Grammatica: redekundig (WK 40 LES 2)

Welkom!

timer
10:00
Ga rustig zitten, pak je leesboek en start met lezen!
1 / 11
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

This lesson contains 11 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Welkom!

timer
10:00
Ga rustig zitten, pak je leesboek en start met lezen!

Slide 1 - Slide

Lesdoelen
Aan het eind van deze les...

  • ...kun je een voorzetselvoorwerp in een zin benoemen.

Slide 2 - Slide

Voorzetselvoorwerp (vv)
Een voorzetselvoorwerp begint altijd met een vast voorzetsel.
Een voorzetselvoorwerp komt voor bij werkwoorden met een vast voorzetsel.

Bijv.: verlangen naar, vertrouwen op, reageren op, bang zijn voor etc.
--> Mijn broertje is ontzettend bang voor spinnen. 


Slide 3 - Slide

Voorzetselvoorwerp (vv)
Houden van (iets/iemand)
Hij / houdt / van cavia's
OND     WWG        VV  

Dol zijn op (iets/iemand)
Zij / is  dol / op lezen. 
O      NWG         VZV 

Slide 4 - Slide

Voorzetselvoorwerp (vv)

- begint altijd met een vz
- het is een vast voorzetsel
- je kunt het vz niet weglaten of veranderen

Hij houdt van muntthee.
   vv
Lijdend voorwerp (lv)

- begint nóóit met een voorzetsel



Hij drinkt muntthee.
      lv 

Slide 5 - Slide

Voorzetselvoorwerp (vvv) 
- Met vast vz 'aan'
- VZ kan niet veranderd of weggelaten worden

Hij denkt aan zijn tante.
vv
Meewerkend voorwerp (mv)
- Heeft vaak (niet altijd) voorzetsel 'aan'  of 'voor'
- Je kunt het weglaten of juist toevoegen

Hij schenkt thee in voor haar.
Hij schenkt haar een kopje thee in.

Slide 6 - Slide

Een nwg met een vv
Een naamwoordelijk gezegde kan in combinatie met een voorzetselvoorwerp voorkomen.

Madita |  is dol | op haar zoontje.
Ond          nwg               vzv

Slide 7 - Slide

Ezelsbruggetje..
  • Je kunt een voorzetselvoorwerp vaak vervangen door een zin met ‘er+voorzetsel …’ (eraan …, erop…, ervoor …):

  1. Na de vijfde nederlaag op rij / rekende / de coach / op zijn ontslag (vv).
  2. Na de vijfde nederlaag op rij / rekende / de coach / erop (dat hij zou worden ontslagen).

  • Bij een bijwoordelijke bepaling is zo’n vervanging niet mogelijk.


Slide 8 - Slide

Zelf aan de slag
Maak (online): Grammatica, §5 ZD Voorzetselvoorwerp, opdr.  1  t/m 5.

Ben je klaar?
1. Verder lezen in je leesboek.
2. Na overleg: HW ander vak afmaken.
3. Na overleg: toets ander vak leren.


Slide 9 - Slide

Extra oefeningen
1.  Bekijk de  instructiefilmpjes over het koppelwerkwoord en het nwg.

2. Maak daarna één of meer van de volgende oefeningen:
     - Oefening nwg (1)               - Oefening nwg en vzv
     - Oefening nwg (2)                                     
     - Quiz nwg        

3. Af?  Ga verder met de plusopdracht (paars).



Slide 10 - Slide

Plusopdrachten

Slide 11 - Slide