Hören Gesundheit

Luistervaardigheid oefenen
Gesundheit und mein Körper.
1 / 22
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

This lesson contains 22 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Luistervaardigheid oefenen
Gesundheit und mein Körper.

Slide 1 - Slide

Was machen wir heute?
Parijs:)
Luistervaardigheid oefenen
Opdrachten maken 

Slide 2 - Slide

Hör dir das Gespräch an.
Mache während des Hörens Notizen. 

We luisteren de opdracht 2x 
De eerste keer schrijf je alles op wat je hoort, dit mag in het Duits of in het Nederlands.

Probeer na het luisteren de vragen van slide 5 t/m 9 te beantwoorden. 

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Link

Wat zijn de klachten van de patiënt?
A
Ze heeft keelpijn
B
Ze heeft hoofdpijn
C
Ze heeft pijn aan haar hals
D
Ze heeft pijn aan haar nek

Slide 5 - Quiz

Wat kan ze bijna niet meer?
Geef antwoord in het Nederlands.
Geef antwoord met 1 woord!!

Slide 6 - Open question

Wat krijgt de patiënt voorgeschreven?
Geef antwoord in het Nederlands.
Geef antwoord met 1 woord!!

Slide 7 - Open question

Welke zin klopt?
A
Ze moet de kuur afmaken en 10 dagen rustig aan doen
B
Ze krijgt een kuur voor 10 dagen en moet de eerste paar dagen rusten .
C
Ze moet 10 dagen in bed blijven

Slide 8 - Quiz

Wanneer moet de patiënt weer terugkomen?
A
Wanneer er problemen zijn.
B
over 10 dagen.
C
eind van de week.

Slide 9 - Quiz

Dialog 1 --> Hör dir den Dialog an.

Mache während des Hörens Notizen.

Luister naar dialoog 1 en geef antwoord op de bijbehorende vragen. Open vragen net als bij luisteropdracht 1 in het Nederlands beantwoorden.

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Welke 3 klachten heeft de patiënt?

Slide 12 - Open question

Heeft de patiënt koorts?
A
Ja
B
nee
C
een beetje

Slide 13 - Quiz

Wat voor een advies krijgt de patiënt?
A
bedrust en 2 keer per dag een hoestdrank nemen
B
veel drinken en 3 keer per dag voor het eten een hoestdrank innemen
C
veel drinken en bedrust

Slide 14 - Quiz

Wanneer moet ze weer terugkomen bij de arts?
A
Ze hoeft niet terug te komen
B
op vrijdagmorgen wanneer het niet beter gaat.
C
op vrijdag aan het einde van de dag.

Slide 15 - Quiz

Dialog 2 --> Hör dir den Dialog an.

Mache während des Hörens Notizen.

Luister naar dialoog 2 en geef antwoord op de bijbehorende vragen. Open vragen net als bij luisteropdracht 1 in het Nederlands beantwoorden.

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Video

Wat voor een klachten heeft de patiënt?
A
Hij heeft maagpijn en heeft een te hoge bloeddruk
B
Hij heeft een te hoge bloeddruk en buikpijn
C
Hij heeft maagpijn en een te lage bloeddruk

Slide 18 - Quiz

Waarom is zijn bloeddruk zo hoog?

Slide 19 - Open question

Wat voor een advies krijgt de patiënt van de arts?
A
Hij moet afvallen.
B
Hij moet lid worden van een sportclub.
C
Hij moet rusten.
D
Hij moet meer water drinken

Slide 20 - Quiz

Wanneer moet de patiënt terugkomen?

Slide 21 - Open question

(Haus)aufgaben machen
Aufgabe 3,4, 5, 6 und 7, Seite 58/60 
Aufgabe 9, Seite 61
Aufgabe 12, Seite 63
Leren de blauwe/rode en groene woordjes B, blz 88 (N-D)
Leren woordjes sehen A blz 89 (D-N)
,

Slide 22 - Slide