Leenstelsel

1 / 15
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeschiedenisISK

This lesson contains 15 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Regels

1. We praten niet door de uitleg.

2. We praten Nederlands tijdens de les.

3. Begrijp je iets niet? Steek je vinger op.

4. Duurt het wachten te lang? Schrijf je vraag op en werk verder.

5. We lopen niet zonder toestemming door het lokaal.

6. Tijdens een vragenronde praten we niet door elkaar heen.

7. Als de docent om stilte vraagt, is het stil.

8. Als overleggen mag, praat je alleen met je tafelgenoot.


Spullen

9. Je hebt altijd bij je:

o schrijfschrift

o pen/potlood

o M&M-boekje

10. De laptop is alleen open als de docent dat zegt.

Gevolgen

Ongevraagd praten en door lokaal lopen

  • 1e keer: non-verbale waarschuwing

  • 2e keer: verbale waarschuwing

  • 3e keer: aan het einde van de dag terugkomen

Spullen niet bij je

  • 1e keer: andere opdracht van de docent, af aan het einde van de les

  • 2e keer: extra opdracht + volgende les het schoolwerk afgemaakt laten zien

  • 3e keer: aan het einde van de dag terugkomen + huiswerk op papier maken + volgende les alles in je eigen schrift laten zien

Laptop zonder toestemming gebruiken

  • 1e keer: laptop dicht

  • 2e keer: laptop in de tas

  • 3e keer: laptop inleveren tot het einde van de les

Planning

  • Doelen van de les

  • Terugblik vorige les

  • Uitleg: Het leenstelsel

  • Werken in het M&M boekje

Doelen

Aan het einde van de les kunnen jullie:


...uitleggen hoe het leenstelsel werkte en wie land gaf aan wie.

Terugblik:

Wat was een standensamenleving?

Samenvatting

  • Je werd in een stand geboren.

  • Stand 1 was de geestelijkheid.

  • Stand 2 was de adel.

  • Stand 3 bestond uit boeren en werkende mensen.

  • De adel en de geestelijkheid hadden veel macht.

  • Boeren en werkende mensen hadden weinig macht en moesten hard werken.

Leenstelsel/Feodalisme

Doel van het leenstelsel

  • koning geeft land


  • Leenheer krijgt land


  • leenman zweert trouw en helpt vechten


  • boer zweren trouw en werkt op het land


Het leenstelsel

  • land


  • hulp


  • trouw

Wie geeft land?

A

de boer

B

de koning

C

de priester

Sleepvraag

geeft land

krijgt land

helpt vechten

werkt op het land

boer

koning

leenman

leenheer

Samenvatting

  • De koning gaf land.

  • De adel kreeg land en macht.

  • De leenman hielp de leenheer.

  • Boeren werkten op het land.

Doelen

Aan het einde van de les kunnen jullie:


...uitleggen hoe het leenstelsel werkte en wie land gaf aan wie.

Aan de slag

Maken:


Opdrachten 1 en 2


Begrippenboekje: Tot Christelijk geloof af!


Klaar: Beginnen aan onderwerp Kerk en haar leiders (Pagina 41)