Voortplanting

11.4 Voortplanting

De verschillende manieren van voortplanting bij planten

1 / 22
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieWOStudiejaar 5

This lesson contains 22 slides, with text slides.

Items in this lesson

11.4 Voortplanting

De verschillende manieren van voortplanting bij planten

Vandaag

  • Ik wil genoeg tijd over laten voor jullie om te oefenen voor de toets dus ik probeer niet te lang aan het woord te zijn!

  • Voor geslachtelijke voortplanting heb je fysieke interactie nodig tussen stoffen uit mannelijke en vrouwelijke voortplantingsorganen!


  • De meeste planten zijn geworteld en verplaatsen niet dus ze hebben het nadeel dat ze soortgenoten niet kunnen benaderen.

  • Geslachtelijke voortplanting is heel belangrijk voor genetische diversiteit en de overlevingskans van de soort.


  • Planten hebben daarom een aantal evolutionaire aanpassingen om dit te realiseren.

Evolutionaire ontwikkelingen in planten

Bloemen!


  • Lokken insecten met behulp van nectar, geur, kleur of vorm.


  • Zorgen dat mannelijke geslachtscellen kunnen worden overgebracht!


  • Hoe doen ze dat?

De mannelijke geslachtsorganen

  • Planten maken bloemen om voortplanting te realiseren. Die bloemen kunnen mannelijk en/of vrouwelijke geslachtsorganen hebben (Eenslachtig of tweeslachtig).


  • Meeldraden bestaan uit Helmknoppen. Hierin worden haploïde cellen(heeft van elke chromosoom maar 1 exemplaar) gevormd door meiose. Die ontwikkelen zich tot stuifmeelkorrels.

De vrouwelijke geslachtsorganen

  • De Stamper bestaat uit:

    • De stempel (plakkerig medium waarop stuifmeel blijft kleven).


    • De stijl (Hierdoor groeien de stuifmeelkorrels naar het vruchtbeginsel).


    • Het vruchtbeginsel: Hierin zitten de eicellen (Zaadbeginsel) en wordt later een vrucht.

  • In het vruchtbeginsel zitten één of meer zaadbeginsels.


  • In de zaadbeginsels ontstaat na meiose 1 haploïde eicel. De rest van de cellen na de meiose sterft af.

Vruchtbeginsel

Geslachtelijke voortplanting

  • Om geslachtelijk te kunnen voortplanten moet stuifmeel overgebracht worden van een helmknop naar een stempel (Bestuiving).


  • Gebeurt door organismen (insecten, vogels en vleermuizen) maar ook door de wind.


  • Insectenpopulaties enorm belangrijk voor het voortbestaan van veel planten!

Wat gebeurt er na het overbrengen van een stuifmeelkorrel?

  • Uit de stuifmeelkorrel groeit een stuifmeelbuis naar een zaadbeginsel.


  • Door de groei van de stuifmeelbuis wordt de mannelijke kern naar de eicel gebracht.


  • Beide kernen smelten samen en vormen een zygote (eerste diploïde cel na de bevruchting).

Wat gebeurt er na bevruchting?

  • Na bevruchting ontwikkelen zaden uit de zaadbeginsels en een vrucht uit het vruchtbeginsel.


  • Een zaad bestaat uit een kiem (het embryo) en reservevoedsel.


  • Zaden kunnen uitgroeien tot nieuwe volwassen plant.

Hoe zorgt een plant voor verspreiding van een zaad?




  • Van welke biotische en abiotische factoren is dit afhankelijk?

Een zaad kan neerkomen en uitgroeien in een gebied waar geen soortgenoten aanwezig zijn voor geslachtelijke voortplanting

  • Zelfbestuiving -> eigen stuifmeelkorrels bevruchten de eigen eicellen en vormen zaden.


  • Zorgt zelfbestuiving voor genetische variatie?


  • Ja, want door meiose ontstaan verschillende geslachtscellen en daardoor is er genetische variatie.


  • De genetische variatie is wel kleiner dan bij bestuiving door een andere plant omdat zowel stuifmeel als de eicel van dezelfde plant afkomstig zijn.



Bollen: vlezige bladeren met reservevoedsel -> ui.


Knollen: verdikte wortel of stengel -> aardappel.


Uitlopers: lange stengels over de grond -> aardbei.

Stekken: nieuwe plant groeit uit afgesneden blad of stengel.


Enten: je sluit cambiumlagen van beide planten aan elkaar, waarna ze vergroeien tot één plant.


Weefselkweek: je pakt stukje meristeem (groeipunt). Door hormonen gaan cellen zich specialiseren -> nieuwe plant.

Korte opdracht (overleg met je buur)

  • Wat zijn de voor-en nadelen van geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting?

Ga lekker oefenen voor de toets! Maak opdrachten + Lees de stof nog eens een keer!