Welke vragen bespreken van 1.3? In ieder geval 5,8 en 9
vandaag snelle herhaling soorten mengsels via rest van presentatie
check lesdoel behaald? ja? -> verder met hw nee? -> dan aant overnemen
hw voor morgen is goed lezen 1.5 en maken 1 t/m 5
Slide 2 - Slide
Lesdoelen:
Je kunt aan het einde van de les een overeenkomst en een verschil benoemen tussen een emulsie en een suspensie
Je kunt voor elk van de volgende drie mengsels een stofeigenschap noemen die je zou kunnen gebruiken bij het scheiden van dat mengsels: emulsie, suspensie en oplossing.
Slide 3 - Slide
Mengsels kun je scheiden
je maakt gebruik van verschil in stofeigenschappen
b.v. zoutwater indampen (= opwarmen tot het water kookt): omdat het kookpunt van zout veel hoger is verdampt het zout niet mee.
Van de mengsels die volgen moet je weten:
de namen,
kenmerken,
scheidingsmethodes (+opstelling), hoe noem je stof die overblijft enz.
op basis van welk verschil in stofeigenschappen werkt deze scheiding
Mengsels kun je scheiden
je maakt gebruik van verschil in stofeigenschappen
Slide 4 - Slide
Slide 5 - Slide
Slide 6 - Slide
Slide 7 - Slide
Slide 8 - Slide
Slide 9 - Slide
Slide 10 - Slide
Lesdoel behaald?
Noteer in je schrift een overeenkomst en een verschil tussen een emulsie en een suspensie
Bespreken en daarna: - of aantekening overnemen - of alvast beginnen aan hw (lezen 1.5 en maken 1 t/m 5)
2 minuten:
Slide 11 - Slide
Mengsels
Oplossing
Emulsie
Suspensie
vaste stof / vloeistof / gas opgelost in een vloeistof (oplosmiddel)
de moleculen van de opgeloste stoffen zijn volledig gemengd met het oplosmiddel
groepjes van vaste deeltjes die bij elkaar geklonterd zweven in een vloeistof.
Schudden/roeren voor gebruik
na een tijdje bezinkt de vaste stof
2 (of meer) vloeistoffen die niet mengen.
belletjes van de ene vloeistof in de andere
een emulgator houdt de vloeistoffen gemengd
helder, soms gekleurd
troebel, altijd wit/ gekleurd
troebel, altijd wit/ gekleurd
neem over:
Slide 12 - Slide
hw voor les 7
noteer nu in agenda:
hw voor morgen is goed lezen 1.5 en maken 1 t/m 5 (inclusief nakijken/verbeteren)
Morgen in de les verder met 1.5 en voorbereiding practicum in activiteitenweek (gemiddelde alle practica is toetscijfer)