Formuleren H3

Formuleren H3


Verbanden tussen zinnen

S. Chakari
1 / 20
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

Items in this lesson

Formuleren H3


Verbanden tussen zinnen

S. Chakari

Slide 1 - Slide

TEKSTVERBANDEN

Slide 2 - Slide

Lesdoelen
  • Je kent de termen signaalwoorden en tekstverband
  • Je kunt signaalwoorden herkennen in een tekst
  • Je kunt de signaalwoorden koppelen aan het juiste tekstverband

Slide 3 - Slide

Theorie
De zinnen van een tekst houden verband met elkaar. Een tekst wordt duidelijker als de schrijver dat verband duidelijk aangeeft.

Slide 4 - Slide

Tekstverbanden
opsomming: ook, bovendien, daarnaast
tegenstelling: maar, toch, desondanks
tijd (chronologisch): eerst, daarna, vroeger, nu, ooit, later
oorzaak-gevolg: daardoor, doordat, als gevolg van

Slide 5 - Slide

zie bladzijde 92
reden: daarom, omdat, want, immers, namelijk
toelichtend (voorbeeld) : zo, neem nou, bijvoorbeeld
conclusie/samenvatting: kortom, dus, daarom
voorwaarde: als, indien, tenzij, wanneer

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Kies het goede antwoord.

Tekstverbanden...
A
...geven alinea's aan
B
...geven het doel van een tekst aan
C
...geven aan hoe alinea's en zinnen met elkaar te maken hebben

Slide 8 - Quiz

Hoe geeft de schrijver tekstverbanden aan?
A
Functiewoorden
B
Doewoorden
C
Signaalwoorden
D
Niet

Slide 9 - Quiz

Bij welk tekstverbanden horen de signaalwoorden 'ook', 'bovendien' en 'tevens'?
A
opsomming
B
tegenstelling
C
tijdsvolgorde
D
reden

Slide 10 - Quiz

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord: aan de ene kant aan de andere kant
A
opsomming
B
reden
C
toelichtend
D
tegenstelling

Slide 11 - Quiz

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord: kortom
A
toelichtend
B
opsomming
C
conclusie/samenvatting
D
oorzaak-gevolg

Slide 12 - Quiz

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord: toen
A
oorzaak-gevolg
B
tijd
C
voorwaarde
D
opsomming

Slide 13 - Quiz

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord: zoals
A
toelichtend
B
tijd
C
oorzaak-gevolg
D
voorwaarde

Slide 14 - Quiz

Noteer een signaalwoord bij het tekstverband: opsomming

Slide 15 - Open question

Noteer een signaalwoord bij het tekstverband: tijd

Slide 16 - Open question

Noteer een signaalwoord bij het tekstverband: oorzaak-gevolg

Slide 17 - Open question

Noteer een signaalwoord bij het tekstverband: conclussie/samenvatting

Slide 18 - Open question

Noteer een signaalwoord bij het tekstverband: voorwaarde

Slide 19 - Open question

Opdrachten uit het boek
Formuleren hoofdstuk 3
Opdracht 1 bladzijde 92

Slide 20 - Slide