23 De kandidaten kunnen uitleggen en evalueren dat volgens het liberaal-egalitarisme (Pogge)
natuurlijke hulpbronnen rechtvaardig moeten worden verdeeld. Daarbij kunnen zij betrekken:
• Rawls’ theorie van rechtvaardigheid met de begrippen ‘oorspronkelijke positie’ en ‘sluier van onwetendheid’ en de rol van de overheid daarbij;
• Pogges kosmopolitische opvatting dat Rawls’ theorie van rechtvaardigheid ook van toepassing is op internationaal niveau;
• Pogges opvatting over klimaatrechtvaardigheid met zijn kritiek op de huidige verdeling van de gevolgen van milieu- en klimaatproblemen, waarbij ongelijkheid tussen zowel sociale groepen als tussen landen naar voren komt in de onevenredige verdeling van hulpbronnen en de disproportionele uitstoot van broeikasgassen;
• Pogges opvatting over intergenerationele rechtvaardigheid;
• de kritiek van het kosmopolitisch liberaal-egalitarisme op ongelimiteerde economische groei en het pleidooi voor ontgroeien.