Mijn leraar zegt dat ik niet goed geleerd heb, maar dat is niet waar. Ik heb gewoon nog nooit zo'n fijne quiz gehad waarmee ik echt goed kan oefenen.
A
Verklaring
B
Relativering
C
Stelling
D
Weerlegging
Slide 8 - Quiz
Wat is de functie van het volgende tekstgedeelte?
Wat voor mij de ideale docent is? Iemand die nooit huiswerk geeft, nooit moppert en me een leuke quiz voorschotelt tijdens de Topweek.
A
Definitie
B
Advies
C
Hypothese
D
Uitkomst
Slide 9 - Quiz
Als een alinea de functie heeft van een nuancering, dan...
A
Geeft de schrijver een oplossing.
B
Maakt de schrijver bezwaar tegen een eerdere bewering.
C
Zwakt de schrijver een standpunt iets af.
D
Ontkent de schrijver de juistheid van een bewering.
Slide 10 - Quiz
Welk soort argument?
A
vermoedens
B
feiten
C
ervaring
D
onderzoek
Slide 11 - Quiz
Welk soort argument herken je?
A
Vermoedens
B
Persoonlijke overtuiging of geloof
C
Emoties
D
Ervaring
Slide 12 - Quiz
Herhaling argumentatiestructuur
timer
1:00
Enkelvoudige argumentatie
Nevenschikkende argumentatie
Onderschikkende argumentatie
Slide 13 - Drag question
Uiteenzetting
Beschouwing
Betoog
Argumentatiestructuur
Voor- en nadelenstructuur
Aspectenstructuur
Slide 14 - Drag question
Slide 15 - Video
Zet de juiste tekstsoorten bij de juiste tekstdoelen.
Tekstdoel Informeren
Tekstdoel Overtuigen
Tekstdoel Amuseren
Tekstdoel activeren
Tekstdoel instrueren
Een nieuwsbericht over gestrande trein
Recensie over eenfilm
Een mop in een tijdschrift
Een oproep op een website om te gaan protesteren.
Artikel op een website warin iemand zijn mening geeft over een vuurwerkverbod.
Spelhandleiding hoe je 'Yahtzee' moet spelen.
Slide 16 - Drag question
Feit of mening?
A
mening
B
feit
Slide 17 - Quiz
Feit of mening?
A
In deze alinea staan enkel feiten.
B
In deze alinea staan enkel meningen.
C
In deze alinea staan zowel feiten als meningen.
D
In deze alinea staan zowel geen feiten als meningen.
Slide 18 - Quiz
Feit of mening?
A
In deze alinea staan alleen feiten.
B
In deze alinea staan alleen meningen.
C
In deze alinea staan feiten én meningen.
D
In deze alinea staan geen feiten en geen meningen.
Slide 19 - Quiz
Argument
Standpunt
Tegenargument
Weerlegging
Er moet meer geïnvesteerd worden in windenergie.
Windenergie is schoon.
Windmolens vervuilen het landschap.
Plaats de windmolens op zee.
Slide 20 - Drag question
inleiding
kern
slot
De schrijver trekt de aandacht van de lezer
De schrijver trekt een conclusie
De schrijver geeft argumenten en tegenargumenten
De schrijver roept op om actie te ondernemen
De schrijver motiveert het publiek om te blijven lezen
De schrijver noemt oorzaak en gevolgen
De schrijver kijkt naar de toekomst
Slide 21 - Drag question
Soort argument
Ik ga niet naar een restaurant als ik daarvoor een negatieve coronatest moet laten zien. Het moet niet gekker worden!
Als je een uurtje uittrekt voor die fietsrit naar Leeuwarden, ben je sowieso op tijd. Zo doe ik dat ook altijd.
Gistermiddag was de zoveelste 4Mijl van Groningen. Het was die dag 20 graden.
Ik ga niet naar die nieuwe film van James Bond. Ik verwacht weinig nieuws te zien. Wat kunnen ze na al die films nu nog bedenken!?
Feiten
Onderzoek
Ervaring
Gevoel of emotie
Geloof
Normen en waarden
Vermoedens
Slide 22 - Drag question
Eufemisme
Understatement
Ironie
Sarcasme
Metafoor
vergelijking
personificatie
Mijn wortelkanaalbehandeling was een beetje vervelend.
Zij zit tussen twee banen in.
(een leerkracht tegen een leerling die te laat komt) Lekker uitgeslapen?
'Gaat weer makkelijk', zei de docent terwijl ze de deur van slot probeerde te krijgen.
Zijn ideeën vormen de pijlers van onze discussie.
De bergen fluisteren eeuwenoude verhalen.
Haar ogen glinsteren als sterren.
Slide 23 - Drag question
Signaalwoorden
van voorbeeld
Signaalwoorden
van voorwaarde
Signaalwoorden van opsomming
Signaalwoorden van samenvatting
Signaalwoorden van oorzaak&gevolg
Signaalwoorden van tegenstelling
Signaalwoorden van tijd
Signaalwoorden van conclusie
dus
vervolgens
echter
omdat
kortom
ten tweede
mits
bijvoorbeeld
als
zoals
al met al
vervolgens
hierdoor
want
maar
daarentegen
ook
Slide 24 - Drag question
Kijk luisteroefening
Zwart gat
Slide 25 - Slide
Slide 26 - Video
Hoe heet het zwarte gat in ons zonnestelsel?
A
Messier 87
B
Zonnestelsel Aarde
C
Sagittarius A*
D
Mercurius 97
Slide 27 - Quiz
Wat is een ‘super nova'
A
Een oud sterrenstelsel.
B
Een oude ster die ontploft en een zwart gat vormt.
C
Een nieuwe ster die ontstaat.
D
Een zwart gat in een sterrenstelsel.
Slide 28 - Quiz
Hoeveel telescopen hebben het sterrenstelsel M87 gemeten?
A
2
B
4
C
6
D
8
Slide 29 - Quiz
Hoelang doet het licht erover om de aarde te bereiken?
A
22 miljoen lichtjaren
B
33 miljoen lichtjaren
C
55 miljoen lichtjaren
D
100 miljoen lichtjaren.
Slide 30 - Quiz
Hoe wordt het onderzoek naar het zwarte gat genoemd?
A
Event Horizon Telescoop
B
Event Horizon Team
C
Event Horizon Earth
D
Event Horizon Moon
Slide 31 - Quiz
De Eerste Wereldoorlog
4. Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog
Slide 32 - Slide
Neutraal
Nederland was tijdens de Eerste Wereldoorlog, neutraal
Neutraal betekent dat je geen partij kiest
Voor een handelsland als Nederland is dat lastig: je handelt immers met beide partijen.
Slide 33 - Slide
Mobilisatie
1914
Hoewel Nederland neutraal was, mobiliseerde het leger toch
Ook België had zich immers neutraal verklaard, maar was toch aangevallen!
Slide 34 - Slide
Gevolgen van
de Eerste Wereldoorlog
voor Nederland
Slide 35 - Slide
Belgische vluchtelingen
Nederland nam rond de 1 miljoen vluchtelingen uit België op.
Deze Belgen waren op de vlucht voor de oorlog.
Belgische soldaten werden, net als soldaten uit andere landen, ontwapend en gevangen gezet
Slide 36 - Slide
Dodendraad
Ook wel: De Draad, genoemd
De Dodendraad was door de Duitsers aangelegd tussen België en Nederland
Zo wilden ze voorkomen dat geallieerde soldaten, Duitse deserteurs, spionnen of oorlogsvrijwilligers naar, van of door België konden reizen
Op de draad stond 2000 volt
Vermoedelijk zijn rond de 1000 mensen om het leven gekomen
Slide 37 - Slide
Contact met de Dodenraad, waarop 2000 volt stond, betekende dood door elektrocutie...
...daarom bedachten smokkelaars allerlei manieren om de draden niet aan te raken.
Slide 38 - Slide
Economie
Oorlog is slecht voor de handel: er ontstaat ook in Nederland schaarste
Ook Nederlandse schepen zijn slachtoffer van de Onbeperkte Duikbotenoorlog...
...maar soms ook van oorlogshandelingen van de Geallieerden
Slide 39 - Slide
Aardappeloproer
1917
Enkele Amsterdamse vrouwen zagen dat er een schip vol aardappelen in een van de grachten lag. Ze gingen erop af en plunderden het schip: hun schorten vol aardappelen. De dag erna waren er meer plunderaars. Pas nadat zes mensen door het leger werden doodgeschoten, keerde de rust terug
Slide 40 - Slide
Begrippen uit deze les
Onbeperkte Duikbotenoorlog
mobilisatie
neutraal
Dodendraad
Aardappeloproer
Slide 41 - Slide
Jaartallen uit deze les
1914: Mobilisatie
1915/1917: Onbeperkte Duikbotenoorlog van Duitsland