identiteitscirkel

Goedemorgen m2
1 / 16
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 16 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Goedemorgen m2

Slide 1 - Slide

wat gaan we doen?
- kennismaken identiteitscirkel


Slide 2 - Slide

Identiteitscirkel
wat is je identiteit?

Slide 3 - Slide

hulpvragen
- uit welk land kom je/ waar woon je?
hoe oud ben je? 
- welke talen spreek je ?
- wat vind je leuk om te doen? ( hobby's)
- broers of zussen?
- wat vind je leuk aan jezelf, wat kun je goed, beste kwaliteit
- wat wil je later worden / beroep ( mbo)

Slide 4 - Slide

wie ben ik 
Mevrouw Maureen
IK
vrolijk,aardig

Slide 5 - Slide

Maak nu zelf een identiteitscirkel

vertel daarna aan elkaar in tweetallen
- vertel dan aan mij over je buurman/buurvrouw

Slide 6 - Slide

- hij/zij komt uit....
hij/zij spreekt....
zijn/haar hobby is....
zij/hij houdt van....
hij/zij heeft...
later wil hij/zij.....
hij/zij is....

Slide 7 - Slide

Leeftijd
ga zonder te praten op volgorde staan van jongste naar oudste 

Slide 8 - Slide

lengte
ga zonder te praten op volgorde staan van kortste naar langste

Slide 9 - Slide

leerdoelen
Aan het einde van de les kan je: 

De belangrijkste informatie uit het journaal halen.
Belangrijke en moeilijke woorden herkennen.
Gerichte vragen over het journaal beantwoorden.
Kort vertellen waar het nieuws over gaat.

Slide 10 - Slide

Journaal kijken
Schrijf minimaal 3 belangrijke woorden op waarvan je denkt dat ze belangrijk zijn voor het nieuws.
Schrijf ook op waarom je deze woorden belangrijk vindt.
Schrijf daarnaast 3 woorden op die je nog niet kent.

Slide 11 - Slide

bespreek je antwoorden met je buurman/buurvrouw

hebben jullie dezelfde woorden?
ken jij de moelijke woorden wel?
waarom waren deze woorden belangrijk?

Slide 12 - Slide

Nog een keer luisteren
Beantwoord de vragen alleen

Slide 13 - Slide

vergelijk nu je antwoorden met je buurman/ buurvrouw

Slide 14 - Slide

kies een nieuwtje 
1 leerling is de nieuwslezer ( die stelt vragen)
1 leerling is de verslaggever ( die geeft antwoord)
Nieuwslezer: 
 "We gaan nu naar België. Wat is daar gebeurd?" 

Verslaggever: 
 "Er is een grote brand in..." 

Slide 15 - Slide

wat vonden jullie van vandaag?

Slide 16 - Open question