Regels
1. We praten niet door de uitleg.
2. We praten Nederlands tijdens de les.
3. Begrijp je iets niet? Steek je vinger op.
4. Duurt het wachten te lang? Schrijf je vraag op en werk verder.
5. We lopen niet zonder toestemming door het lokaal.
6. Tijdens een vragenronde praten we niet door elkaar heen.
7. Als de docent om stilte vraagt, is het stil.
8. Als overleggen mag, praat je alleen met je tafelgenoot.
Spullen
9. Je hebt altijd bij je:
o schrijfschrift
o pen/potlood
o M&M-boekje
10. De laptop is alleen open als de docent dat zegt.
Gevolgen
Ongevraagd praten en door lokaal lopen
1e keer: non-verbale waarschuwing
2e keer: verbale waarschuwing
3e keer: aan het einde van de dag terugkomen
Spullen niet bij je
1e keer: andere opdracht van de docent, af aan het einde van de les
2e keer: extra opdracht + volgende les het schoolwerk afgemaakt laten zien
3e keer: aan het einde van de dag terugkomen + huiswerk op papier maken + volgende les alles in je eigen schrift laten zien
Laptop zonder toestemming gebruiken
1e keer: laptop dicht
2e keer: laptop in de tas
3e keer: laptop inleveren tot het einde van de les
Planning
Doelen van de les
Terugblik vorige les
Uitleg: Het leenstelsel
Werken in het M&M boekje
Doelen
Aan het einde van de les kunnen jullie:
...uitleggen hoe het leenstelsel werkte en wie land gaf aan wie.
Terugblik:
Wat was een standensamenleving?
Samenvatting
Je werd in een stand geboren.
Stand 1 was de geestelijkheid.
Stand 2 was de adel.
Stand 3 bestond uit boeren en werkende mensen.
De adel en de geestelijkheid hadden veel macht.
Boeren en werkende mensen hadden weinig macht en moesten hard werken.
Leenstelsel/Feodalisme
Doel van het leenstelsel
koning geeft land
Leenheer krijgt land
leenman zweert trouw en helpt vechten
boer zweren trouw en werkt op het land
Het leenstelsel
land
hulp
trouw
Wie geeft land?
de boer
de koning
de priester
Sleepvraag
geeft land
krijgt land
helpt vechten
werkt op het land
boer
koning
leenman
leenheer
Samenvatting
De koning gaf land.
De adel kreeg land en macht.
De leenman hielp de leenheer.
Boeren werkten op het land.
Doelen
Aan het einde van de les kunnen jullie:
...uitleggen hoe het leenstelsel werkte en wie land gaf aan wie.
Aan de slag
Maken:
Opdrachten 1 en 2
Begrippenboekje: Tot Christelijk geloof af!
Klaar: Beginnen aan onderwerp Kerk en haar leiders (Pagina 41)