Thema 2 - les 10 - Mening geven

Thema 2 - les 10 - Mening geven

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorNT2ISK

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Thema 2 - les 10 - Mening geven

Lesdoel

🎯 Ik kan mijn mening geven over een stelling en reageren op de mening van iemand anders.


Aan het einde van de les kan ik:

🗣️ vertellen wat ik vind
💬 uitleggen waarom ik dat vind
👍 zeggen dat ik het eens ben
👎 zeggen dat ik het niet eens ben

Herhalen - voegwoorden

Wat is een voegwoord?

Een voegwoord verbindt twee delen van een zin.



Bijvoorbeeld:

Ik ga naar buiten als het mooi weer is.

Welk voegwoord ken jij nog?

Voeg hier je vraag toe

A

Answer A

B

Answer B

C

Answer C

D

Answer D

Ik doe mijn huiswerk ___ ik ga gamen.

A

terwijl

B

voordat

C

hoewel

D

totdat

Ik wacht hier ___ mijn moeder komt.

A

als

B

totdat

C

hoewel

D

nadat

___ ik ziek ben, ga ik toch naar school.

A

Terwijl

B

Hoewel

C

Als

D

Zodra

Ik luister naar muziek ___ ik mijn kamer opruim.

A

nadat

B

terwijl

C

voordat

D

totdat

___ ik thuiskom, maak ik eerst mijn huiswerk.

A

Hoewel

B

Terwijl

C

Zodra

D

Totdat

___ ik gegeten heb, ruim ik mijn bord op.

A

Voordat

B

Terwijl

C

Totdat

D

Nadat

Maak een zin met: als

Maak een zin met: hoewel

Taalhulp

mening geven

reageren op een mening of stelling

Stap 1: Je mening geven

🗣️ Wat vind jij?

Je kunt zeggen:

Ik vind ... onze buurt gezellig.

Ik vind dat ... dat mijn buurt veilig is.

Ik denk dat ... dat veel mensen in een stad willen wonen.

Volgens mij ... is een dorp rustig.


Welke zin geeft een mening?

A

Ik woon in Leeuwarden.

B

Ik vind ons huis mooi.

C

Ik woon naast een supermarkt.

D

Mijn huis heeft drie slaapkamers.

Welke zin is een feit?

A

Ik vind de buurt fijn.

B

Ons huis is gezellig.

C

De keuken is mooi.

D

Wij wonen naast een supermarkt.

Stap 2: waarom?

Een goede mening heeft vaak een reden.

Ik vind ... omdat ...

Ik denk dat ... want ...

Bijvoorbeeld:

Ik vind mijn buurt fijn, omdat er veel winkels zijn.

Ik denk dat een stad beter is voor jongeren, want er zijn veel voorzieningen.


Ik vind mijn woonplaats fijn, omdat ...

Ik vind mijn buurt niet zo fijn, omdat ...

Opdr. 21 - Binnencirkel/buitencirkel

🗣️ Binnencirkel

Je krijgt een stelling.

Vertel jouw mening:

Ik vind ...

Ik vind dat ...

Ik denk dat ...

Volgens mij ...

Daarna vraag je:

Wat vind jij?


Dat vind ik ook.

Daar ben ik het mee eens, want ...

of

Dat vind ik niet.

Daar ben ik het niet mee eens, want ...

Opdr. 21 - Binnencirkel/buitencirkel

💬 Buitencirkel

Reageer:

Dat vind ik ook.

Daar ben ik het mee eens, want ...

of

Dat vind ik niet.

Daar ben ik het niet mee eens, want ...


Zelfstandig aan het werk

Maak nu opdracht 20 uit je boek.

Je gaat hier zinnen met voegwoorden afmaken.



Klaar? Verder werken je woordenlijst (ook thema 1),

Volgende week toets thema 1 en 2!