Ontdek de present simple!

Ontdek de tegenwoordige tijd in het Engels:

de present simple!

1 / 19
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEngelsISK

This lesson contains 19 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

Ontdek de tegenwoordige tijd in het Engels:

de present simple!

Wat weet jij al over de present simple in het Engels?

Leerdoel van deze les:

Je kunt/kent:





  • zelf Engelse zinnen maken in de present simple (tegenwoordige tijd)

  • zeggen wanneer je deze tijd gebruikt

  • werkwoorden correct schrijven in bevestigende (gewone) zinnen

Text

Wat weet je al?

Vertaal deze drie zinnen van het Nederlands naar het Engels:


1. Ik speel voetbal.

2. Zij drinkt thee.

3. Wij wonen in Nederland.

Antwoorden:


1. I play football.

2. She drinks tea.

3. We live in the Netherlands.

Bekijk en luister

Bekijk nu de video over de present simple. Let goed op de voorbeelden.

Wanneer gebruik je de present simple?

Je gebruikt de present simple om te praten over:

  • gewoontes

  • feiten

  • dingen die altijd waar zijn.

Voorbeeld: Gewoontes

I go to school every day.

Voorbeeld: Feiten

The sun rises in the east.

Voorbeeld: Altijd waar

Water boils at 100 degrees Celsius.

Vervoegen van werkwoorden

Gebruik de stam van het werkwoord. Voorbeeld: They walk. I play.

Voeg -s toe aan het werkwoord. Voorbeeld: She walks. He plays.

Meervoud & I/you/we/they

Enkelvoud & he/she/it

Bevestigende zinnen

Je begint een zin met het onderwerp, dan het werkwoord. Bijvoorbeeld: I eat breakfast.

Ontkennende zinnen

Gebruik ‘do not’ (don’t) of ‘does not’ (doesn’t) plus het hele werkwoord. Bijvoorbeeld: He doesn’t like cheese.

Vragende zinnen

Begin met ‘do’ of ‘does’, dan onderwerp en werkwoord. Bijvoorbeeld: Do you play tennis? Does she like cats?

Let op bijzondere vormen

Have → has

He/she/it: has (niet have).

Bij werkwoorden op -y of -o: study → studies, go → goes.

Bijzondere spelling

Zelf oefenen

Maak vijf Engelse zinnen: 1 gewone, 1 ontkennende, 1 vragende, 2 naar keuze. Bespreek met je buur.

Wanneer gebruik je de present simple?

Dagelijkse of wekelijkse activiteiten.

Herhaal: gewoontes

Dingen die altijd waar zijn of niet veranderen.

Herhaal: feiten en vaste situaties

Reflectie

Leg in je eigen woorden uit aan je buur: Wanneer gebruik je de present simple in het Engels?

Homework

Homework


Hand in family tree


Make the hand-out about present simple