Opstart, thema: Regels & straf

1 / 26
next
Slide 1: Slide
NT2Middelbare schoolvmbo lwoo, mavoLeerjaar 1-3

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Wat heb je vandaag nodig?
  • schrijfspullen
  • laptop
  • werkboek
  • schrift

Leg je spullen klaar, je hebt drie minuten! 

timer
3:00

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Nieuw thema: 

Regels & Straf 

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

Voorkennis activeren/terugblik
Regels & Straf

Slide 4 - Open question

This item has no instructions

Lesdoelen
  • Ik kan aan het einde van de les uitleggen wat de nieuwe woorden betekenen van het thema "Regels & Straf". 
  • Ik kan goede zinnen maken met deze woorden in de tegenwoordige tijd. 
  • Ik kan in elke zin een voegwoord gebruiken op mijn (schrijf)niveau.
    Voorbeelden: 
  • A1: Ik ga naar school, want ik wil Nederlands leren. 
  • A2: Ik ga naar school, omdat ik Nederlands wil leren. 
  • B1: Ik ga naar school, aangezien ik Nederlands wil leren. 
Waarom is dat belangrijk om te kunnen? 

Slide 5 - Slide

Ik kan CONCEPT en VAARDIGHEID.
Voorbeeld: “Ik kan breuken optellen.”
Voorbeeld: “Ik kan feitelijke informatie uit een tekst halen.”
Uitleg van nieuwe woorden 
1. Lees het woord
2. Lees de betekenis(sen)
3. Lees de voorbeeldzin(nen)
4. Bekijk de plaatjes

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Ik doe het voor..
regels
Afspraken over wat wel en niet mag
Wat je moet doen of juist niet mag doen
Voorbeeldzin:
Op school zijn er regels, zoals op tijd komen en je huiswerk maken.

straf
Gevolg als je een regel overtreedt
Wat je krijgt als je iets doet wat niet mag
Voorbeeldzin:
Hij krijgt een straf omdat hij de regels niet volgt.

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Ik doe het voor..
communiceren
Boodschappen uitwisselen of overbrengen
Met elkaar spreken, schrijven, appen, mailen.
Wij communiceren over dit thema. 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Ik doe het voor..
de leeftijd
de tijd die je geleefd hebt
hoe oud je bent
Mijn leeftijd is 60 jaar.
Wat is jouw leeftijd? (Hoe oud ben jij?)

Slide 9 - Slide

This item has no instructions

Ik doe het voor..
het strafwerk
(vervelende) taak die je moet doen, omdat je iets deed wat niet mocht
Ik was drie keer te laat. Daarom moet ik na school strafwerk maken.


Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Ik doe het voor..
de boete 
geld dat je voor straf moet betalen
De bestuurder kreeg een boete van €100,00 voor te hard rijden.


Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Ik doe het voor..
de kilo
eenheid voor gewicht
Mag ik een kilo appels?
Die man weegt 80 kilo 


Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Ik doe het voor..
het stoplicht
Een paal met een rode, oranje en groene lamp
Als het stoplicht rood is, moet je stoppen.



Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Ik doe het voor..
de bekeuring
bon / boete voor een overtreding van de verkeersregels
De agent geeft mij een bekeuring, omdat ik geen licht op mijn fiets heb.


Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Ik doe het voor..
de gram 
het gewicht van 1/1000 kilo
Ik koop 100 gram vlees.
De baby weegt 3500 gram.


Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Ik doe het voor..
de gegevens 
wat bekend is of wat je weet
Je moet je gegevens op het formulier invullen.





Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Ik doe het voor..
de stoep 
verhoogde strook langs de weg voor voetgangers
Er ligt hondenpoep op de stoep.




Slide 17 - Slide

This item has no instructions

We doen het samen....

Slide 18 - Slide

This item has no instructions

We doen het samen....

Slide 19 - Slide

This item has no instructions

Jullie doen het samen
Werk in tweetallen 
Maak een zin met elk woord (denk aan de voegwoorden van jouw niveau):
- het stoplicht
- de stoep
- de boete 

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Overleg samen: Welk woord hoort NIET bij "de bekeuring"?
A
de agent
B
te hard rijden
C
de boete
D
het strafwerk

Slide 21 - Quiz

This item has no instructions

Nu jij
Werk alleen: 
maak opdracht 1 op blz. 78 + 79 

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Controle van begrip
Wie kan uitleggen.....

Slide 23 - Slide

Kleine lesafsluiting 
Zelf aan de slag!
Wat moet je maken?
Maak de invulopdracht die je van de docent krijgt. 


Klaar
Controleer samen met jouw klasgenoot jullie antwoorden. 

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Verlengde instructie
Maak van elk woord een mooie zin in de tegenwoordige tijd met een voegwoord
Kijk naar de voegwoorden van jouw niveau
het stoplicht - de kilo - de stoep - de boete - de bekeuring - het strafwerk - de gegevens - de leeftijd - de gram

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Evalueren
Heb je de lesdoelen behaald?
😒🙁😐🙂😃

Slide 26 - Poll

This item has no instructions