Werkwoordspelling herhaling Cito

Werkwoordspelling
Tegenwoordige tijd (tt) = nu


1 / 20
next
Slide 1: Slide
NederlandsSpellingBasisschoolPraktijkonderwijsGroep 6Leerjaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Werkwoordspelling
Tegenwoordige tijd (tt) = nu


Slide 1 - Slide

maken (tt)
Jij ... het cadeau open.

Slide 2 - Open question

hebben (tt)
Jij ..... vandaag een schooluitje.

Slide 3 - Open question

ontmoeten (tt)
Pieter ... nieuwe mensen.

Slide 4 - Open question

suizen (tt)
De bal ..... over het plein.

Slide 5 - Open question

verwarmen (tt)
De verwarming ... het lokaal.

Slide 6 - Open question

proeven (tt)
Ik ...... een stukje van de taart.

Slide 7 - Open question

Werkwoordspelling
Tegenwoordige tijd (tt) = nu


Slide 8 - Slide

vullen (vt)
Sifra ... het formulier in.

Slide 9 - Open question

beloven (vt)
De juf ........ ons wat lekkers aan het einde van de les.

Slide 10 - Open question

hopen (vt)
Wij ...... op een leuk programma.

Slide 11 - Open question

grazen (vt)
De pony ........ in de wei.

Slide 12 - Open question

kennen (vt)
Jip ... een mooi verhaal.

Slide 13 - Open question

fietsen (vt)
Jullie ... door de regen

Slide 14 - Open question

verstoppen (vt)
Mustafa ... zijn bril achter het bed.

Slide 15 - Open question

Let op: werkwoorden met een z
lezen
reizen
verhuizen

Slide 16 - Slide

Let op: werkwoorden met een v
leven
durven
geven


Slide 17 - Slide

Wat gebeurt er met werkwoorden met een t of d op het einde in de verleden tijd?
praten

landen

barsten

Slide 18 - Slide

Ik, je, jij, achter pv
t doet niet mee

blijven
Jij _________  vanavond slapen.

_________ jij vanavond slapen?

Slide 19 - Slide

Voltooid deelwoord
´t Kofschip X

Het meisje heeft haar naam ______________. (veranderen)
De juf heeft de toets ______________________. (controleren)
De kinderen zijn in het bos ________________ .(verdwalen)

Slide 20 - Slide