Les 26 en 27 februari

Vandaag
Paper 1 focus -  bespreken oefening
Bespreken opdracht KERN
Herhalen academische woorden
De volgende stap: herkennen literaire techniek, benoemen, beschrijven en dan de analyse
3 verplichte stappen

1 / 48
next
Slide 1: Slide
NederlandsEnseignement Secondaire

This lesson contains 48 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Vandaag
Paper 1 focus -  bespreken oefening
Bespreken opdracht KERN
Herhalen academische woorden
De volgende stap: herkennen literaire techniek, benoemen, beschrijven en dan de analyse
3 verplichte stappen

Slide 1 - Slide

oefening
Je beantwoordt de vraag: je focust op hoe technieken het buitenstaander-gevoel tonen.

Je benoemt stilistische en narratieve technieken (staccato, perspectief).

Je gebruikt citaten als bewijs.

Je probeert effect op de lezer te analyseren 

Slide 2 - Slide

oefening - Sterk
Je beantwoordt de vraag: je focust op hoe technieken het buitenstaander-gevoel tonen.

Je benoemt stilistische en narratieve technieken (staccato, perspectief).

Je gebruikt citaten als bewijs.

Je probeert effect op de lezer te analyseren 

Slide 3 - Slide

oefening - verbeteren
Analyse blijft vaak beschrijvend i.p.v. diep analytisch.

Soms is de terminologie onnauwkeurig of te algemeen.

Verband tussen techniek → betekenis → thema kan explicieter.

Formulering kan academischer en preciezer.

Slide 4 - Slide

oefening - verbeteren
“Overigens hanteert de schrijver…” --> “Daarnaast gebruikt de schrijver…”
“Hierdoor kan hij makkelijker zijn ervaring overbrengen” -->“Dit perspectief versterkt de subjectieve representatie van zijn ervaring”
“e.g.” nooit!
“etc.” nooit!

Slide 5 - Slide

voorbeeld
Ten eerste gebruikt de schrijver een staccato-achtige zinsstructuur om de vervreemding van de verteller te benadrukken. Dit blijkt uit korte, geïsoleerde zinnen zoals “Ik werk in het natuurmuseum”, “Ik werk met Gerrit” en “Dode vogels”. Door het ontbreken van uitgebreide beschrijvingen of verbindingswoorden ontstaat een fragmentarisch ritme dat afstand en emotionele terughoudendheid suggereert. Deze syntactische eenvoud weerspiegelt de sociale positie van de verteller: hij functioneert wel binnen de samenleving, maar blijft er emotioneel en cultureel van afgesneden. Hierdoor ervaart de lezer dezelfde kilte en ongemakkelijkheid die kenmerkend zijn voor zijn bestaan als buitenstaander.

Slide 6 - Slide

Zoom verder in op taalniveau
→ woorden, ritme, herhaling, zinslengte.
Vermijd algemene uitspraken zoals:
“de lezer voelt compassie”
“de schrijver wil laten zien”
→ Leg altijd uit waardoor.
Gebruik vaker analytische werkwoorden:
suggereert
benadrukt
weerspiegelt
construeert
versterkt

Eindig alinea’s met een link naar het centrale thema (buitenstaandersschap).

Slide 7 - Slide

Bespreken opdracht de aanslag
KERN

Slide 8 - Slide

Nieuwe opdracht
Zie google docs
Begin met onderstrepen!!
Welke soorten beeldspraak herken je? Geef concrete citaten.

Slide 9 - Slide

Oefening
Ik doe het eerst voor

Slide 10 - Slide

Kies 1 zin met beeldspraak
Schrijf op: 
Stijlmiddel
Letterlijk beeld

Bijvoorbeeld:
“De toekomst voelde als een doolhof.”

Slide 11 - Slide

Maak de zin af
Dit beeld laat de lezer denken aan.....

… verdwalen, geen richting hebben, onzekerheid.

Belangrijk: geen abstracte woorden zoals “gevoel” of “sfeer”.

Slide 12 - Slide

Koppel aan het personage
Dit suggereert dat Mila....


… moeite heeft met keuzes en zich overweldigd voelt door haar toekomst.

Slide 13 - Slide

Maak het IB
De auteur gebruikt dit beeld om te laten zien dat.....

… vrijheid niet altijd positief is, maar ook angst en verantwoordelijkheid kan betekenen.

 = auteurintentie + thema.

Slide 14 - Slide

Voeg samen
Eén sterke analyse zin:

Door de metafoor van de toekomst als een doolhof suggereert de auteur dat Mila vrijheid ervaart als desoriëntatie, wat haar onzekerheid over haar levenskeuzes benadrukt.

Slide 15 - Slide

Nu jij

Slide 16 - Slide

Kies 1 zin met beeldspraak
Schrijf op: 
Stijlmiddel
Letterlijk beeld

Slide 17 - Slide

Maak de zin af
Dit beeld laat de lezer denken aan.....

Slide 18 - Slide

Koppel aan het personage
Dit suggereert dat Mila....

Slide 19 - Slide

Maak het IB
De auteur gebruikt dit beeld om te laten zien dat.....

Slide 20 - Slide

Voeg samen
Eén sterke analyse zin

Slide 21 - Slide

Hoe draagt de personificatie van de stad bij aan de sfeer?

Slide 22 - Open question

Welke symbolische functie heeft de ochtend / het licht?

Slide 23 - Open question

Hoe weerspiegelt de omgeving Mila's innerlijke toestand?

Slide 24 - Open question

Welke zintuigen worden aangesproken?

Slide 25 - Open question

Toon en stemming (mood vs. tone)

Vertelperspectief en focalisatie

Verband tussen stijlmiddelen en thematiek (twijfel, overgang, identiteit)

Slide 26 - Slide

3 verplichte stappen
Wat zie ik? (techniek)

Wat doet dit met de lezer? (effect)

Dus wat betekent dit? (interpretatie)

Slide 27 - Slide

“De ochtend hing als een vergeten jas over de stad.”
Stijlmiddel: vergelijking
Effect: creëert een zware, sombere sfeer
Dus (interpretatie): ……………………………

Slide 28 - Open question

“De geur van vers brood was warm en goudkleurig.”
Stijlmiddel: synesthesie
Effect: maakt de ervaring intens en troostend
Dus: ……………………………

Slide 29 - Open question

“De toekomst voelde als een doolhof.”
Stijlmiddel: metafoor
Effect: benadrukt verwarring en gebrek aan richting
Dus: ……………………………

Slide 30 - Open question

De stad wordt gepersonifieerd.
Waarom?

Slide 31 - Mind map

Citaat: “Hoop is een fragiel glas.”
Welke past het best?
Gebruik tekstbewijs
A
A. Hoop is mooi.
B
Hoop kan makkelijk verdwijnen.
C
Hoop vereist voorzichtigheid omdat Mila emotioneel kwetsbaar is.

Slide 32 - Quiz

Maak analyses af met....
“Hierdoor suggereert de auteur dat …”

of

“Dit weerspiegelt dat het personage …”

Slide 33 - Slide

Dictie

Slide 34 - Slide

Dictie
Betekenis:
De woordkeuze en manier waarop iemand zich uitdrukt in taal.

Dictie gaat niet over wat je zegt, maar hoe je het zegt — formeel, informeel, plechtig, eenvoudig, archaïsch, enzovoort.
Voorbeeldzinnen:
• De plechtige dictie van de spreker gaf de toespraak een officieel karakter.
• In zijn gedichten gebruikt de dichter een eenvoudige dictie, waardoor ze toegankelijk blijven.
• Door haar informele dictie lijkt de column alsof de schrijver rechtstreeks tegen de lezer praat.

Slide 35 - Slide

.Connotatie

Slide 36 - Slide

.Connotatie

Betekenis:
De gevoelswaarde of bijbetekenis die een woord oproept naast de letterlijke betekenis.
Uitleg voor leerling:
Twee woorden kunnen hetzelfde betekenen, maar een ander gevoel oproepen.
Voorbeeldzinnen:
• Het woord jeugdige heeft een positievere connotatie dan kinderachtig.
• De schrijver kiest bewust woorden met een negatieve connotatie om de politicus verdacht te laten lijken.
• Hoewel huis en woning hetzelfde betekenen, heeft huis vaak een warmere connotatie.


Slide 37 - Slide



Adagium

Slide 38 - Slide



Adagium

Betekenis:
Een bekende levenswijsheid of spreuk die als algemene waarheid wordt gepresenteerd.
Uitleg voor leerling:
Een adagium is eigenlijk een klassieke wijsheid die mensen vaak herhalen.
Voorbeeldzinnen:
• Het adagium “ken uzelf” stamt al uit de Griekse oudheid.
• Zijn opvoeding werd sterk bepaald door het adagium dat hard werken altijd wordt beloond.
• De roman speelt met het adagium dat liefde alles overwint.



Slide 39 - Slide


. Ambiguïteit

Slide 40 - Slide


. Ambiguïteit

Betekenis:
Meerduidigheid; iets kan op meerdere manieren worden geïnterpreteerd.
Uitleg voor leerling:
Je weet niet precies wat bedoeld wordt, omdat er meerdere betekenissen mogelijk zijn.
Voorbeeldzinnen:
• De ambiguïteit van het slot zorgt ervoor dat lezers blijven discussiëren over de ware afloop.
• Door de dubbelzinnige formulering ontstaat er grammaticale ambiguïteit.
• De dichter gebruikt bewust ambiguïteit om verschillende interpretaties toe te laten.

Slide 41 - Slide


Syntaxis

Slide 42 - Slide


Syntaxis

Betekenis:
De manier waarop woorden en zinsdelen in een zin geordend zijn (zinsbouw).
Uitleg voor leerling:
Niet de woorden zelf, maar hoe ze in de zin staan.
Voorbeeldzinnen:
• De ingewikkelde syntaxis weerspiegelt de verwarde gedachten van het personage.
• Door korte zinnen te gebruiken verandert de syntaxis en neemt de spanning toe.
• In oudere teksten wijkt de syntaxis vaak af van modern Nederlands.

Slide 43 - Slide




. Allusie

Slide 44 - Slide




. Allusie

Betekenis:
Een indirecte verwijzing naar een bekend verhaal, persoon, gebeurtenis of tekst.
Uitleg voor leerling:
De schrijver noemt iets niet letterlijk, maar verwacht dat jij de verwijzing herkent.
Voorbeeldzinnen:
• De appel in het verhaal is een duidelijke allusie op het Bijbelse paradijsverhaal.
• Met zijn beschrijving maakt de auteur een allusie op de mythe van Icarus.
• De film zit vol allusies op klassieke sprookjes.


Slide 45 - Slide




Gemaquilleerd

Slide 46 - Slide




Gemaquilleerd

Betekenis (figuurlijk):
Verbloemd of mooier voorgesteld dan het werkelijk is.
Uitleg voor leerling:
Niet letterlijk make-up, maar de werkelijkheid “opmaken” zodat die beter lijkt.
Voorbeeldzinnen:
• In het verslag wordt de mislukking bewust gemaquilleerd als een leerzame ervaring.
• De politicus gaf een gemaquilleerde versie van de feiten.
• Achter het gemaquilleerde succesverhaal schuilde grote onzekerheid.

Slide 47 - Slide

Les 26 en 27 februari

Slide 48 - Slide