oefening 11
Luister naar de dialoog en beantwoord de vragen
1. Anna gaat uit eten met een vriendin.
2. Frank is ober.
3. Anna wil spaghetti bolognese eten.
4. Anne gaat rode wijn drinken.
5. Anne heeft om 20.00 uur afgesproken?
6. Tim mag mee.
Lees de tekst op p. 127