel
Vervoeren van voedingsstoffen
Afvoeren van afvalstoffen
Hersenvocht zit in:
tussen de vliezen, rondom de hersenen, in de hersenkamers, in het ruggenmerg
Slide 8 - Slide
De hersenen
Grote hersenen
Kleine hersenen
Hersenstam
Slide 9 - Slide
Grote hersenen (cerebrum)
Denken, geheugen, taal, vrijwillige bewegingen, en bewuste waarnemingen.
Verantwoordelijk voor intelligentie, planning, en creativiteit.
Bestaat uit:
Linker hemisfeer
Rechter hemisfeer
Deze zijn met elkaar verbonden
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Slide
Slide 12 - Slide
Kleine hersenen (cerebellum)
Coördinatie van bewegingen
Helpt om soepel te bewegen
Evenwicht bewaren.
Slide 13 - Slide
Slide 14 - Slide
Slide 15 - Video
Frontaal kwab
Parietale kwab
Temporale kwab
Occipitale kwab
Betrokken bij de motoriek, impulsbeheersing en sociaal gedrag
Verwerking van zintuiglijke informatie
Het organiseren van zintuiglijke informatie
Verwerking van visuele informatie
Slide 16 - Drag question
Benoem de vier verschillende kwabben van de grote hersenen
timer
2:30000
Slide 17 - Open question
Waar zorgt de kleinen hersenen ervoor?
Slide 18 - Open question
Kleine hersenen
Slide 19 - Slide
De hersenstam (truncus cerebri)
De middenhersenen. De bewegingen die spieren maken, worden hier gecoördineerd.
De pons. De pons bestaat uit zenuwen en verbindt de controlegebieden in het verlengde merg met de kleine hersenen;
Het verlengde merg (medulla oblongata). Hierin liggen veel verschillende gebieden met heel veel zenuwen. Deze zenuwen besturen de basisfuncties van je lichaam, zoals je ademhaling en je bloeddruk.
Slide 20 - Slide
Hersenstam
Vitale functies
Hersenzenuwen
Slide 21 - Slide
Slide 22 - Slide
Slide 23 - Slide
Wat is de functie van de hersenstam?
Slide 24 - Open question
Slide 25 - Slide
De kleine hersenen
De hersenstam
De grote hersenen
In dit deel van de hersenen liggen belangrijke centra voor de ademhaling, de temperatuurregeling en het regelen van de bloeddruk.
Dit deel van de hersenen speelt een belangrijke bij de samenwerking van verschillende spiergroepen
In dit deel van de hersenen liggen de functies zoals spraak, gehoor, reuk, voelen en denken
Slide 26 - Drag question
Slide 27 - Slide
Slide 28 - Slide
Slide 29 - Slide
Slide 30 - Video
De zenuwen
Uit je hersenen en je ruggenmerg komen zenuwen.
De zenuwen die uit je hersenen komen, gaan bijna allemaal naar je gezicht. (12 hersenzenuwen aan elk kant)
De zenuwen die uit je ruggenmerg komen (31 ruggenmergzenuwen), gaan naar je armen, benen en romp (organen).
Slide 31 - Slide
Hoe heet het grootste deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor denken, waarneming en bewuste bewegingen?
A
Kleine hersenen
B
Hersenstam
C
Grote hersenen
D
Limbisch systeem
Slide 32 - Quiz
Welke kwab in de hersenen is betrokken bij visuele verwerking?
A
Frontale kwab
B
Pariëtale kwab
C
Temporale kwab
D
Occipitale kwab
Slide 33 - Quiz
Welke functie wordt voornamelijk geregeld door de kleine hersenen (cerebellum)?
A
Spraak
B
Coördinatie en balans
C
Geheugen
D
Ademhaling
Slide 34 - Quiz
Wat is de belangrijkste functie van de hersenstam?
A
Regelen van emoties
B
Controle van vitale functies zoals ademhaling en hartslag
C
Gezichtsherkenning
D
Leren en geheugen
Slide 35 - Quiz
Wat gebeurt er in de hersenen tijdens een reflex?
A
Het signaal wordt verwerkt in de hersenstam.
B
Het signaal bereikt de hersenschors voordat je reageert.
C
Het signaal wordt rechtstreeks via het ruggenmerg doorgestuurd.