Thema A H2
Voorbereiden, bespreken en inspecteren van de werkzaamheden
2
H2: Veilig werken, overleg en inspecties
thema
A
Thema A H2
Voorbereiden, bespreken en inspecteren van de werkzaamheden
2
H2: Veilig werken, overleg en inspecties
thema
A
2.1 Gedrag en veilig werken
Veilig gedrag:
Gedrag gericht op veiligheid is een werkwijze die werknemers helpt om
gevaarlijke situaties en gevaarlijke handelingen te signaleren
en de voorkeur te geven aan veilig gedrag boven onveilig gedrag.”
80% van de ongevallen is het gevolg van onveilige situaties en
handelingen. Pak daarom onveilige situaties en onveilige handelingen
direct aan!
3
thema
A
2.1 Gedrag en veilig werken
Veilig gedrag is:
• het ‘bewust’ nemen van ‘aanvaardbare’ risico’s
• de juiste ‘beheersmaatregelen’ nemen
bewust = eerst denken en dan doen
aanvaardbaar = verantwoord/acceptabel/overzienbaar
beheersmaatregelen = manieren om met risico’s om te gaan
Je bent vanuit de Arbowet verplicht:
• mee te werken aan voorlichting en onderricht
• je veilig te gedragen!
4
thema
A
2.1 Gedrag en veilig werken
Gedrag dat veilig werken bevordert is:
Positieve instelling
Zorg voor eigen veiligheid én die van anderen
Onveilige situaties melden en ingrijpen
Anderen aanspreken op onveilig gedrag
Aandacht voor hygiëne, orde en netheid
Naleving van voorschriften en instructies
5
thema
A
2.1 Gedrag en veilig werken
Persoonlijke verzorging:
• handen wassen
• schone werkkleding / onderhoud van PBM’s
Werkplek en gereedschap regelmatig opruimen:
• vooraf aan de werkzaamheden
• tijdens de werkzaamheden
• na de werkzaamheden
Wordt ook wel ‘good housekeeping’ genoemd.
6
thema
A
2.1 Orde en netheid op de werkplek (good housekeeping)
Orde en netheid maken een werkplek veilig en overzichtelijk:
Goede controle van gereedschap/machines
Zorgt voor tijdwinst
Voorkomt incidenten (ongevallen en bijna ongevallen) op de werkplek
Voorkomt vervuiling en milieu-schade
7
thema
A
2.1 Orde en netheid op de werkplek (good housekeeping)
Elke werknemer moet actief meewerken aan ‘good huiskeeping’:
• Het goed inrichten van de werkplaats
• Het gebruiken van een opslagsysteem voor gereedschappen en materialen
• Gebruik ‘safetyhooks’ (speciale ophanghaken) voor kabels.
• Afvoeren of opslaan van het restmateriaal
• Leg het gereedschap netjes terug
(ook tijdens de werkzaamheden!)
8
thema
A
2.1 Verdovende middelen
Nadelige effecten van alcohol, drugs en medicijnen:
• geneigd om grenzen te overschrijden
'drempelverlagend effect'
• vertekend beeld van zichzelf,
neemt meer risico's, overschat zichzelf
• op sociaal vlak kan een gebruiker zich gaan misdragen,
waardoor er een sterk verstoorde werksfeer ontstaat
9
thema
A
2.1 Verdovende middelen
Regels bij gebruik van alcohol, drugs en medicijnen:
• Gebruik géén verdovende middelen tijdens werkzaamheden.
• Je mag ook niet onder invloed zijn van eerder gebruik
van verdovende middelen:
- Meld recentelijk gebruik aan je direct leidinggevende!
- Zoek hulp bij problematisch gebruik.
10
thema
A
2.3 VGM-overleg
VGM-bijeenkomst:
• korte, informele bespreking met als doel
te informeren en te motiveren
• interactieve deelname van alle aanwezigen
• afspraken worden schriftelijk vastgelegd
11
thema
A
2.3 VGM-overleg
Doel:
• Het voorkomen van onveilige handelingen en onveilig gedrag
Regelmatig:
• Voor een goede samenwerking op het gebied van veiligheid en gezondheid
12
thema
A
2.3 VGM-overleg
Er zijn drie vormen van VGM-overleg:
• Overleg tussen werkgever en werknemersvertegenwoordiging
• Werkoverleg met de werknemers
• VGM-bijeenkomst (bijvoorbeeld: toolboxmeeting)
13
thema
A
2.3 VGM-overleg
Mogelijke onderwerpen:
• orde en netheid (‘good housekeeping’)
• werkmethodes
• (nood)procedures
• incidenten (ongevallen en bijna ongevallen)
• werkplekinspecties
• aangepaste afspraken/werkmethodes/procedures naar aanleiding van
inspecties en onderzoek van incidenten
• gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s)
14
thema
A