Mein Stadtplan – de weg vragen en uitleggen 6 00S les2 weg vragen

Mein Stadtplan

Text

1 / 38
next
Slide 1: Slide
New lesson editorDuitsSecundair onderwijsBeroepssecundair onderwijsLeerjaar 6

This lesson contains 38 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Mein Stadtplan

Text

Open met de herkenbare situatie uit het lesverloop: in Duitsland, lege gsm, je zoekt de weg. Activeer kort voorkennis zoals geradeaus, links en rechts.

Mein Stadtplan

Text

Text

Stellt euch vor: Ihr seid in Deutschland. Euer Handy ist leer. Ihr sucht den Bahnhof. Was macht ihr?

Open met de herkenbare situatie uit het lesverloop: in Duitsland, lege gsm, je zoekt de weg. Activeer kort voorkennis zoals geradeaus, links en rechts.

Leerdoel

Ik kan in het Duits beleefd de weg vragen en eenvoudige routeaanwijzingen geven op een stadsplan.

This item has no instructions

Welke Duitse woorden over de weg ken je al?

Gebruik dit als activering van voorkennis. Verwachte invoer: geradeaus, links, rechts, Bahnhof, Ampel. Pik enkele woorden uit de wolk en verbind ze met het leerdoel.

Als je de weg kwijt bent

In een Duitse stad moet je soms snel hulp vragen.

Je wilt weten waar een plek is en hoe je er geraakt.

Daarvoor heb je drie dingen nodig:

  • plaatsnamen, namen van gebouwen

  • routewoorden

  • beleefde zinnen

Dit slide verbindt de instap aan het lesdoel: niet alleen richtingen kennen, maar ook een kort bruikbaar gesprek voeren.

Laat leerlingen de lidwoorden meezeggen. Houd de uitspraak kort en ritmisch: der Bahnhof, die Polizei, das Rathaus.

Plaatsen in de stad

  • der Bahnhof — het station

  • das Rathaus — het stadhuis

  • das Krankenhaus — het ziekenhuis

  • die Polizei — de politie

  • der Marktplatz — het marktplein

Laat leerlingen de lidwoorden meezeggen. Houd de uitspraak kort en ritmisch: der Bahnhof, die Polizei, das Rathaus.

Lidwoorden helpen mee

In het Duits leer je plaatsnamen best met hun lidwoord:

  • der Bahnhof

  • das Rathaus

  • das Krankenhaus

  • die Polizei

  • der Marktplatz


Zo klinken je zinnen correcter en herken je woorden sneller terug.

Benadruk dat perfectie nog niet nodig is, maar dat het lidwoord een steun is bij onthouden en gebruiken.

Oriëntatie op het stadsplan

Belangrijke woorden om een route te begrijpen:

  • die Ecke — de hoek

  • die Kreuzung — het kruispunt

  • die Ampel — het verkeerslicht


Deze woorden helpen je om precies te zeggen waar iemand moet gaan.

Koppel elk woord aan een zichtbaar punt op een prent of stadsplan. Zo blijft de woordenschat functioneel en niet los van context.

Laat leerlingen de lidwoorden meezeggen. Houd de uitspraak kort en ritmisch: der Bahnhof, die Polizei, das Rathaus.

Das Denkmal

am Denkmal vorbei gehen

der Brunnen

Das Hochhaus

Gerade um die Ecke

Die Straβe

die Straβe entlang gehen

am ersten Kreuzung abbiegen

der Polizist

bis zum Ampel fahren

Buch S. 12

Laat leerlingen de lidwoorden meezeggen. Houd de uitspraak kort en ritmisch: der Bahnhof, die Polizei, das Rathaus.

Laat leerlingen de lidwoorden meezeggen. Houd de uitspraak kort en ritmisch: der Bahnhof, die Polizei, das Rathaus.

Gehen Sie am Denkmal vorbei

Laat leerlingen de lidwoorden meezeggen. Houd de uitspraak kort en ritmisch: der Bahnhof, die Polizei, das Rathaus.

Gehen Sie die Straβe entlang

Laat leerlingen de lidwoorden meezeggen. Houd de uitspraak kort en ritmisch: der Bahnhof, die Polizei, das Rathaus.

Biegen Sie an der ersten Kreuzung ab

Laat leerlingen de lidwoorden meezeggen. Houd de uitspraak kort en ritmisch: der Bahnhof, die Polizei, das Rathaus.

Gehen Sie bis zur Ampel.

Laat leerlingen de lidwoorden meezeggen. Houd de uitspraak kort en ritmisch: der Bahnhof, die Polizei, das Rathaus.

Laat leerlingen de lidwoorden meezeggen. Houd de uitspraak kort en ritmisch: der Bahnhof, die Polizei, das Rathaus.

Laat leerlingen de lidwoorden meezeggen. Houd de uitspraak kort en ritmisch: der Bahnhof, die Polizei, das Rathaus.

Laat leerlingen de lidwoorden meezeggen. Houd de uitspraak kort en ritmisch: der Bahnhof, die Polizei, das Rathaus.

De weg vragen

Met deze zinnen vraag je beleefd hulp:

  • Entschuldigung, wo ist der Bahnhof?

  • Wie komme ich zum Rathaus?

  • Wie komme ich zum Krankenhaus?


Entschuldigung maakt je vraag vriendelijk en passend in een gesprek.

Wijs op het verschil tussen alleen een plaats noemen en echt een beleefde vraag stellen. Dat is belangrijk voor de communicatieve context.

Welke vraag is beleefd én correct om de weg te vragen?

A

Vielen Dank, Bahnhof?

B

Entschuldigung, wo ist der Bahnhof?

C

Bitte schön, links ab?

D

Auf Wiedersehen, Rathaus?

Toetst of leerlingen een echte beleefde vraag herkennen en niet losse woorden of afsluitzinnen verwarren met een vraag om de weg.

Vul de juiste woorden aan

In de stad vraag je beleefd hulp met Entschuldigung. Daarna vraag je: Wo ist der Bahnhof? Op een stadsplan let je ook op de Ampel en de Kreuzung.

Entschuldigung
Wo ist
Ampel
Vielen Dank
Bitte schön
Wie geht
Polizei
Ecke

Alle doelwoorden komen letterlijk uit de voorafgaande slides: beleefd openen, een plaats vragen en oriëntatiewoord herkennen.

Eerste routezinnen

Eenvoudige aanwijzingen om iemand op weg te helpen:

  • Gehen Sie geradeaus.

  • Biegen Sie links ab.

  • Biegen Sie rechts ab.


Met deze basiszinnen kun je al een korte route uitleggen.

Verbind deze zinnen met voorkennis uit de instap. Leerlingen kennen de richtingen vaak al; nieuw is dat ze ze in een volledige zin gebruiken.

Verder dan links en rechts

Nieuwe uitdrukkingen maken je route preciezer:

  • Gehen Sie bis zur Ampel.

  • Gehen Sie am Denkmal vorbei.

  • Gehen Sie die Straße entlang.

  • Biegen Sie an der ersten Kreuzung ab.

Leg kort uit dat deze uitdrukkingen helpen om een route in stappen op te bouwen. Eventueel met pijlen op het bord ondersteunen.

Een route stap voor stap

Een duidelijke uitleg bestaat uit opeenvolgende stappen:


Gehen Sie geradeaus. → Biegen Sie an der ersten Kreuzung links ab. → Gehen Sie bis zur Ampel.


Zo hoort de bezoeker niet één los woord, maar een bruikbare route.

Gebruik hier het voorbeeld uit het rollenspel. Benadruk dat minstens twee aanwijzingen samen een echte route vormen.

Een beleefd gesprek

Een gesprek over de weg heeft een vaste opbouw:

  • begroeten

  • de weg vragen

  • de route uitleggen

  • bedanken

  • afsluiten


Dat maakt de communicatie duidelijk en vriendelijk.

Koppel dit aan de onthaalcontext uit de les: leerlingen helpen een bezoeker aan een balie.

Het gesprek afronden

Handige zinnen voor het einde van het gesprek:

  • Vielen Dank!

  • Bitte schön!

  • Auf Wiedersehen!


Deze zinnen horen bij een beleefde afsluiting.

This item has no instructions

Welke zin geeft een route in meerdere stappen?

A

Der Bahnhof.

B

Gehen Sie geradeaus.

C

Vielen Dank. Auf Wiedersehen!

D

Geradeaus, links ab, bis zur Ampel.

De juiste optie bevat minstens twee routeaanwijzingen in volgorde, zoals op de slides over stap voor stap uitleggen.

Maak het gesprek volledig

Een bezoeker zegt: Entschuldigung, wie komme ich zum Bahnhof? Jij antwoordt: Gehen Sie geradeaus. Biegen Sie an der ersten Kreuzung links ab. Aan het einde zegt de bezoeker: Vielen Dank.

Entschuldigung
geradeaus
Kreuzung
Vielen Dank
Bitte schön
Ampel
rechts
Marktplatz
Auf Wiedersehen

Toetst de vaste opbouw van het gesprek: beleefde opening, route-instructie en beleefde afsluiting/bedanking.

Wat helpt jou het meest om straks Duits te spreken?

Laat leerlingen kort benoemen wat voor hen het bruikbaarst was: hulpkaart, voorbeeldgesprek, routezinnen, plaatsnamen. Geen vaste juiste antwoorden; gebruik dit als brug naar het rollenspel of de afronding.

Voorbeeldgesprek

Toerist: Entschuldigung, wie komme ich zum Bahnhof?


Onthaalmedewerker: Gehen Sie geradeaus. Biegen Sie an der ersten Kreuzung links ab. Dann gehen Sie bis zur Ampel.


Toerist: Vielen Dank!


Onthaalmedewerker: Bitte schön. Auf Wiedersehen!

Lees dit hardop met juiste intonatie. Toon dat de zinnen kort en haalbaar zijn, maar samen toch een volledig gesprek vormen.

Wat maakt een goed antwoord?

Een bruikbaar antwoord bevat:

  • een passende reactie op de vraag

  • de juiste bestemming

  • minstens twee routeaanwijzingen

  • begrijpelijke woordenschat

  • een beleefde afsluiting

Dit vertaalt de observatiepunten uit de checklist naar leerlingentaal, zonder van de slide een evaluatieformulier te maken.

Steun bij het spreken

Een compacte hulpkaart kan je gesprek ondersteunen:

  • Entschuldigung, wo ist ...?

  • Wie komme ich zum ...?

  • Gehen Sie geradeaus.

  • Biegen Sie links/rechts ab.

  • Gehen Sie bis zur Ampel.

Benadruk dat de hulpkaart een tussenstap is: ze helpt leerlingen spreken, ook als de woordenschat nog niet volledig geautomatiseerd is.

Wat is één zin die jij uit deze les onthoudt?

Reflectievraag zonder juiste of foute antwoorden. Laat leerlingen concreet verwijzen naar een woord, zin of gespreksstap die ze meenemen.

Wat vond jij het lastigste vandaag?

Reflectie op moeilijkheid. Mogelijke elementen: lidwoorden, volgorde van routeaanwijzingen, beleefde zinnen, uitspraak.

Glossarium

der Bahnhof - het station

das Rathaus - het stadhuis

das Krankenhaus - het ziekenhuis

die Polizei - de politie

der Marktplatz - het marktplein

die Ecke - de hoek

die Kreuzung - het kruispunt

This item has no instructions

Glossarium

die Ampel - het verkeerslicht

geradeaus - rechtdoor

links abbiegen - links afslaan

rechts abbiegen - rechts afslaan

die Straße entlang gehen - de straat volgen

am Denkmal vorbeigehen - voorbij het monument gaan

bis zur Ampel gehen - tot aan het verkeerslicht gaan

This item has no instructions

Glossarium

Entschuldigung - excuseer

Wie komme ich ...? - hoe kom ik ...?

Vielen Dank - hartelijk dank

Bitte schön - graag gedaan

Auf Wiedersehen - tot ziens

This item has no instructions