3T 5.2 van infrarood tot ultraviolet

hst 5.2 "van infrarood tot ultraviolet"
1 / 36
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 3

This lesson contains 36 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

hst 5.2 "van infrarood tot ultraviolet"

Slide 1 - Slide

Vandaag
filmpje licht en kleur
uitleg over de zichtbare kleuren
filmpje infrarood en ultraviolet
uitleg over IF en UV
quizvragen

Slide 2 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt beschrijven hoe je het spectrum van wit licht zichtbaar kunt maken.
  • Je kunt de kleuren in wit licht benoemen.
  • Je kunt beschrijven welke kleur licht gekleurde voorwerpen terugkaatsen en absorberen.
  • Je kunt kenmerken benoemen van ultraviolette straling en infrarode straling.
  • Je kunt toepassingen benoemen van ultraviolette straling en infrarode straling.
  • Je kunt uitleggen hoe je je tegen ultraviolette straling kunt beschermen.

Slide 3 - Slide

Slide 4 - Video

Slide 5 - Slide

Regenboog
Een regenboog ontstaat 
doordat regendruppels 
het zonlicht in verschillende 
kleuren splitsen.
Blauw breekt meer dan rood.

Kleuren van de regenboog:
Rood       • Oranje      • Geel      • Groen      • Blauw      • Violet

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Zien

Slide 8 - Slide

Kleuren zien

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Video

Infrarood (IR)
  • Alles zendt IR straling uit.
  • Hoe hoger de T, meer IR
  • IR voel je als warmte
  • Infrarood betekend letterlijk ‘voor het rood’ 

Slide 13 - Slide

Warmtebeeld = thermogram

Slide 14 - Slide

Toepassingen infrarood
warmtelampen/buitenlampen
infrarood camera’s/alarminstallaties/nachtkijkers
afstandbediening

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Ultraviolet (UV)
  • Je huid reageert hierop en maakt een kleurstof aan: je wordt er bruin van
  • Teveel UV zonnebrand: je huid wordt rood en pijnlijk
  • Gezondheidrisico’s, teveel UV, grotere kans op kanker

Slide 17 - Slide

Ioniserende straling
Straling die moleculen
kapot kan maken wordt 
ioniserende straling 
genoemd. Bijvoorbeeld:
-Uv-straling
-Röngenstraling
-Gammastraling

ioniserende straling is radioactief


Slide 18 - Slide

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Toepassingen ultraviolet
lampen in zonnebanken/blacklights
oplichten van stoffen: fluoresceren van bankbiljetten

Slide 21 - Slide

fluoresceren = de stof licht op

Slide 22 - Slide

Een stuk glas of plastic waarmee je het spectrum kan laten zien heet
A
Een plectrum
B
Een spectrum
C
Een prisma
D
Een driehoek

Slide 23 - Quiz

Van welke straling word je bruin van?
A
Infrarode straling
B
UV straling
C
UV + infrarode straling
D
zichtbaar licht

Slide 24 - Quiz

Welke kleur licht laat een stukje blauw glas door?
A
alle kleuren
B
alle kleuren behalve blauw
C
alleen blauw
D
geen kleuren

Slide 25 - Quiz

Hoe kan het dat wij een sinaasappel als oranje zien?
A
omdat hij alle kleuren absorbeert
B
omdat hij alle kleuren weerkaatst
C
omdat hij alleen oranje absorbeert
D
omdat hij oranje weerkaatst

Slide 26 - Quiz


Welke kleur hebben de witte letters wanneer je met een gele lamp op het bord schijnt.
A
Rood
B
Zwart
C
Wit
D
Geel

Slide 27 - Quiz


Welke kleur heeft het rode bord wanneer je met een gele lamp op het bord schijnt.
A
Rood
B
Zwart
C
Wit
D
Geel

Slide 28 - Quiz


A
Directe lichtbron
B
Indirecte lichtbron

Slide 29 - Quiz

Noteer de kleuren van het ‘spectrum’

Slide 30 - Open question

Welke straling voel je als warmte?
A
Infrarode straling
B
UV straling
C
UV + Infrarode straling
D
Zichtbaar licht

Slide 31 - Quiz

UV straling komt voor in?
A
Broedkasten
B
Nachtkijker
C
Zonnebank
D
Gloeilamp

Slide 32 - Quiz

Leg uit waarom de ramen rood oplichten op deze thermogram

Slide 33 - Open question

Onbeschermd zonnen met een lichte huid kan ongeveer 10 minuten.
Hoe lang kun je dan veilig zonnen met beschermingsfactor 30?
A
de hele dag
B
250 minuten
C
10 minuten
D
300 minuten

Slide 34 - Quiz

Zelfstandig werken
Niveau 1:Opdrachten 1 t/m 10
Niveau 2:
Opdrachten 4 t/m 12 
blz 28,29,30

Slide 35 - Slide

Leerdoelen
  • Je kunt beschrijven hoe je het spectrum van wit licht zichtbaar kunt maken.
  • Je kunt de kleuren in wit licht benoemen.
  • Je kunt beschrijven welke kleur licht gekleurde voorwerpen terugkaatsen en absorberen.
  • Je kunt kenmerken benoemen van ultraviolette straling en infrarode straling.
  • Je kunt toepassingen benoemen van ultraviolette straling en infrarode straling.
  • Je kunt uitleggen hoe je je tegen ultraviolette straling kunt beschermen.

Slide 36 - Slide