Fictie 9 les 14 H39 Een verhaal beoordelen wk 41-3

Kevin
Ilse
Abel
Jelte
Elisa
Bente
1 / 32
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Kevin
Ilse
Abel
Jelte
Elisa
Bente

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Welkom 
Doe je telefoon in de telefoontas. 
Ga op je vaste plek zitten. 
Pak je lesboek, schrift en etui.
Pak je leesboek. 
Laat de iPad in de tas. 
Geen tas op tafel.
Geen jas of kauwgom in het lokaal. 

Slide 3 - Slide

Vandaag


Stil lezen (altijd 'boek mee in de tas')
Herhaling H38 Thema
Uitleg H39 Een verhaal beoordelen
Nakijken huiswerk
Keuze




Slide 4 - Slide

Stil lezen
timer
10:00

Slide 5 - Slide

Enquete
Klik hier

Slide 6 - Slide

Te behandelen Kern P1
Taalverzorging
H27 Persoonsvorm tegenwoordige tijd en verleden tijd
H28 Voltooid en onvoltooid deelwoord
H29 Onregelmatige en Engelse werkwoorden
H12, 13, 14, 43, 44

Fictie
H8, 9, 23, 24, 38, 39



Slide 7 - Slide

De lessen taalverzorging

Slide 8 - Slide

De lessen fictie

Slide 9 - Slide

Lesdoelen

Je leert je oordeel over een verhaal te geven en te onderbouwen. 

Slide 10 - Slide

Herhaling vorige les

Wat is een thema?

Slide 11 - Slide

Thema van een verhaal
Een thema is de kortst mogelijke samenvatting van een verhaal:

  • Een sprookje             thema : een wijze les 
Eerlijk en eenvoud is belangrijk.

  • Harry Potter             thema: de strijd tussen goed en kwaad 
Harry Potter moet Voldemort bestrijden.

Slide 12 - Slide

Meerdere thema's
Een verhaal kan meerdere thema’s hebben, maar er is er altijd 1 die de overhand neemt. Dat het belangrijkste is:

Bijvoorbeeld 'Een weeffout in onze sterren' - John Green.
Twee tieners die verliefd op elkaar worden, maar ook ernstig ziek zijn. 
Thema: vriendschap, ziekte en dood. 

Slide 13 - Slide

Huiswerk nakijken
H38 opdr. 8 t/m 14

Slide 14 - Slide

Huiswerk voor de volgende les

Noteer in je agenda:
Maken H39 opdr. 1, 2 en 5 t/m 10

Slide 15 - Slide

Fictie 39: Een verhaal beoordelen

Doel: Je leert je oordeel over een verhaal te geven en te onderbouwen.


Slide 16 - Slide

Oordeel
Een oordeel over een boek bestaat uit twee elementen:
  1. de mening (Ik vond dit een interessant boek)
  2. de argumenten (De personages waren erg geloofwaardig en het verhaal zat goed in elkaar)

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

Beoordelingswoorden
Om een oordeel te kunnen 
geven maak je gebruik van 
beoordelingswoorden.


Slide 19 - Slide

Slide 20 - Video

Waar of niet waar?
Een oordeel bestaat uit (1) de mening en (2) beoordelingswoorden.
A
waar
B
niet waar

Slide 21 - Quiz

Antwoord
Een oordeel wordt gevormd door:
1. een mening (met beoordelingswoorden)  
2. een argument

Slide 22 - Slide

Wat zijn beoordelingwoorden?
A
woorden waarmee je iets kunt zeggen
B
woorden die de verhaalsoort aangeven
C
woorden waarmee je je mening kunt geven
D
woorden die tegengesteld zijn aan elkaar

Slide 23 - Quiz

kenmerken waarop je een verhaal kunt beoordelen
opbouw
lengte van de zinnen
gebeurtenissen
genre
aantal bladzijdes
personen
fictie of non-fictie
taalgebruik

Slide 24 - Drag question

Denk eens na over jouw oordeel over het boek dat je nu aan het lezen bent. Formuleer je oordeel en geef tenminste 2 argumenten. Gebruik daarbij de kenmerken en de beoordelingswoorden die je vandaag hebt geleerd.

Slide 25 - Open question

Aan de slag
Kies wat je gaat doen:

  • Doe het bordspel werkwoordspelling in een groepje van vier

  • Ga lezen
  • Ga aan de slag met je PO
  • Maak je huiswerk 
  • Oefen de werkwoordspelling, er ligt een opdracht op de tafel

Slide 26 - Slide

Is de opdracht duidelijk?

Slide 27 - Slide

Zijn voor jou de lesdoelen behaald

Slide 28 - Slide

Volgende les

We gaan verder met fictie:

H23 Helden & schurken 
en 
H24 Personages


Slide 29 - Slide

Zijn voor jou de lesdoelen behaald

Slide 30 - Slide

Hoe ging deze les?
Wat heb je geleerd vandaag?

Wat vond je leuk aan deze les? 

Heeft iemand vragen?

Slide 31 - Slide

Fijne dag

Slide 32 - Slide