Thema 10: Voeding en vertering - BS 4 Het verteringsstelsel + BS 5 De organen voor vertering

1 / 34
next
Slide 1: Slide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Thema 10: Voeding en vertering
BS 4 Het verteringsstelsel + BS 5 De organen voor vertering

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie en Bakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map (Cornell), etui, bio werkboek
timer
2:00

Slide 4 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
          Lesplanning
  • Start Thema 10: Voeding en vertering 
BS 4 Het verteringsstelsel  
BS 5 De organen voor vertering

  • Wat weet je al over  (Voorkennis) 
Het verteringsstelsel  
De organen voor vertering

  • Leerdoelen basisstof 4 en 5
  • Theorie en verwerkingsopdracht
  • Oefenvragen
  • Doe-opdracht
  • Exit ticket - Wat heb je onthouden?

Slide 5 - Slide

Voorkennis activeren:
In iedere les wordt relevante voorkennis geactiveerd aan de hand van een terugblik-opdracht om zo de mate van stofbeheersing te bepalen en richting te geven aan de rest van de les.

Enkele werkvormen die zich hier mooi voor lenen zijn:
1. Wat gebeurt er met eten in jouw lichaam nadat je het hebt doorgeslikt.

2. Welke organen gebruik jij om een boterham te verteren. Noem er twee.

(Denk - Duo - Delen)

Slide 6 - Open question

This item has no instructions


Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
Voorkennis
A
B
C
D

Slide 7 - Quiz

This item has no instructions

timer
5:00
Voorkennis
Vraag 1
Vraag 2
Vraag 3
Vraag 4

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
10.4.1 Je kunt omschrijven wat vertering is. T1
10.4.2 Je kent vijf verteringsklieren. R
10.4.3 Je kunt de functie van darmperistaltiek omschrijven. T1

10.5.1 Je kunt de delen van het verteringsstelsel noemen met hun functies. T1
10.5.2 Je kent de functies van speeksel en maagsap. R

Slide 9 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
Inleiding
10.4
Een maaltijd is ongeveer 24 uur onderweg door het negen meter lange verteringsstelsel. Onderweg worden voedingsmiddelen verteerd en voedingsstoffen opgenomen. De onverteerde resten verlaten via de anus je lichaam.

10.5
Een mens verteert tijdens zijn leven gemiddeld 30 000 kg voedsel. Om al dat voedsel te verteren, werken veel organen samen.

Slide 10 - Slide

Inleiding
Door een goede inleiding voelen leerlingen zich betrokken en begrijpen ze het belang van wat ze gaan leren. Dit vergroot hun motivatie en leerresultaten. 
Verteringsstelsel 
(10.4)
• Eten en drinken bevatten voedingsstoffen.

• Het verteringsstelsel verteert voedsel en neemt voedingsstoffen op.

Afbeelding: 
Zie je alle organen van het verteringsstelsel

Slide 11 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Vertering
Het verteringsstelsel verteert voedsel.

Bij vertering ontstaan stoffen die klein genoeg zijn om door de darmwand te worden opgenomen.

• Glucose, mineralen, vitaminen en water neemt je lichaam direct op.
• Eiwitten, koolhydraten en vetten moet je lichaam eerst verteren.

Slide 12 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Vertering
Vertering: Voedingsmiddelen en voedingsstoffen afbreken, zodat ze klein genoeg zijn om te worden opgenomen in het bloed.
Verteringsklieren: Maken verteringssappen (speekselklieren, maagsapklieren, lever, alvleesklier en darmsapklieren).
Verteringssappen: Helpen bij de vertering (bijvoorbeeld speeksel en maagsap).
Verteringssappen helpen bij de vertering. Deze sappen worden gemaakt in de verteringsklieren. 
Er zijn vijf verteringsklieren:
• speekselklieren
• maagsapklieren
• lever
• alvleesklier
• darmsapklieren (in dunne darm)

De verteringsklieren horen bij het verteringsstelsel.

Slide 13 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


 De weg van het voedsel
• Het verteringskanaal loopt van mond tot anus.
• Voedsel gaat via mond, slokdarm en maag.
• In de maag maken maagsapklieren maagsap.
• In de twaalfvingerige darm komen gal en alvleessap bij het voedsel.
• De lever maakt gal. De galblaas slaat gal op.
• De alvleesklier maakt alvleessap.
• Het voedsel gaat daarna door de dunne darm.
• De dunne darm neemt voedingsstoffen op in het bloed.
• Resten gaan naar de dikke darm en endeldarm.
• Niet alles verteert. Voedingsvezels blijven over.
• Onverteerde resten verlaten het lichaam via de anus.

Slide 14 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Begrippen
Alvleesklier: Maakt alvleessap.
Darmperistaltiek: Samentrekken van de spieren in de darmen.
Dunne darm: Hier wordt darmsap afgegeven aan de voedselbrij en worden voedingsstoffen opgenomen.
Lever: Maakt gal.
Maagsapklieren: Maken maagsap.
Speekselklieren: Maken speeksel.

Slide 15 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Darmperistaltiek
 Stukje darm (dwarsdoorsnede).

• De darmwand bestaat uit spieren.
• De darm vervoert het voedsel door je lichaam.
• In de darm zit het voedsel als een voedselbrok. 

Slide 16 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Darmperistaltiek
Darmperistaltiek (schematisch). 

Het samentrekken van de spieren in de darmen heet darmperistaltiek. Dit heet darmperistaltiek.

• Darmperistaltiek kneedt het voedsel.
• Voedingsvezels zorgen voor een betere darmwerking.

Slide 17 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Mondholte, keelholte en slokdarm (10.5)
De ligging van de speekselklieren. 

Mondholte
• Vertering begint in de mond.
• Je kauwt voedsel klein met tanden en kiezen.
• Speeksel mengt zich met het voedsel.
• Speeksel maakt slikken makkelijker.
• Speeksel doodt bacteriën.
• Speeksel helpt bij de vertering van zetmeel.

Slide 18 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Mondholte, keelholte en slokdarm (10.5)
De ligging van de huig. 

Keelholte
• Je tong duwt voedsel naar de keelholte.
• Slikken gaat vanzelf.
• De huig sluit de neusholte af.
• Het strotklepje sluit de luchtpijp af.
• Voedsel kan alleen naar de slokdarm.

Slide 19 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Mondholte, keelholte en slokdarm (10.5)

Voedsel inslikken (schematisch)

Slokdarm
• De slokdarm vervoert voedsel naar de maag.
• Dit gebeurt door peristaltische bewegingen.
• In de slokdarm vindt geen vertering plaats.

Slide 20 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Maag

• De maag bewaart voedsel tijdelijk.
• Spieren in de maagwand kneden het voedsel.
• Het voedsel mengt met maagsap.
• De maagportier laat steeds kleine porties door.



Slide 21 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Maag

Maagzuur
• Maagsap bevat maagzuur.
• Maagzuur doodt bacteriën in het voedsel.
• Dit beschermt je lichaam tegen infecties.
• Maagsap helpt bij de vertering van eiwitten.

Slide 22 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Twaalfvingerige darm, lever en alvleesklier
De twaalfvingerige darm verbindt de maag met de dunne darm.
• In de twaalfvingerige darm komt alvleessap bij het voedsel.

Alvleessap wordt gemaakt door de alvleesklier.
• Alvleessap verteert eiwitten, koolhydraten en vetten.
• In de twaalfvingerige darm komt ook gal bij het voedsel.

Gal wordt gemaakt in de lever en opgeslagen in de galblaas.
• Gal helpt bij de vertering van vetten.
• Gal is geen verteringssap.

Slide 23 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Dunne darm
• Voedsel gaat van de twaalfvingerige darm naar de dunne darm.
• De dunne darm is ongeveer vijf meter lang.
• Darmsapklieren maken darmsap.
• Darmsap maakt de vertering van eiwitten en koolhydraten af.

• Verteringssappen bevatten water.
• De voedselbrij wordt dunner.
• De dunne darm neemt water en voedingsstoffen op.
• Voedingsstoffen komen in het bloed.

Slide 24 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Dunne darm


• De dunne darm heeft plooien en darmvlokken.
• Dit zorgt voor een groot opnameoppervlak.
• In darmvlokken zitten bloedvaten.
• Voedingsstoffen gaan via het bloed naar alle cellen.

• Onverteerde resten gaan door naar de dikke darm.

Slide 25 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


Dikke darm en de endeldarm
Dikke darm

• De dikke darm is ongeveer anderhalve meter lang.
• Hier wordt bijna al het water uit voedselresten gehaald.
• De voedselresten worden ingedikt.
• In de dikke darm leven bacteriën.
• Bacteriën verteren een deel van de voedingsvezels.
• Een deel van de stoffen wordt opgenomen in het bloed.
• Bij diarree wordt te weinig water opgenomen.
Endeldarm
• Ingedikte voedselresten gaan naar de endeldarm.
• De endeldarm slaat ontlasting tijdelijk op.
• De anus is een kringspier die de endeldarm afsluit.
• Als de endeldarm vol is, voel je aandrang.
• Ontspannen van de anus zorgt voor poepen.

Slide 26 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Aan de slag
  • Maak de volgende opgaves van thema 10 - basisstof 4 en 5:
BS. 4 opgaven: 1,3,4,6,8. 
BS. 5 opgaven:1 t/m 5 + 7.

  • Maak TestJezelf thema 10 - basisstof 4 en 5
  • Oefen begrippen thema 10 - basisstof 4 en 5

  • Maak examenvragen op de https://www.eindexamensite.nl/ 

Handig om naar te kijken op youtube: 
https://youtu.be/N1pR9gtJIao?si=In2pl4aztQX_GNqK
https://youtu.be/iv_fChrf_Ao?si=7lLHEEEbMXnRniGg




timer
1:00

Slide 27 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Afsluiting


Wat waren de leerdoelen? 

10.4.1 Je kunt omschrijven wat vertering is. T1
10.4.2 Je kent vijf verteringsklieren. R
10.4.3 Je kunt de functie van darmperistaltiek omschrijven. T1

10.5.1 Je kunt de delen van het verteringsstelsel noemen met hun functies. T1
10.5.2 Je kent de functies van speeksel en maagsap. R





Slide 28 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 
           Begrippen uit deze les:
Voor de begrippen van basisstoffen 10.4 en 10.5 verwijs ik jullie naar de begrippenlijst.

Deze hebben jullie van mij ontvangen.

Slide 29 - Slide

This item has no instructions

Exit ticket (formatief evalueren)

Zie voorbeelden in de map TOOLS van de gedeelde map.
Je kunt voor meer Exit tickets ook op onderstaande website kijken:

Slide 30 - Slide

Formatief evalueren: 
Het werken met leerdoelen maakt effectief feedback geven mogelijk.
Gedurende de les wordt continue geëvalueerd in hoeverre de leerlingen de leerdoelen
beheersen. Leerlingen gaan pas aan de slag met het volgende leerdoel wanneer zij
aantonen de vorige te beheersen. De docent laat op verschillende manieren weten waar
leerlingen naartoe werken (feed-up), of zij goed bezig zijn (feed-back) en wat de volgende
stap is (feedforward). Deze feedback is niet alleen gericht op een taak/product, maar vooral
ook op hoe leerlingen op een juist antwoord zijn gekomen (proces). Enkele praktische tips
om met formatief evalueren aan de slag te gaan: https://toetsrevolutie.nl/?p=2298 &
https://hetdigitalewerkvormenboek.files.wordpress.com/2020/07/het-digitale-
werkvormenboek.pdf

Slide 31 - Open question

This item has no instructions

Wat heb ik onthouden?

Slide 32 - Slide

This item has no instructions


Ben je blij met het resultaat?
😒🙁😐🙂😃

Slide 33 - Poll

This item has no instructions

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 34 - Slide

This item has no instructions