Neuro- anatomie, vegetatieve functies en hormonen

Bindweefselmassage
1 / 17
next
Slide 1: Slide
SchoonheidsverzorgingMBOStudiejaar 3

This lesson contains 17 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 120 min

Items in this lesson

Bindweefselmassage

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Inhoud
Terugblik: Kahoot
Nieuwe stof: 
  • Hoofdstuk 6
  • Hoofdstuk 7 
  • Hoofdstuk 8
  • Hoofdstuk 9
  • Hoofdstuk 10
  • Hoofdstuk 12
Verdiepende opdracht waarbij theorie samenkomt met de praktijk
Evaluatie


Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Doelstelling
Je kunt de ligging en functie beschrijven van de neuroniveaus 
Je begrijpt werking van het autonome zenuwstelsel (orthosympatisch en parasympatisch) en het effect van actie (ergotroop) versus herstel (trofotroop) op het lichaam.
Kan je beïnvloedende hormonen benoemen: cortisol, adrenaline
Je kunt de theoretische kennis toepassen in praktijksituaties, door te benoemen welke massagetechnieken rust of activering stimuleren; dikke en dunne vezel

Slide 3 - Slide

De student bedenkt een eigen doelstelling
Neuro-anatomie

Slide 4 - Slide

Ander kijk op de hersenen qua indeling en gedragingen.
We kijken terug op een evolutiegroei van de hersenen.
In de prehistorie hadden we ander behoeftes dan nu. In de prehistorie moesten we aan eten komen door te jagen, verbouwen en delen. Nu kunnen we ons eten wat we nodig hebben vinden in de supermarkt. We doen er weinig voor om aan eten te komen. In de prehistorie kon het dagen duren voordat er vlees op het menu kon komen of dat er honing gevonden was. De eerste levensbehoeftes stonden centraal

Slide 5 - Slide

This item has no instructions

Evolutieleer
Functioneel 
Anatomie
Archi niveau
Reflexbrein
Ruggenmerg/ perifere zenuwstelsel
Vitale brein
Hersenstam
Paleo niveau
Emotioneel brein of Limbisch systeem
Tussenhersenen
Neo niveau
Intuïtief brein
Grote hersenen rechterhelft
Logisch brein
Grote hersenen linkerhelft

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Praktijk
De aanraking van de behandelaar prikkelt alle niveaus:
  • Archi- activeren van reflexbogen van het zenuwstelsel -ontspanning tot gevolg
  • Paleo- emotionele effect 
  • Neo- geloof of belang waar de klant aan gehecht is

Slide 7 - Slide

This item has no instructions


Superpositie fenomeen:
De hogere delen controleren de lagere delen 

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Vegetatieve functie 

Slide 9 - Slide

Door dagelijkse veranderingen wordt het lichaam geprikkeld. Het lichaam is in staat zichzelf aan te passen, homeostase, en in evenwicht te blijven. Wie zich goed kan aanpassen heeft een grotere overlevingskans. 
Een verandering geeft een stressprikkel: stressoren. Mocht de verandering heel groot zijn en/ of bedreigend voor het individu, dan doorloopt het zenuwstelsel verschillende reactiepatronen door:
  1. Alarmfase
  2. Aanpassingsfase
  3. Rust en herstelfase
  4. Uitputtingsfase 
Vegetatieve systeem
Vegetatieve zenuwstelsel:
  • Hormoongedeelte
  • Zenuwgedeelte:
(Ortho)-sympaticus: activeert organen als wij actief zijn - hart en longen. Nor-adrenaline speelt hierbij een rol: hart sneller kloppen, vasoconstrictie, zweet uitscheiding. Veroorzaakt afbraak (ergotroop). Bereik gehele lichaam
Parasympaticus: activeert spijsverteringsorganen als we in rust zijn. Acetylcholine speelt hierbij een rol: vasodilatie, ademhaling wordt rustiger. Zorgt voor herstel (trofotroop) Nervus vagus en pelvicus zijn hier het meest bij betrokken. Niet verbonden met de huid

Ze werken elkaar tegen maar tegelijkertijd werken of ondersteunen ze elkaar. 

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

Orthosympaticus:
  • actief in een actieve situatie
  • katabool (afbraak) en geeft het weefsel een ergo-troop karakter
  • spijsvertering in rust
  • alertheid gaat omhoog (alarmfase: vecht, vlucht en bevriezen)
  • verkrampend - Nor-adrenaline (vaso-constrictie)
Parasympaticus:
  • actief in rust
  • anabool (herstel) en geeft het weefsel een trofo-troop karakter
  • spijsvertering actief
  • alertheid gaat naar beneden (rustfase)
  • ontspannend = sederend - acetylcholine (vaso-dilatie)

Slide 11 - Slide

This item has no instructions

Slide 12 - Video

This item has no instructions

Reactiepatronen
  • Alarmfase 
  • Adaptiefase - aanpassingsfase
  • Rust en herstelfase

Mocht het lichaam zijn evenwicht niet vinden:
  • Uitputtingsfase (burn-out)
Kost veel energie voor het lichaam: ergotrope karakter: lichaam bereid zich voor op actie, ademhaling gaat omhoog, hartslag gaat omhoog, adrenaline en corisol komen vrij
Het lichaam gaat over op herstel: Trofotrope karakter: hartslag gaat omlaag, ademhaling rustig, spieren ontspannen, spijsvertering komt opgang

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Zenuwcel
Verschillende type axonen:
Dunne vezel =  on-gemyeliniseerde vezel
  • geen myeline en trage geleider
  • reactie op weefselschade (haak en haal)
  • activerend (gewebswasche)
  • scherpe snijdende sensatie
Dikke vezel = gemyeliniseerde vezel
  • wel myeline en snelle geleider
  • reactie op zachte stimulatie (huidtechniek)
  • sederend = ontspannend (gladde huid)
  • aangename sensatie 

Slide 14 - Slide

This item has no instructions

Adrenaline
Cortisol
Aanmaak
Acute stress (bijnieren)
Chronische stress (bijnierschors)
Werking
Snel en kort
Langzaam aanhoudend
Effect
Vecht en vlucht verhoogd hartslag en bloeddruk. Bepaalde weefsels vaso-dilatie andere weefseldelen vaso-contrictie 
Verhoogt bloedsuiker - glucose verlaagd eiwitsynthese. Vermindert ontstekingsreactie 

Slide 15 - Slide

This item has no instructions

Langdurige stress en cortisol:
om glucose te verhogen in het bloed zijn bouwstoffen nodig. Bouwstoffen komen in mindering waardoor bindweefsel zwak en dun wordt. De trekkracht neem af.

Slide 16 - Slide

This item has no instructions

Opdracht 
Maak opdracht neuro-anatomie, vegatief zenuwstelsel en hormonale invloeden


timer
25:00

Slide 17 - Slide

This item has no instructions