11.4 Voortplanting
De verschillende manieren van voortplanting bij planten
11.4 Voortplanting
De verschillende manieren van voortplanting bij planten
Vandaag
Ik wil genoeg tijd over laten voor jullie om te oefenen voor de toets dus ik probeer niet te lang aan het woord te zijn!
Voor geslachtelijke voortplanting heb je fysieke interactie nodig tussen stoffen uit mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen!
De meeste planten zijn geworteld en verplaatsen niet dus ze hebben het nadeel dat ze soortgenoten niet kunnen benaderen.
Geslachtelijke voortplanting is heel belangrijk voor genetische diversiteit en de overlevingskans van de soort.
Planten hebben daarom een aantal evolutionaire aanpassingen om dit te realiseren.
Evolutionaire ontwikkelingen in planten
Bloemen!
Lokken insecten met behulp van nectar, geur, kleur of vorm.
Zorgen dat mannelijke geslachtscellen kunnen worden overgebracht!
Hoe doen ze dat?
De mannelijke geslachtsorganen
Planten maken bloemen om voortplanting te realiseren. Die bloemen kunnen mannelijk en/of vrouwelijke geslachtsorganen hebben (Eenslachtig of tweeslachtig).
Meeldraden bestaan uit Helmknoppen. Hierin worden haploïde cellen(heeft van elke chromosoom maar 1 exemplaar) gevormd door meiose. Die ontwikkelen zich tot stuifmeelkorrels.
De vrouwelijke geslachtsorganen
De Stamper bestaat uit:
De stempel (plakkerig medium waarop stuifmeel blijft kleven).
De stijl (Hierdoor groeien de stuifmeelkorrels naar het vruchtbeginsel).
Het vruchtbeginsel: Hierin zitten de eicellen (Zaadbeginsel) en wordt later een vrucht.
In het vruchtbeginsel zitten één of meer zaadbeginsels.
In de zaadbeginsels ontstaat na meiose 1 haploïde eicel. De rest van de cellen na de meiose sterft af.
Vruchtbeginsel
Geslachtelijke voortplanting
Om geslachtelijk te kunnen voortplanten moet stuifmeel overgebracht worden van een helmknop naar een stempel (Bestuiving).
Gebeurt door organismen (insecten, vogels en vleermuizen) maar ook door de wind.
Insectenpopulaties enorm belangrijk voor het voortbestaan van veel planten!
Wat gebeurt er na het overbrengen van een stuifmeelkorrel?
Uit de stuifmeelkorrel groeit een stuifmeelbuis naar een zaadbeginsel.
Door de groei van de stuifmeelbuis wordt de mannelijke kern naar de eicel gebracht.
Beide kernen smelten samen en vormen een zygote (eerste diploïde cel na de bevruchting).
Wat gebeurt er na bevruchting?
Na bevruchting ontwikkelen zaden uit de zaadbeginsels en een vrucht uit het vruchtbeginsel.
Een zaad bestaat uit een kiem (het embryo) en reservevoedsel.
Zaden kunnen uitgroeien tot nieuwe volwassen plant.
Hoe zorgt een plant voor verspreiding van een zaad?
Van welke biotische en abiotische factoren is dit afhankelijk?
Een zaad kan neerkomen en uitgroeien in een gebied waar geen soortgenoten aanwezig zijn voor geslachtelijke voortplanting
Zelfbestuiving -> eigen stuifmeelkorrels bevruchten de eigen eicellen en vormen zaden.
Zorgt zelfbestuiving voor genetische variatie?
Ja, want door meiose ontstaan verschillende geslachtscellen en daardoor is er genetische variatie.
De genetische variatie is wel kleiner dan bij bestuiving door een andere plant omdat zowel stuifmeel als de eicel van dezelfde plant afkomstig zijn.
Bollen: vlezige bladeren met reservevoedsel -> ui.
Knollen: verdikte wortel of stengel -> aardappel.
Uitlopers: lange stengels over de grond -> aardbei.
Stekken: nieuwe plant groeit uit afgesneden blad of stengel.
Enten: je sluit cambiumlagen van beide planten aan elkaar, waarna ze vergroeien tot één plant.
Weefselkweek: je pakt stukje meristeem (groeipunt). Door hormonen gaan cellen zich specialiseren -> nieuwe plant.
Korte opdracht (overleg met je buur)
Wat zijn de voor-en nadelen van geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting?
Ga lekker oefenen voor de toets! Maak opdrachten + Lees de stof nog eens een keer!