Fictie week 41 1H les 2 wo

Telefoon in  telefoontas!
1 / 31
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 31 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Telefoon in  telefoontas!

Slide 1 - Slide

Stil lezen......
.....en dan is het echt stil!
timer
10:00

Slide 2 - Slide

Planning
Week 41 H 38 en 39
Week 42 VAKANTIE
Week 43 werkwoordspelling en opdracht fictie


Week 44 
maandag 31 oktober: inleveren OPDRACHT fictie 
vrijdag 4 november: TOETS werkwoordspelling

Slide 3 - Slide

Vandaag
Fictie

10 min stil lezen
Woordzoeker werkwoordspelling nakijken
Huiswerk nakijken 
Uitleg H38 Thema
Aan de slag: in LessonUp en keuze 

Slide 4 - Slide

Lesdoelen

H38 Je leert wat thema's in een verhaal zijn.

Slide 5 - Slide

Huiswerk nakijken 


H24 opdracht 6 t/m 10 blz. 101

Slide 6 - Slide

Huiswerk
Noteer in je agenda

H38 opdracht 1 t/m 7 blz. 155
vrijdag 14 oktober


Slide 7 - Slide

Moeilijke woorden H38

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Aan de slag
Ga zelfstandig verder in deze LessonUp. 
Eerst een stukje herhaling en daarna aan de slag met het nieuwe onderwerp 'thema'. 
De filmpjes bekijk je met oortjes in. 
  1. Je logt op je iPad in met je schoolaccount. 
  2. Je gaat niet op 4G. 
  3. Je zet je bluetooth uit. 

Slide 12 - Slide

De term fictie betekent:
A
een verhaal wat echt is gebeurd
B
een verhaal dat is verzonnen
C
een verhaal wat echt gebeurt kan zijn, maar waar de hoofdpersonen zijn verzonnen
D
geen idee

Slide 13 - Quiz

Non-fictie betekent:
A
Een verhaal dat echt gebeurd is
B
een verhaal dat verzonnen is
C
een verhaal dat is verzonnen, maar wat echt gebeurd kan zijn.

Slide 14 - Quiz

Realistisch fictie betekent:
A
Een verhaal dat echt gebeurd is
B
een verhaal dat verzonnen is
C
een verhaal dat is verzonnen, maar wat echt gebeurd kan zijn.

Slide 15 - Quiz

Een genre is:
A
onderwerp van een verhaal
B
personages in een verhaal
C
waar het verhaal zich afspeelt
D
soort verhaal

Slide 16 - Quiz

Personages kun je verdelen in:
A
Innerlijk
B
uiterlijk
C
Typen
D
Karakters

Slide 17 - Quiz

Een karakter is veelal:
A
Iemand die het hele verhaal hetzelfde blijft
B
Iemand die gedurende het verhaal een ontwikkeling doormaakt
C
Een hoofdpersoon van een verhaal
D
Ziet er in een verhaal altijd hetzelfde uit.

Slide 18 - Quiz

Welke begrippen die horen
bij fictie ken jij?

Slide 19 - Mind map

Thema van een verhaal
Een thema is de kortst mogelijke samenvatting van een verhaal:
- sprookje —> thema is: een wijze les (eerlijk en eenvoud is belangrijk).
- Harry Potter —> thema: de strijd tussen goed en kwaad (Harry Potter moet Voldemort bestrijden). 

Slide 20 - Slide

Meerdere thema's
Een verhaal kan meerdere thema’s hebben, maar er is er altijd 1 die de overhand neemt. Die het belangrijkste is:

Bijvoorbeeld 'Een weeffout in onze sterren' - John Green.
Twee tieners die verliefd op elkaar worden, maar ook ernstig ziek zijn. 
Thema: vriendschap, ziekte en dood. 

Slide 21 - Slide

Bepalen van een thema
Het onderwerp van een verhaal kun je vaak omschrijven in 1 woord.
Als je nauwkeuriger het verhaal wilt omschrijven, dus het thema wil verwoorden, heb je vaak meer woorden nodig. Vaak gebruik je hiervoor een korte zin. 

Stel jezelf altijd de volgende vragen;
- Wat is de ‘wijze les’ van dit verhaal?
- Wat wil de schrijver meegeven over het onderwerp?
- Wat ontdekt de hoofdpersoon in de loop van het verhaal? Verandert hij/zij in de loop van het verhaal van mening?

Oefenen aan de hand van twee filmtrailers. 

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Video

Welk(e) thema(’s) zou je dit verhaal geven?

Slide 24 - Mind map

Slide 25 - Video

Welk(e) thema(’s) zou je dit verhaal geven?

Slide 26 - Mind map

Zijn voor jou de lesdoelen behaald

Slide 27 - Slide

Ben je klaar?
  • H38 opdracht 1 t/m 7 blz. 155. Dit is tevens huiswerk voor de volgende les. 
  • Verder met fictie H38 Thema
  • Oefenen werkwoordspelling 
  • Lezen
  • Werken aan je fictieopdracht

Slide 28 - Slide

De volgende les

H39 Een verhaal beoordelen

Slide 29 - Slide

Hoe ging deze les?
Wat heb je geleerd vandaag?

Wat vond je leuk aan deze les? 

Heeft iemand vragen?

Slide 30 - Slide

Graag de stoel aanschuiven.
Fijne dag & tot de volgende keer!

Slide 31 - Slide