This lesson contains 25 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 1 min
Items in this lesson
Slide 1 - Slide
Herzlich Willkommen
Was machen wir heute?
Sprechen und Grammatik
Wiederholung Wechselpräpositionen und Verben mit
Fall
Am Ende der Stunde:
Kennst du die Grammatik (D und E) und kannst diese in eigenen Worten zusammenfassen.
Bist du bereit für die mündliche Prüfung!
Slide 2 - Slide
Hausaufgaben
Wechselpräpositionen und Fälle
Seite 83-85 Aufgabe 40-44
Slide 3 - Slide
Wechselpräpositionen (3de)
mit
met
ab
vanaf
nach
naar
außer
behalve
bei
bij
aus
uit
seit
sinds
entgegen
tegemoet
von
van
gegenüber
tegenover
zu
naar
bis zu
tot (en met)
Slide 4 - Slide
Wechselpräpositionen (3de/4de)
an
aan
auf
op
hinter
achter
neben
naast
in
in
über
over
unter
onder
vor
voor
zwischen
tussen
Slide 5 - Slide
Wechselpräpositionen (4de)
durch
door
für
voor
gegen
tegen
ohne
zonder
um
om
bis
tot
entlang
langs
Slide 6 - Slide
Verben mit Fall
Wat zou dit kunnen betekenen?
Slide 7 - Slide
Eine alltägliche Reise
was
Seite 91 Aufgabe 51
wie
selbstständig
Hilfsmittel
Spickzettel
Zeit
3 Minuten
Ziel
Verben mit Fall kennenlernen
Fertig?
Seite 92 Aufgabe 52 und 53
timer
3:00
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Slide
Video over spreken in een andere taal
Wat
Noteer wat deze persoon doet als hij niet op het juiste woord kan komen
Hoe
Zelfstandig
Hulpmiddelen
Pen en papier (notities maken)
Tijd
We kijken 1 keer
Doel
Inzicht krijgen in hulpmiddelen bij spreekvaardigheid
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Video
3919 4822
menti.com
Slide 12 - Slide
Verboden woord
Je krijgt een kaart met 1 woord. Zonder dit woord te zeggen moet je gaan beschrijven (in het Duits) welk woord op je kaart staat. Na elke geraden kaart wisselt de beurt.
Werk in groepjes van 3-4
Degene die de meeste woorden raadt wint.
timer
8:00
Slide 13 - Slide
Wat heb je van dit spel geleerd?
Slide 14 - Open question
Praten in het Duits
Wat is er belangrijk als je in een vreemde taal gaat praten?
Slide 15 - Slide
Praten in het Duits
Wat is er belangrijk als je in een vreemde taal gaat praten?
Welke hulpmiddelen kun je gebruiken die je al hebt geleerd?
Slide 16 - Slide
Wat kun je doen als je niet op een woord kunt komen?
Een synoniem gebruiken
Slide 17 - Slide
Wat kun je doen als je niet op een woord kunt komen?
Een synoniem gebruiken
Die Personen Die Menschen
Slide 18 - Slide
Wat kun je doen als je niet op een woord kunt komen?
Een overkoepelend begrip gebruiken
Slide 19 - Slide
Wat kun je doen als je niet op een woord kunt komen?
Een overkoepelend begrip gebruiken
ipv. Eine Orange Ein stück Obst
Slide 20 - Slide
Wat kun je doen als je niet op een woord kunt komen?
Het woord beschrijven, denk aan kleur, vorm en formaat
Slide 21 - Slide
Wat kun je doen als je niet op een woord kunt komen?
Het woord beschrijven, denk aan kleur, vorm en formaat
Es ist rot, rund und klein
Slide 22 - Slide
Wat kun je doen als je niet op een woord kunt komen?
Het woord uitbeelden, gebaren gebruiken, mimiek gebruiken
Slide 23 - Slide
Wat kun je doen als je niet op een woord kunt komen?
'Vullers' gebruiken
eh, uhm, also
Slide 24 - Slide
Herzlich Willkommen
Was machen wir heute?
Sprechen und Grammatik
Wiederholung Wechselpräpositionen und Verben mit
Fall
Am Ende der Stunde:
Kennst du die Grammatik (D und E) und kannst diese in eigenen Worten zusammenfassen.