WS: Elektriciteit - Oefensommen

Oefensommen Elektriciteit
In deze Lessonup Oefensommen over het onderdeel 'Elektriciteit'.
Je vindt de bijbehorende theorie op 
   Wetenschapsschool.nl
   Natuurkundeuitgelegd.nl
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4-6

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Oefensommen Elektriciteit
In deze Lessonup Oefensommen over het onderdeel 'Elektriciteit'.
Je vindt de bijbehorende theorie op 
   Wetenschapsschool.nl
   Natuurkundeuitgelegd.nl

Slide 1 - Slide

Lampje
Hieronder de complete vraag, daarna per deelvraag de mogelijkheid om te antwoorden. (Uitleg en antwoorden beschikbaar nadat je wat ingevuld en verstuurd hebt).

Je hebt een lampje waarop staat: 4,5 V - 1,2 W. Je wilt deze aansluiten op een spanningsbron van 12 V. Om het lampje op de juiste spanning te laten branden, moet je een extra weerstand in de schakeling opnemen. (Op de volgende pagina kan je je antwoorden invoeren en hints krijgen)
a. Bereken stroom door het lampje als deze juist brandt.
b. Bereken de weerstand van het lampje in die situatie.
c. Leg uit of je de extra weerstand in serie of parallel aan het lampje moet aansluiten.
(Maak een schets van de schakeling en zet alle bekende waarden er in op de juiste plek)
d. Bereken de waarde van de extra weerstand.
e. Bereken hoeveel elektronen er in één minuut door het lampje stromen.
f.  Direct na het aanschakelen van het lampje, daalt de stroom een beetje. Leg dit uit.



Slide 2 - Slide

Je hebt een lampje waarop staat: 4,5 V - 1,2 W. Je wilt deze aansluiten op een spanningsbron van 12 V. Om het lampje op de juiste spanning te laten branden, moet je een extra weerstand in de schakeling opnemen.
a. Bereken stroom door het lampje als deze juist brandt.

Slide 3 - Open question

Je hebt een lampje waarop staat: 4,5 V - 1,2 W. Je wilt deze aansluiten op een spanningsbron van 12 V. Om het lampje op de juiste spanning te laten branden, moet je een extra weerstand in de schakeling opnemen.
(a: I = 0,26666... A)
b. Bereken de weerstand van het lampje in die situatie.

Slide 4 - Open question

Je hebt een lampje waarop staat: 4,5 V - 1,2 W. Je wilt deze aansluiten op een spanningsbron van 12 V. Om het lampje op de juiste spanning te laten branden, moet je een extra weerstand in de schakeling opnemen.
c. Leg uit of je de extra weerstand in serie of parallel aan het lampje moet aansluiten.

Slide 5 - Open question

Je hebt een lampje waarop staat: 4,5 V - 1,2 W. Je wilt deze aansluiten op een spanningsbron van 12 V. Om het lampje op de juiste spanning te laten branden, heb je een extra weerstand nodig.
I = 0,26666.. A - R = 16,875 Ω - Serie
d. Bereken de waarde van de extra weerstand.

Slide 6 - Open question

Je hebt een lampje waarop staat: 4,5 V - 1,2 W. Je wilt deze aansluiten op een spanningsbron van 12 V. Om het lampje op de juiste spanning te laten branden, heb je een extra weerstand nodig.
I = 0,26666.. A - R = 16,875 Ω - Serie
e. Bereken hoeveel elektronen er in één minuut door het lampje stromen.

Slide 7 - Open question

Je hebt een lampje waarop staat: 4,5 V - 1,2 W. Je wilt deze aansluiten op een spanningsbron van 12 V. Om het lampje op de juiste spanning te laten branden, heb je een extra weerstand nodig.
f. Direct na het aanschakelen van het lampje, daalt de stroom een beetje. (Je hebt dit ook kunnen zien tijdens het licht-practicum) . Leg dit uit.

Slide 8 - Open question

Als je nog iets niet begreep over de opgave 'Lampje', geef dat dan zo duidelijk mogelijk aan.

Slide 9 - Open question

Vervangingsweerstand en soortelijke weerstand.
Zie de schakeling hiernaast.
De spanningsbron geeft een spanning van 24 V. Verder is er:

I. Een koperdraad van 50 cm met een weerstand van 4,5 Ω.
II. Een NiChroomdraad met een doorsnede van 0,0125 mm² en een weerstand van 12 Ω
III. Een spiraaldraad met 500 wikkelingen om een koker met 2,5 cm diameter. De draad zelf is 0,20 mm dik en heeft een weerstand van 16 Ω.
IV. Een voorwerp met een weerstand van 4,0 Ω. 

Neem de tekening over en noteer ook de juiste gegevens bij elk van de vier onderdelen (dit mag ook buiten de tekening).
De eerste vragen gaan over vervangingsweerstand en spanning, stroom en vermogen.

Slide 10 - Slide

Bereken de totale vervangingsweerstand van deze schakeling.

Slide 11 - Open question

De totale weerstand is 12 Ω.
Bereken de stroom uit de batterij.

Slide 12 - Open question

De stroom uit de batterij is 2,0 A. Bereken de spanning over en de stroom door elk van de 4 componenten.

Slide 13 - Open question

Bereken het vermogen van elk van de 4 componenten. Bereken ook het vermogen dat de spanningsbron levert. Wat valt je op?

Slide 14 - Open question

Als je nog iets niet begreep over vervangingsweerstanden, geef dat dan zo duidelijk mogelijk aan.

Slide 15 - Open question

Vervangingsweerstand en soortelijke weerstand.
Zie de schakeling hiernaast.
De spanningsbron geeft een spanning van 24 V. Verder is er:

I. Een koperdraad van 50 cm met een weerstand van 4,5 Ω.
II. Een NiChroomdraad met een doorsnede van 0,0125 mm² en een weerstand van 12 Ω
III. Een spiraaldraad met 500 wikkelingen om een koker met 2,5 cm diameter. De draad zelf is 0,20 mm dik en heeft een weerstand van 16 Ω.
IV. Een voorwerp met een weerstand van 4,0 Ω. 

Neem de tekening over en noteer ook de juiste gegevens bij elk van de vier onderdelen (dit mag ook buiten de tekening).
De volgende vragen gaan over de soortelijke weerstand.

Slide 16 - Slide

Bereken de dikte van de draad 'I' in μm. (Het is een dunne draad).

Slide 17 - Open question

Bereken de lengte van de draad II.

Slide 18 - Open question

De draad van spiraal III is 39 m lang. Bereken de soortelijke weerstand van het materiaal van deze draad.

Slide 19 - Open question

De draad van spiraal III is 39 m lang. Laat met een berekening zien dat dat inderdaad klopt met de gegevens van spriaal III (als je nog niet weet wat de soortelijke weerstand is).

Slide 20 - Open question

Als je nog iets niet begreep over het werken met de soortelijke weerstand, geef dat dan zo duidelijk mogelijk aan.

Slide 21 - Open question