will/won't/shall

Future
  • WILL, WON't, SHALL 

Example:

One day I will visit South Africa
1 / 24
next
Slide 1: Slide
EngelsMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 2

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Future
  • WILL, WON't, SHALL 

Example:

One day I will visit South Africa

Slide 1 - Slide

Will , WON'T , Shall
Hoe was het ook weer?




Slide 2 - Slide

Future -> Toekomst : will en shall 
Het Engelse woord Will gebruik je om aan te geven dat iets in de toekomst zal gaan gebeuren. 

 

Slide 3 - Slide

Will
 
  • I will visit South Africa once in my life    
  • Eens in mijn leven zal ik  Zuid-Afrika bezoeken.
  • Don't worry! We will do our homework 
  • Geen zorgen! Wij zullen ons huiswerk maken 

Slide 4 - Slide

Formule
will + hele werkwoord
Voorbeeld: We will do our homework .


Slide 5 - Slide

Vormen (+)
Je gebruikt voor alle personen dezelfde vorm.
Je kan 'will'op twee manieren schrijven:


  1. Lange vorm: Will
    One day he will have his own car.

  2. Korte vorm: 'll
    One day he'll have his own car .

Slide 6 - Slide

Ontkennende zinnen (-)
  • Bij ontkennende zinnen zet je 'not' achter 'will', 
  • Gebruik de korte vorm: won't 


I won't do my homework tomorrow 


Slide 7 - Slide

Vragende zinnen (?)
Bij vragen zet je 'will' vooraan .

Will we meet  him again ? Zullen we hem nog een keer ontmoeten? 


Slide 8 - Slide

Shall
Bij vragen met 'I' en 'we' gebruiken we SHALL

Shall gebruik je dus om een voorstel te doen 

Shall we go to the cinema? Zullen we naar de bioscoop gaan?

Slide 9 - Slide

She ___________ turn sixteen next June.
Future + will / shall: we / shall + hele werkwoord
will
shall

Slide 10 - Drag question

He ___________ tell you what to do.
Future + will / shall: we / shall + hele werkwoord
will
shall

Slide 11 - Drag question

___________ I help you with your homework?
Future + will / shall: we / shall + hele werkwoord
Will
Shall

Slide 12 - Drag question

I don't know, ___________ we tell her the truth?
Future + will / shall: we / shall + hele werkwoord
will
shall

Slide 13 - Drag question

Marie ___________ text us when we can visit.
Future + will / shall: we / shall + hele werkwoord
will
shall

Slide 14 - Drag question


    The weather ________ be sunny and dry tomorrow.

    Marc ________ join us for soccer, he's not feeling well.

   _______ we meet at eight on Friday?

     Maybe they _______ give you you money back if you ask nicely.
will
won't
shall
will

Slide 15 - Drag question

SAMENVATTING

Slide 16 - Slide

I ____ go to the cinema later today

A
Will
B
Shall

Slide 17 - Quiz

___ they do their homework on Saturday?


A
Will
B
Shall

Slide 18 - Quiz

No, I ___ listen to you anymore!

A
Will
B
Shall
C
Won't

Slide 19 - Quiz

Maak de zin af met de woorden tussen haakjes
( you - to travel ) to South Africa this summer?

Slide 20 - Open question

Maak de zin af met de woorden tussen haakjes
(they - to play) music at my birthday party next month.

Slide 21 - Open question

Maak de zin af met de woorden tussen haakjes
( I - not - to run) 10 kilometers anymore!

Slide 22 - Open question

Slide 23 - Link

What now?
From: Unit 5.2
Do exercises: 1-10
Finished ? start with 
woordtrainer/versterk jezelf/test jezelf

Slide 24 - Slide