Monetair beleid en banken (Economie vwo), les 1: Uitleg

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Monetair beleid en banken

Examenstof economie vwo

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Leerlingen leren wat de ECB doet, wat M1 is, het verschil tussen een enkelvoudig en duaal mandaat, hoe geldschepping en geldvernietiging via bankbalansen verlopen, hoe de refi-rente de geldgroei remt, de effectieve ondergrens en hoe een bankrun ontstaat. Docent: de dia's met balansen zijn rekenvoorbeelden met verzonnen getallen.

Items in this lesson

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Monetair beleid en banken

Examenstof economie vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: I3.1 t/m 3.7. Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan uitleggen hoe banken geld scheppen en vernietigen, hoe de ECB met de refi-rente de geldgroei stuurt en hoe een bankrun ontstaat en wordt voorkomen.

This item has no instructions

Welke woorden komen bij je op bij: waar komt geld vandaan?

Verwacht: bank, lening, rente, ECB, drukken, sparen, contant, pinnen, inflatie. Groepeer rond bank en centrale bank. Veel mensen denken aan biljetten drukken, terwijl bankdeposito's het grootste deel van het geld zijn: dat is de rode draad.

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Het hoofdkantoor van de Europese Centrale Bank in Frankfurt

De ECB: beleid en toezicht

  • De ECB in Frankfurt is de centrale bank van de eurozone.

  • Ze voert monetair beleid: ze stuurt de rente en daarmee de geldhoeveelheid en de inflatie.

  • Ze houdt ook financieel toezicht: ze let op de gezondheid van banken.

  • Haar kerndoel is prijsstabiliteit: een inflatie van rond 2% per jaar op middellange termijn.

I3.1. Twee taken: monetair beleid en financieel toezicht. Geen actuele rentes noemen. Veelgemaakte fout: denken dat de regering de rente van de ECB bepaalt, of dat de ECB de begroting van landen aanpast. Image credit: Dr. Thomas Liptak / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

De Eccles Building in Washington, hoofdkantoor van de Fed

Eén doel of twee doelen

  • Een enkelvoudig mandaat is één hoofddoel: prijsstabiliteit. De ECB heeft dit mandaat.

  • Een duaal mandaat heeft twee doelen: prijsstabiliteit en economische groei. De Fed heeft dit.

  • Bij een enkelvoudig mandaat is prijsstabiliteit leidend; bij een duaal mandaat telt groei als eigen doel mee.

  • Stijgt de inflatie terwijl de groei stokt, dan is de afweging voor een duaal mandaat het lastigst.

I3.3. De Fed is het voorbeeld uit de syllabus. Leg het verschil uit aan de hand van de afweging bij hoge inflatie en zwakke groei. Veelgemaakte fout: de ECB heeft ook groei als doel; dat is hooguit een nevendoel als prijsstabiliteit niet in gevaar komt. Image credit: Federal Reserve / Wikimedia Commons, publiek domein

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Wat wel en niet in M1 zit

M1: geld in handen van het publiek

  • De geldhoeveelheid is het geld dat het publiek (gezinnen en bedrijven) in omloop heeft.

  • M1 is de maatstaf: contant geld bij het publiek plus direct opneembare tegoeden op betaalrekeningen.

  • Geld in de kluis van een bank of een tegoed van een bank bij de ECB telt niet mee.

  • Het grootste deel van M1 is geen contant geld maar bankdeposito's.

I3.2. M1 is het geld dat het publiek direct kan besteden. Veelgemaakte fout: het geld in de kluis van een bank meetellen. Dat is geld van de bank zelf, niet in handen van het publiek. Image credit: LessonUp Studio (eigen figuur), CC0

Welk mandaat heeft de ECB?

A

Duaal: prijsstabiliteit en groei

B

Enkelvoudig: prijsstabiliteit

C

Enkelvoudig: economische groei

D

Duaal: werkloosheid en begroting

De ECB heeft een enkelvoudig mandaat. Een duaal mandaat past bij de Fed.

Vul in

De maatstaf M1 telt alleen geld in handen van het publiek, dus contant geld in de kluis van een bank telt niet mee.

M1
publiek
kluis
overheid
toezicht

M1, publiek, kluis. Verwachte fout: het kasgeld van een bank wel meetellen.

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Bankbalans vóór en na een lening van 10.000 euro

Geldschepping bij kredietverlening

  • Bij een lening ontstaat nieuw geld: de bank leent niet alleen bestaand geld door.

  • Een lening van 10.000 euro aan een bakker verhoogt de leningen en het bankdeposito van de bakker met 10.000.

  • Dat is geldschepping: het bankdeposito is direct opneembaar en telt mee in M1.

  • Kredietverlening en creatie van bankdeposito's gebeuren tegelijk.

I3.4. Controle: voor 20.000 + 80.000 = 100.000 en 90.000 + 10.000 = 100.000. Na: 20.000 + 90.000 = 110.000 en 100.000 + 10.000 = 110.000. De balans blijft in evenwicht. Veelgemaakte fout: denken dat de bank eerst spaargeld van anderen moet hebben. Image credit: LessonUp Studio (eigen figuur), CC0

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Bankbalans vóór en na aflossing van 10.000 euro

Aflossen: geldvernietiging

  • Lost de bakker 10.000 euro af, dan dalen de lening en het bankdeposito met 10.000.

  • Dat is geldvernietiging: het geld verdwijnt en M1 daalt.

  • Nieuwe leningen scheppen geld, aflossingen vernietigen geld.

  • Per saldo groeit de geldhoeveelheid als er meer nieuwe kredieten komen dan er wordt afgelost.

I3.4, vice versa. Controle: voor 20.000 + 90.000 = 110.000 en 100.000 + 10.000 = 110.000; na 20.000 + 80.000 = 100.000 en 90.000 + 10.000 = 100.000. Veelgemaakte fout: denken dat afgelost geld meteen weer wordt uitgeleend; de aflossing maakt het bankdeposito ongedaan. Image credit: LessonUp Studio (eigen figuur), CC0

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Van hogere refi-rente naar tragere geldgroei

De refi-rente remt de geldgroei

  • De refi-rente is de rente van de ECB waartegen banken geld lenen bij de centrale bank.

  • Verhoogt de ECB haar rente, dan stijgen de financieringskosten van banken en verstrekken ze minder kredieten.

  • Minder kredieten betekent minder bankdeposito's: de geldgroei vertraagt. Lagere rente werkt omgekeerd.

  • Op de geldmarkt doet de ECB interventies, zodat de aangekondigde rente ook echt geldt.

I3.4 en 3.5. De geldmarkt is de markt waarop banken elkaar kortlopend geld lenen. De ECB bereikt haar rente door te interveniëren op die markt. Details van het ECB-instrumentarium horen niet bij de stof. Veelgemaakte fout: rente omhoog en omlaag omdraaien. Image credit: LessonUp Studio (eigen figuur), CC0

Vul in

Bij een lening ontstaat tegelijk een bankdeposito: dat is geldschepping. De geldvernietiging volgt bij aflossing van de lening.

bankdeposito
geldschepping
geldvernietiging
geldmarkt
M1

Bankdeposito, geldschepping, geldvernietiging.

Zet op volgorde na een verhoging van de refi-rente

1

De geldhoeveelheid groeit minder snel

2

Banken verstrekken minder kredieten

3

De financieringskosten van banken stijgen

4

De ECB verhoogt de refi-rente

Volgorde van de keten op de dia.

Lening van 25.000 euro: hoeveel geld erbij?

25.000 euro: de lening en het bankdeposito nemen allebei met 25.000 toe, en M1 stijgt met 25.000. Verwachte fout: 50.000 (dubbel tellen).

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Kluis van een bank, circa 1908

De ondergrens van de rente

  • Is de nominale rente negatief, dan kost een bankdeposito geld, terwijl contant geld 0% oplevert.

  • Dat geeft prikkels om vermogen contant aan te houden in plaats van op een rekening.

  • Veel contant geld is onpraktisch en kostbaar: kluis, beveiliging, risico op diefstal.

  • De rente kan daardoor enigszins negatief worden: dat is de effectieve ondergrens.

I3.6. Geen exacte ondergrens noemen: die hangt af van wat contant houden kost. Geen actuele rentes. Veelgemaakte fout: denken dat de rente nooit onder nul kan, of dat ze oneindig negatief kan worden. Image credit: The Cleveland Trust Company: An Epitome (1908) / Wikimedia Commons, publiek domein

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Spaarders in de rij voor een kantoor van Northern Rock, Brighton, 2007

Bankrun: iedereen wil zijn geld

  • Een bank financiert langlopende hypotheken met kortlopende, direct opneembare bankdeposito's.

  • Daardoor kan ze de langlopende bezittingen niet snel verkopen om aan de kortlopende verplichtingen te voldoen.

  • Vrezen spaarders voor hun geld, dan vragen ze massaal hun bankdeposito's op: een bankrun.

  • De angst bevestigt zichzelf: wie wacht, loopt het risico dat het geld op is.

I3.7. Kernoorzaak: de looptijden van bezittingen en verplichtingen verschillen. Beeld: Northern Rock, Brighton, 2007. Veelgemaakte fout: denken dat een bankrun alleen ontstaat bij een bank die echt failliet is. Image credit: Dominic Alves / Wikimedia Commons, CC BY 2.0

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Bank met te weinig direct beschikbaar geld voor een bankrun

Vangnetten tegen een bankrun

  • Vragen spaarders 20% van 900 miljoen op, dan is dat 180 miljoen bij 100 miljoen beschikbaar.

  • Het depositogarantiestelsel garandeert tegoeden tot 100.000 euro per persoon per bank.

  • De ECB is lener in laatste instantie: ze leent aan banken die nergens anders geld krijgen.

I3.7. Controle: 20% van 900 = 180, tekort 180 min 100 = 80 miljoen. Het garantiebedrag is 100.000 euro per persoon per bank (EU-regel). Het stelsel verkleint de kans op een run; de lener in laatste instantie lost het liquiditeitsprobleem op. Image credit: LessonUp Studio (eigen figuur), CC0

Wat gebeurt er als de nominale rente flink onder nul zakt?

A

Spaarders zetten meer op hun spaarrekening

B

Contant geld wordt minder aantrekkelijk

C

Vermogen wordt meer contant aangehouden

D

De ECB hoeft geen rente meer vast te stellen

Negatieve rente maakt contant geld aantrekkelijker. De ondergrens ligt enigszins onder nul.

Vul in

Het depositogarantiestelsel verkleint de kans op een bankrun, en de ECB treedt op als lener in laatste instantie voor banken in nood.

depositogarantiestelsel
bankrun
lener in laatste instantie
geldmarkt
financieel toezicht

Depositogarantiestelsel, bankrun, lener in laatste instantie.

Welk onderdeel vond je het lastigst?

1

Geldschepping en geldvernietiging

2

Rente en geldgroei

3

Mandaat en M1

4

Bankrun en vangnetten

Gebruik de uitkomst om het lastigste onderdeel kort te herhalen.

Hoe schept een bank geld? Leg in één zin uit.

Goed antwoord: bij een lening boekt de bank tegelijk een lening en een bankdeposito.

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Begrippen (1/2)

  • M1: maatstaf van de geldhoeveelheid: contant geld en direct opneembare tegoeden in handen van het publiek

  • enkelvoudig mandaat: één hoofddoel voor de centrale bank: prijsstabiliteit (ECB)

  • duaal mandaat: twee doelen: prijsstabiliteit en economische groei (Fed)

  • geldschepping: geld dat ontstaat doordat een bank een lening verstrekt en tegelijk een bankdeposito creëert; het omgekeerde is geldvernietiging bij aflossing

  • refi-rente: rente van de ECB waartegen banken bij haar lenen; bepaalt de financieringskosten van banken

This item has no instructions

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Begrippen (2/2)

  • geldmarkt: markt waarop banken elkaar kortlopend geld lenen en waarop de ECB interventies doet

  • effectieve ondergrens: de nominale rente kan enigszins negatief worden, maar niet veel, omdat contant geld aanhouden een alternatief is

  • bankrun: spaarders vragen massaal hun bankdeposito's op en de bank kan haar langlopende bezittingen niet snel verkopen

  • depositogarantiestelsel: garandeert spaartegoeden tot een grens en verkleint de kans op een bankrun

  • lener in laatste instantie: de ECB leent aan banken in nood die nergens anders geld kunnen krijgen

This item has no instructions