Les 5 9.6 Zaden en levenscyclus

1 / 74
next
Slide 1: Slide
GesMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 74 slides, with interactive quizzes, text slides and 4 videos.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis of in de kluis 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, aantekenigenschrift/  JdW-map, etui 
timer
3:00

Slide 2 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
            Afspraken in de les
  • Als je iets wil zeggen, steek je je hand op en wacht je op je beurt.
  • Je bent optijd in de les. Niet later dan 5 minuten.
  • Telefoons, koptelefoon, oortjes, eten en drinken blijven de hele les in de tas
  • Je zorgt ervoor dat je de benodigde spullen meeneemt (Boek, klapper, pen)
  • Je zit op de plek die door de docent aangewezen wordt.
  • Rust en focus in de klas.
  • We zorgen er met zijn alle voor dat er een fijne sfeer in de klas is.
  • We zijn lief voor elkaar!
  • Geen telefoons!
timer
3:00

Slide 3 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Thema 9 Planten
BS. 9. 5 en 9. 6 Zaden en levenscyclus

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Overzicht Periode 1
  • Thema: 9 Planten, 10 Regeling en 11 Zintuigen
  • Benodigde lesmaterialen: Werkboek, aantekeningen schrift/ map/ per/ potlood
Week 1
Week 2
Week 3
Week 4
Week 5
Week 6
Week 7
Week 8
Week 9
Week 10 
Week 11
Kennis maken en afspraken B9.1 en 9.2
B 9.3 en 9.4



B 9.4 afronden
B 9.5 en 9.6
bladgroenkorrels bekijken
B10.1, 10.2, 10.3, 10.4 en 10.5
10.6 en creatief met biologie
B11.1 en 11.2
B 11.3, 11.4 en 11.5
B 11.6 en examentrainer
Examentrainer cellen staan aan de basis en planten
examentrainer reageren op prikkels
Toets

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Hoe heet deel R?
Wat is de functie van dit deel?

Slide 8 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 

Deze vorm van voortplanting bij planten is................... en heet............................
A
geslachtelijk ..... bollen
B
ongeslachtelijk .....enten
C
geslachtelijk ..........uitlopers
D
ongeslachtelijk......... stekken

Slide 9 - Quiz

This item has no instructions


Deze vorm van voortplanting bij planten is................... en heet............................
A
ongeslachtelijk en heet wortelstokken
B
ongeslachtelijk en heet uitlopers
C
geslachtelijk en heet bollen
D
geslachtelijk en heet knollen

Slide 10 - Quiz

This item has no instructions

Met welke kleur zijn de bastvaten aangegeven?
Wat vervoeren die?

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Een aardappel kan uitgroeien tot een plant
A
Waar
B
Niet waar

Slide 12 - Quiz

This item has no instructions

Een aardappel die uitgroeit tot een plant is een voorbeeld van geslachtelijke voortplanting
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quiz

This item has no instructions

Welk deel van de plant is bedoeld om insecten te lokken?
A
Kelkbladeren
B
Kroonbladeren
C
Bloembodem
D
Stamper

Slide 14 - Quiz

This item has no instructions

Welk deel van de plant is bedoeld om stuifmeelkorrels te verspreiden?
A
Kelkbladeren
B
Stamper
C
Nectarkliertjes
D
Meeldraden

Slide 15 - Quiz

This item has no instructions

Welk soort planten heeft fel gekleurde kroonbladeren?
A
Windbloemen
B
Insectenbloemen
C
Beide
D
Geen van beide

Slide 16 - Quiz

This item has no instructions

Wat is bevruchting bij planten?
A
als een plant een vrucht heeft
B
als de kern van de stuifmeelkorrel samensmelt met de kern van de eicel
C
als een boom appels heeft
D
Als een plant stuifmeelkorrels heeft

Slide 17 - Quiz

This item has no instructions



Is onderstaande uitspraak juist of onjuist?

Bevruchting vindt plaats in deel 7
A
Juist
B
Onjuist

Slide 18 - Quiz

This item has no instructions

Je ziet een vlinder bij een bloem. Waarom vliegen vlinders van bloem naar bloem?
A
Om de plant te bevruchten
B
Om nectar te drinken
C
Om zaden te verspreiden

Slide 19 - Quiz

This item has no instructions

Wat vervoeren de bastvaten?


In welke richting verloopt 
het transport in de bastvaten?

gesloten

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

In de les van vandaag....

Gaan wij praten over voortplanting bij planten.

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

In de les van vandaag gaan wij leren over....

de ontwikkeling van een zaad.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

           Leerdoelen
9.6.1 Je kunt de ontwikkeling van een zaad en de verdere groei en ontwikkeling van kiemplanten beschrijven. (T1)
 een vruchtbeginsel


Slide 23 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
           Leerdoelen

Je kunt stadia in de levenscyclus van zaadplanten met geslachtelijke voortplanting noemen:
- ontkieming, groei en bloei
– bestuiving en bevruchting
– ontwikkeling van een kiempje uit een bevruchte eicel, een zaad uit een zaadbeginsel en een vrucht met zaden uit
(T1)

Slide 24 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.      
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Wat geven deze stappen aan?

Slide 25 - Slide

Vul voor jezelf aan
Substraat: is wat wordt omgezet/verwerkt in een enzym
Active centrum: waar substraat bind met enzym
reactieproduct: wat uit de reactie komt

Slide 26 - Slide

This item has no instructions

Stap 2
Stap 3
Bevruchte eicel---> kiem---> kiemplantje
zaadbeginsel-----> zaad
vruchtbeginsel-----> vrucht
Na de bevruchting

Slide 27 - Slide

Vul voor jezelf aan
Substraat: is wat wordt omgezet/verwerkt in een enzym
Active centrum: waar substraat bind met enzym
reactieproduct: wat uit de reactie komt

Slide 28 - Video

This item has no instructions

Ontkieming van een bruine boon

Slide 29 - Slide

Vul voor jezelf aan
Substraat: is wat wordt omgezet/verwerkt in een enzym
Active centrum: waar substraat bind met enzym
reactieproduct: wat uit de reactie komt
De levenscyclus van de bruine boon

Slide 30 - Slide

Vul voor jezelf aan
Substraat: is wat wordt omgezet/verwerkt in een enzym
Active centrum: waar substraat bind met enzym
reactieproduct: wat uit de reactie komt
Je snijdt een boon doormidden. In de boon zie je een kiem zitten.
Waaruit is deze kiem uit ontstaan?
A
bevruchte eicel
B
kiemplantje
C
stuifmeelbuis
D
zaadbeginsel

Slide 31 - Quiz

This item has no instructions

In een vruchtbeginsel ontstaat altijd maar één zaad.
A
waar
B
niet waar

Slide 32 - Quiz

This item has no instructions

Wat gebeurt er met de kroonbladeren als de vrucht groeit?
A
die vallen af
B
die zitten er nog steeds
C
die verschrompelen/verwelken

Slide 33 - Quiz

This item has no instructions

Wat groeit er uit het vruchtbeginsel?
A
zaden
B
vrucht
C
plantje

Slide 34 - Quiz

This item has no instructions

Wat groeit er uit het zaadbeginsel?
A
eicellen
B
zaden
C
stuifmeelkorrels

Slide 35 - Quiz

This item has no instructions

Wat groeit er uit de bevruchte eicel van een bloem?
A
een kiem/ zaadje
B
stuifmeelkorrels
C
stamper
D
helmknop

Slide 36 - Quiz

This item has no instructions

Slide 37 - Video

This item has no instructions

Slide 38 - Video

This item has no instructions

Slide 39 - Video

This item has no instructions

Welke organen zijn nodig voor het transport van stoffen door de plant?
A
vaatbundels en wortels
B
vaatbundels, wortels en bladeren
C
vaatbundels, wortels en bloemen

Slide 40 - Quiz

This item has no instructions

Bij planten: wat is het verschil tussen bestuiving en bevruchting?
A
bij bevruchting komt er stuifmeel op de stamper
B
bij bestuiving komt er stuifmeel bij de eicellen in het vruchtbeginsel.
C
bij bevruchting komt de kern van stuifmeel bij de eicellen in het vruchtbeginsel
D
Bij bestuiving komt de kern van stuifmeel bij de eicellen in het vruchtbeginsel

Slide 41 - Quiz

This item has no instructions

Wat is bestuiving?
A
Als stuifmeelkorrels op de stempel komen van dezelfde soort
B
als eicellen op de stempel terecht komen

Slide 42 - Quiz

This item has no instructions

Hoe noemen we bloemen die door de wind bestoven worden?
A
insectenbloemen
B
windbloemen

Slide 43 - Quiz

This item has no instructions

Zijn kenmerken van insectenbloemen?
A
kroonbladeren fel gekleurd
B
stempel groot
C
meeldraden buiten de bloem
D
ze ruiken lekker

Slide 44 - Quiz

This item has no instructions

Wat is bevruchting?
A
het openbarsten van de stuifmeelbuis
B
het ontstaan van zaden in het zaadbeginsel
C
het versmelten van de kernen van mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen

Slide 45 - Quiz

This item has no instructions

Bij zaadplanten vindt eerst bevruchting plaats, daarna bestuiving.
A
juist
B
onjuist

Slide 46 - Quiz

This item has no instructions

Waaruit ontstaat een stuifmeelbuis?


A
uit een zaadbeginsel
B
uit een vruchtbeginsel
C
uit een stuifmeelkorrel

Slide 47 - Quiz

This item has no instructions

Wat is geen voorbeeld
van ongeslachtelijke voortplanting bij planten?
A
Deling en stekken
B
Bollen en knollen
C
Uitlopers en wortelsstokken
D
Stuifmeelkorrels en eicellen

Slide 48 - Quiz

This item has no instructions

Cellen ontstaan door gewone deling, geslachtscellen ontstaan door reductiedeling ofwel...
A
Mitose
B
Meiose

Slide 49 - Quiz

This item has no instructions

Welke onderdelen van een bloem hebben vaak mooie, opvallende kleuren?
A
De kelkbladeren
B
De stamper
C
De kroonbladeren
D
De meeldraden

Slide 50 - Quiz

This item has no instructions

De bloem hiernaast heeft alleen de onrijpe meeldraden (geslachtsorganen). Welk antwoord past bij deze bloem?
A
Tweeslachtig (mannelijk en vrouwelijk)
B
Ongeslachtelijk
C
Eenslachtig mannelijk
D
Eenslachtig vrouwelijk

Slide 51 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel zaadbeginsels zien we in het plaatje?
A
1
B
4
C
3
D
6

Slide 52 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel bestuivingen zie je?
A
1
B
4
C
3
D
6

Slide 53 - Quiz

This item has no instructions

Hoeveel bevruchte Eicellen zie je in het plaatje
A
0
B
1
C
3
D
6

Slide 54 - Quiz

This item has no instructions

Kroonblad
Bloemsteel
Stamper
Meeldraad
Kelkblad

Slide 55 - Drag question

This item has no instructions

Stempel
Vruchtbeginsel
Stijl

Slide 56 - Drag question

This item has no instructions

kelkblad
stamper
meeldraad
kroonblad

Slide 57 - Drag question

This item has no instructions

Hoe noemen we de groene blaadjes van een knop?En wat doen ze (2 antwoorden aanvinken)
A
kroonbladeren
B
Insecten lokken
C
kelkbladeren
D
Bloem beschermen tegen uitdroging en kou

Slide 58 - Quiz

This item has no instructions

Mannelijke onderdeel van de bloemplant
Vrouwelijke onderdeel van de bloemplant
Stamper
Meeldraad
Stuifmeelkorrels

Slide 59 - Drag question

This item has no instructions

Hoe noemen we de felgekleurde blaadjes van een bloem? En wat doen ze
A
kroonbladeren
B
De bloem beschermen tegen uitdroging en kou
C
kelkbladeren
D
Insecten aantrekken

Slide 60 - Quiz

This item has no instructions

Een lila bloem
met groene
bladeren
Je ziet
A
6 meeldraden 1 stamper
B
6 stampers 1 meeldraad
C
6 meeldraden 1 stamper gekleurde kelkbladeren
D
6 meeldraden 1 stamper groene kroonbladeren

Slide 61 - Quiz

This item has no instructions

Je ziet een lelietje-van-dalen in de afbeelding hiernaast.
Kan het lelietje-van dalen zich ongeslachtelijk voortplanten?
Kan het lelietje-van dalen zich geslachtelijk voortplanten?
hint
Zie je een bloem/zaad/vrucht?  Dan is het geslachtelijk
Zie je wortelstokken/uitlopers/stekken/knol/bol?  Dan is het ongeslachtelijk
A
ja, ongeslachtelijk en ja, geslachtelijk
B
ja, ongeslachtelijk en nee, niet geslachtelijk
C
nee, niet ongeslachtelijk en ja, geslachtelijk
D
nee, niet ongeslachtelijk en nee, niet geslachtelijk

Slide 62 - Quiz

This item has no instructions

Bekijk de foto. Wat voor type
ongeslachtelijke voortplanting is dit?
A
Wortelstokken
B
Enten
C
Uitlopers
D
Bollen

Slide 63 - Quiz

This item has no instructions

Hoe noemen we de felgekleurde blaadjes van een bloem? En wat doen ze
A
kroonbladeren
B
De bloem beschermen tegen uitdroging en kou
C
kelkbladeren
D
Insecten aantrekken

Slide 64 - Quiz

This item has no instructions

Voortplanting bij mensen kun je vergelijken met...
A
Geslachtelijke voortplanting planten
B
Ongeslachtelijke voortplanting planten
C
Planten die elkaars blaadje vasthouden
D
Niets van planten!

Slide 65 - Quiz

This item has no instructions

Aan de slag
Bladzijde 42, 43, 44, 45 en 46
Opdracht 1, 2, 3, 4, 5 en 6



Slide 66 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.
Aan de slag

Examentrainer Blz 98, 99, 100 en 101

Slide 67 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen.

Controle vragen
A
a.
B
b.
C
c.
D
d.

Slide 68 - Quiz

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.

Controle vragen

Slide 69 - Open question

7. Formatief handelen
De docent geeft de leerlingen gedurende de les gerichte feedback, feedup en feedforward op de op de inhoud van het werk, de leerstrategie, het gedrag en op zelfsturing. De docent bevraagt willekeurig leerlingen met open vragen. De docent stimuleert kwaliteitsbesef onder leerlingen door bijvoorbeeld leerlingen elkaars werk te laten vergelijken of uitgewerkte voorbeelden te gebruiken, gevolgd door geïnformeerde vervolgstappen.
Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. 9.6.1 Je kunt de ontwikkeling van een zaad en de verdere groei en ontwikkeling van kiemplanten beschrijven. (T1)

  2. 9.6.2 Je kunt uitleggen hoe een plant de winter overleeft en hiervan voorbeelden geven. (T1)


Slide 70 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. Je kunt stadia in de levenscyclus van zaadplanten met geslachtelijke voortplanting noemen:- ontkieming, groei en bloei– bestuiving en bevruchting– ontwikkeling van een kiempje uit een bevruchte eicel, een zaad uit een zaadbeginsel en een vrucht met zaden uit(T1)


Slide 71 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

           Begrippen
           uit deze les
- bouwstof
- brandstof
- reservestof
- zetmeel
- vet
- koolhydraat
- glucose

Slide 72 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.


Exit ticket

Slide 73 - Open question

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Eindslide

Ruimte voor een afsluitend woord.

Slide 74 - Slide

This item has no instructions