Monetair beleid en banken (Economie vwo), les 3: Terugblik quiz

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Quiz

Terugblik: Monetair beleid en banken

1 / 13
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 13 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Quiz van tien vragen over het hele onderwerp: ECB, M1, geldschepping, rente en geldmarkt, ondergrens en bankrun.

Items in this lesson

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Quiz

Terugblik: Monetair beleid en banken

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Avij / Wikimedia Commons, publiek domein

Welke taak heeft de ECB naast het voeren van monetair beleid?

A

De begroting van lidstaten vaststellen

B

Belastingen innen in de eurozone

C

Pensioenen van ambtenaren uitbetalen

D

Financieel toezicht op banken

Syllabus I3.1: monetair beleid en financieel toezicht.

Gezinnen en bedrijven houden 150 miljoen contant en 850 miljoen op betaalrekeningen aan. Banken hebben 40 miljoen in kluizen. Hoe groot is M1?

A

1.040 miljoen

B

850 miljoen

C

190 miljoen

D

1.000 miljoen

150 + 850 = 1.000. Het geld in kluizen telt niet mee.

Nieuw 30.000, afgelost 18.000: M1 verandert?

M1 stijgt met 12.000 euro (30.000 geldschepping min 18.000 geldvernietiging).

Wat is waar over het geld dat een bank bij een lening schept?

A

Het moet eerst als spaargeld door een ander zijn gestort

B

Het is een direct opneembaar bankdeposito dat meetelt in M1

C

Het wordt door de ECB bijgedrukt als contant geld

D

Het verdwijnt pas als de ECB haar rente verlaagt

Geldschepping is een boeking: lening en bankdeposito tegelijk.

Vul in

Op de geldmarkt bereikt de ECB haar aangekondigde rente door interventies, zodat de refi-rente de geldhoeveelheid uiteindelijk beïnvloedt.

geldmarkt
interventies
refi-rente
M1
depositogarantiestelsel

Geldmarkt, interventies, refi-rente.

Een centrale bank verhoogt haar rente van 2% naar 3%. Hoe groot is die stijging?

A

1 procentpunt, oftewel 1%

B

50 procentpunt, oftewel 1%

C

1 procentpunt, oftewel 50%

D

1 procent, oftewel 50 procentpunt

3 min 2 is 1 procentpunt; 1 gedeeld door 2 is 50%.

Waarom kan de rente op een bankdeposito maar enigszins negatief worden?

A

Veel contant geld aanhouden is onpraktisch en kostbaar

B

Een negatieve rente is bij wet verboden

C

Banken hebben dan geen kosten meer

D

Contant geld verliest elk jaar zijn waarde

Dit is de effectieve ondergrens: iets onder nul.

Een spaarder heeft 50.000 euro bij een bank die omvalt. Wat beschermt haar tegoed?

A

De refi-rente

B

Het depositogarantiestelsel

C

De geldmarkt

D

Het duaal mandaat van de bank

Het depositogarantiestelsel garandeert tegoeden tot een grens.

Zet op volgorde: een bakker krijgt een lening

1

De bakker vraagt krediet aan bij de bank

2

De bank boekt lening en bankdeposito tegelijk

3

De bank keurt de lening goed

4

De bakker besteedt het bankdeposito

Aanvraag, goedkeuring, boeking, besteding.

Een bank krijgt nergens meer geld om opnames te betalen. Wat doet de ECB?

A

Ze verhoogt direct haar eigen rente

B

Ze maakt M1 kleiner

C

Ze past de begroting van het land aan

D

Ze leent aan die bank als lener in laatste instantie

Lener in laatste instantie, om een bankrun te stoppen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

CONJUNCTUUR · GELD EN BANKEN

Goed gedaan!

Je weet nu hoe banken geld scheppen, hoe de ECB de geldgroei stuurt en hoe een bankrun wordt voorkomen. Succes met je examen!

This item has no instructions