Logistiek week 4

Logistiek
Week 4
1 / 37
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 37 slides, with interactive quizzes, text slides and 3 videos.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Logistiek
Week 4

Slide 1 - Slide

Goederenstroom


Ook wel ''het verplaatsen van de goederen''

Slide 2 - Slide

Agenda
Week 1: Introductie en het magazijn
Week 2: Veiligheid en hygiëne
Week 3: Voorraadbeheer
Week 4: Voorraadwaarde en kosten
Week 5: Bijboeken en afboeken
Week 6: Bestellen en kosten
Week 7: Logistiek in de webshop
Week 8: Online verkoop en toekomst
Week 9: Derving en beveiliging

Slide 3 - Slide

Nut van deze les
Aan het einde van deze les..

... weet je wat de gemiddelde voorraad is.
.. weet je hoe je de waarden van de voorraad kunt berekenen.

Slide 4 - Slide

Wat zijn de voordelen van een grote voorraad?

Slide 5 - Open question

Slide 6 - Slide

Wat zijn de nadelen van een grote voorraad?

Slide 7 - Open question

Een grote voorraad..
Niet altijd voordelig.

Veel ruimte nodig.
Veel geld investeren in de voorraad.
Grotere risico's op bederf of schade, over datum of uit de mode raken. 

Slide 8 - Slide

Wat betekend voorraad inventariseren?

Slide 9 - Open question

Voorraad inventarisatie
Inventarisatie is het tellen en registeren van de voorraad, zodat je precies weet hoeveel artikelen op voorraad zijn. 

Slide 10 - Slide

Opdracht
Noem vier redenen waarom je gaat inventariseren.

Slide 11 - Slide

Waarom inventariseren/balansen?
1. De werkelijke voorraad overeenkomst met de administratieve voorraad.
2. Er derving is.
3. De procedures (bijvoorbeeld voor de retourartikelen) goed worden uitgevoerd.
4. Er (bijna) lege schappen zijn, waardoor je artikelen op tijd moet bijbestellen.
5. Het automatisch bestelsysteem uitgaat van de juiste voorraadhoogte. 

Slide 12 - Slide

Resultaten inventarisatie
De inventarisatie maakt duidelijk hoeveel de administratieve voorraad afwijkt van de werkelijke voorraad.

Het verschil tussen beide is derving en dat probeer je zoveel mogelijk te voorkomen.

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Dervingspercentage
Het verschil tussen de administratieve en werkelijke voorraad kan je uitdrukken in procenten. 

Dit noem je het dervingspercentage.

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Maatregelen na een inventarisatie

Procedures en werkzaamheden bij goederenontvangst
De registratie en verwerking van retourgoederen
De manier van goederenopslag
Een achterdeurprocedure gebruiken
Manier van inventariseren aanpassen (integraal, cyclisch etc.)

Slide 18 - Slide

Opdracht
Je hebt je voorraad geteld. Je constateert dat er voorraadverschillen zijn.

 Noem de reden waarom je wilt weten hoe die voorraadverschillen zijn ontstaan. 

Slide 19 - Slide

Gemiddelde voorraad
Als de voorraadadministratie op order is, kun je die informatie gebruiken voor toekomstige beslissingen over de voorraad.

De gemiddelde voorraad is de omvang van je voorraad.

Dit is handig om te weten, om bijvoorbeeld de producten te verzekeren tegen diefstal of brand.

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Gemiddelde voorraad
Begin voorraad 

Eind voorraad

Slide 22 - Slide

Rekenvoorbeeld 1
Joost heeft een fietsenwinkel. Op dit moment heeft hij 15 racefietsen ter waarde van 1500 euro.

De gemiddelde voorraad racefietsen is 15*1500=22.500 euro. 

Slide 23 - Slide

Rekenvoorbeeld 2
Joost heeft een fietsenwinkel. Op 1 september heeft hij 15 racefietsen ter waarde van 1500 euro. Op 1 december heeft hij 17 racefietsen ter waarde van 1500 euro. 

De gemiddelde voorraad racefietsen is:
 15*1500=22.500
17*1500=25.500
22.500+25.500/2 =24.000

Joost moet zijn handel verzekeren voor 24.000 euro. 

Slide 24 - Slide

Waarde van de voorraad bepalen
De actuele waarde van je handel kan per dag veranderen. 

Slide 25 - Slide

Het waarderen van de actuele voorraad

Waarderen van de voorraad gebeurt met de fifo-methode, de lifo-methode en de VVP-methode (vaste verrekenprijs). De methode hangt af van het soort bedrijf. 

Voor de belastingdienst.

Slide 26 - Slide

VVP-methode
Vaste verrekenprijs (VVP ) gebruik je een geschatte vaste prijs voor het in de voorraadadministratie opnemen van een artikel.

Dit gebruik je bij producten die vaak van prijs veranderen, soms dagelijks. 
Zoals groente, fruit, bloemen etc. 

Slide 27 - Slide

Fifo-methode
Bij fifo-methode als voorraadwaardering houdt elke ontvangen partij goederen zijn prijs. 

Eerst worden de voorraden met oude prijzen verkocht en daarna nieuwe voorraden met hun nieuwe prijzen. 

Slide 28 - Slide

Lifo methode
Bij de lifo-methode als voorraadwaardering blijven oude ingekochte producten tegen hun eigen (oude) partij-inkoopprijs gewaardeerd. 

Komen er nieuwe producten bij, dan houd je daarvoor de nieuwe inkoopprijs aan. 

Tegenovergestelde van FIFO

Slide 29 - Slide

Opdracht
1. Welke drie methodes zijn er voor voorraadwaardering?

2. Welke voorraadwaardering is een schatting van de geschatte inkoopprijs voor het komende jaar?

Slide 30 - Slide

Wat is de inkoopwaarde?

Slide 31 - Open question

Inkoopwaarde
Inkoopwaarde is de totale aantal artikelen dat verkocht is, tegen de inkoopprijzen. 

Slide 32 - Slide

Inkoopwaarde
Alle goederen die je op voorraad hebt liggen, wil je zo snel mogelijk weer verkopen. 

Of die verkoop winst oplevert, hangt voor een groot deel af van de inkoopwaarde van de verkochte producten. 


Slide 33 - Slide

Slide 34 - Video

Slide 35 - Slide

Slide 36 - Video

Challenge week 4
Opdracht
1. Waarom is inventariseren belangrijk? Hoe gebeurt dit in jouw winkel? 
2. Wat is het verschil tussen administratieve en werkelijke voorraad? 
3. Welke maatregelen kun je nemen als er grote verschillen zijn? 
4. Wat betekent gemiddelde voorraad? 
5. Noem drie manieren om voorraadwaarde te bepalen. 
6. Waarom is het belangrijk om de actuele voorraadwaarde te kennen? 
7. Wat is de inkoopwaarde van de omzet? 

Aanvullende stage-opdracht
• Vraag of je een voorraadrapport mag bekijken 
• Leg uit (in eigen woorden) hoe jouw stagebedrijf omgaat met voorraadverschillen 
• Beschrijf één situatie waarin voorraad niet klopte en wat ermee werd gedaan 

Slide 37 - Slide