Apparaten in huis en het milieu

Apparaten in huis en het milieu

1 / 27
next
Slide 1: Slide
New lesson editorExcelISK

This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Apparaten in huis en het milieu

Wat weet je al over apparaten in huis en energie besparen?

Leerdoel van deze les

Aan het einde van deze les kun je praten en schrijven over hoe je apparaten in huis gebruikt om energie te besparen en het milieu te helpen. Je oefent zinnen maken met want en omdat, en oefent met drie tijden.

Waarom energie besparen?

Als we minder energie gebruiken, helpen we het milieu. Hoe kun jij thuis energie besparen?

Waarom is energie besparen belangrijk?

A

Het is tijdrovend

B

Het helpt het milieu

C

Het verhoogt de energiekosten

D

Het verlaagt energiekosten

Hoe kun je thuis energie besparen?

A

Ramen open laten staan

B

Verwarming hoger zetten

C

Ledlampen gebruiken

D

Elektrische apparaten uitschakelen

Wat is een voordeel van minder energie verbruiken?

A

Meer afvalproductie

B

Minder CO2-uitstoot

C

Hogere energierekeningen

D

Betere luchtkwaliteit

Welke apparaten gebruik je thuis?

Denk aan apparaten zoals de koelkast, wasmachine, televisie en computer. Gebruik je deze vaak?

Welke elektrische apparaten in huis ken je?

Wat gebruik je om te koken?

A

Magnetron

B

Oven

C

Telefoon

D

Fornuis / Kookplaat

Apparaten en hun energieverbruik

Sommige apparaten gebruiken veel stroom. Een droger bijvoorbeeld, gebruikt meer dan een lamp.

Hoe kun je energie besparen?

Zet lichten uit als je weggaat. Trek de stekker eruit als je klaar bent.

Nieuwe apparaten zijn vaak zuiniger. Heb jij een zuinige koelkast?

Slimme apparaten

Simpel besparen

Hoe kun jij energie besparen?

Het milieu beschermen

Als je minder energie gebruikt, maak je minder CO₂. Dat is goed voor het klimaat.


Wat betekent 'klimaat'?


Wat betekent 'opwarming van de aarde'?


Wat zijn de gevolgen van die opwarming?


Wat gebeurt er door te veel CO2?

A

De aarde wordt warmer

B

IJs smelt

C

De zee stijgt

D

De lucht wordt kouder

Waarom is te veel CO2 slecht?

A

Zorgt voor extreme weersomstandigheden

B

Verandert leefgebieden van dieren

C

Geeft meer zuurstof in de lucht

Wat gebeurt er met de zee door CO2?

A

Schelpdieren hebben het moeilijk

B

De zee wordt warmer en droger

C

De zee wordt zuurder

Tekst: Marc en zijn huishouden

Marc heeft nieuwe apparaten gekocht. Zijn nieuwe wasmachine gebruikt weinig energie, want hij is zuinig. Hij koopt een koelkast omdat zijn oude kapot was.

Marc’s keuzes

Imperfectum & Perfectum

Marc wast zijn kleren met een zuinige wasmachine.

Presens

Vroeger gebruikte hij een oude machine. Vorig jaar heeft hij die vervangen.

Spreekoefening: want of omdat

Oefening: Ik zet de tv uit, want ik ga naar bed. Ik zet de tv uit omdat ik naar bed ga. Probeer nu zelf!

Kies een apparaat waarover je iets wilt vertellen.
Vertel wat je met het apparaat doet.
Vertel ook waarom; gebruik 'want' of 'omdat'.

Spreek samen: kies de juiste tijd

Gebruik presens, imperfectum of perfectum om te vertellen wat je gisteren deed, nu doet en morgen gaat doen met apparaten in huis.

Schrijfopdracht: energiebesparing

Schrijf een korte tekst van 5 zinnen over wat jij thuis doet om energie te besparen. Gebruik want en omdat.

Bespreek je tekst

Lees je tekst voor aan een klasgenoot. Geef elkaar tips. Let op het gebruik van want en omdat.

Reflecteren: wat heb je geleerd?

Vertel aan de klas: wat is jouw belangrijkste tip voor energie besparen?

Extra oefening

Maak drie zinnen over jouw apparaten: één in presens, één in imperfectum, één in perfectum.

Bedankt voor je inzet!